[Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad]

Staatssecretaris houdt aanwijzing Binnengasthuisterrein staande

De voormalige Theaterschool (foto Wim Ruigrok)
De staatssecretaris van OCW, mr. Medy C. van der Laan, heeft op 17 februari 2004 besloten het bezwaarschrift van de Universiteit van Amsterdam (UvA) tegen de plaatsing van het Binnengasthuiscomplex op de Rijksmonumentenlijst ongegrond te verklaren. Daarmee blijft het besluit de objecten, waaronder de voormalige Theaterschool, als Rijksmonument aan te wijzen in stand. De staatssecretaris heeft dit besluit genomen overeenkomstig het advies van de Commissie voor de bewaarschriften van het Ministerie van OCW.

Deze commissie hield op 18 november 2003 een hoorzitting waar de advocaat van de UvA stelde dat de UvA een zwaarwegend belang heeft tegen het plaatsingsbesluit. Vertegenwoordigers van enkele organisaties die al vele jaren actie voeren voor het behoud van het Binnengasthuiscomplex, het wijkcentrum d'Oude Stadt, het Cuypers Genootschap en de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad verdedigden het plaatsingsbesluit. Een vertegenwoordiger van het wijkcentrum d'Oude Stadt gaf daarbij een uiteenzetting over de ontwikkelingen van de afgelopen 25 jaar en de betrokkenheid van het Wijkopbouworgaan daarbij. Het wijkcentrum is van mening dat het Binnengasthuiscomplex terecht is aangewezen als beschermd monument. Namens de VVAB en het Cuypersgenootschap bracht Walther Schoonenberg, voorzitter van de VVAB, naar voren dat de bijzondere architectuur- en cultuurhistorische elementen van het unieke, goeddeels gaaf negentiende-eeuwse binnenstedelijk ziekenhuiscomplex maken dat het complex in aanmerking komt voor rijksbescherming. Het standpunt van de staatssecretaris werd verwoord door de vertegenwoordiger van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Op grond van het naar voren gebrachte kwam de commissie tot de conclusie dat "de monumentale waarde van het complex voldoende is aangetoond om rijksbescherming te rechtvaardigen" en dat "niet is gebleken van zwaarwegende belangen die rijksbescherming thans in de weg staan". De staatssecretaris heeft de constateringen van de commissie ongewijzigd overgenomen.

Na de uitspraak van de Raad van State op 4 februari 2004, waarin het bestemmingsplan op onderdelen werd vernietigd en werd vastgesteld dat de bescherming van de hoofdstructuur van het gebied meer aandacht behoeft, is nu opnieuw uitgesproken dat bescherming van deze hoofdstructuur, dus niet alleen de randbebouwing, uitgangspunt van de planvorming zou moeten zijn. Tijdens de hoorzitting gaf de UvA geen enkele rechtvaardiging voor haar keuze om over te gaan tot sloop / nieuwbouw in plaats van behoud / herstel. Het is o.i. niet waarschijnlijk dat de staatssecretaris bereid is op korte termijn de panden van de rijkslijst te halen, zodra een "meer concreet bouwplan" ter tafel ligt. Nieuwe ontwikkelingen in het gebied zijn o.i. alleen nog mogelijk wanneer behoud van de historisch waardevolle bebouwing en structuren tot uitgangspunt wordt gemaakt van de verdere planvorming.

(W.S., 19/2/2004)

[Raad van State vernietigt bestemmingsplan op onderdelen]