Reclamerichtlijnen in overeenstemming brengen met beschermd stadsgezicht

De laatste weken is er veel publiciteit over de regenboogvlag-campagne tegen de nieuwe reclamerichtlijnen van het stadsdeel Centrum. De VVAB wijst deze kritiek op de nieuwe reclameregels af en hoopt dat de discussie weer snel gaat over belangrijker onderwerpen, zoals de vraag op welke wijze de kwaliteitsverbetering van de binnenstad door terugdringing van de reclame, gerealiseerd kan worden.
Reclame in de Reguliersbreestraat Reclame in een zijstraatje van het Damrak

Het valt te betreuren dat een kleine groep ondernemers de hele discussie naar zich toe probeert te trekken door het zogenaamde verbod op de regenboogvlag aan de kaak te stellen. De indruk wordt gewekt dat de vlag verboden zou worden. Dit is doorzichtige demagogie bedoeld om een noodzakelijke aanpassing van de reclameregels tegen te houden. Ook wordt de valse indruk gewekt dat dat de mening van alle homo's zou zijn. In werkelijkheid wordt de vlag niet verboden waarvoor hij bedoeld is: om te vlaggen op feestdagen of andere speciale momenten wanneer daartoe aanleiding is (Gay-Pride?). Het gaat hier uitsluitend om het misbruik van de vlag voor commercile doeleinden, of het nu de Nederlandse, de Amsterdamse of de regenboogvlag is doet er niet toe.

Dat is n van de voorbeelden van wildgroei aan reclame in de Amsterdamse binnenstad, n van de gaafste en mooiste historische binnensteden van Europa en sinds 1999 een 'beschermd stadsgezicht' in de zin van de Monumentenwet. De schreeuwerige en armoedige reclame - borden, lichtbakken, contourverlichting, vlaggen, markiezen, enz. enz. - tasten op grote schaal het stadsgezicht aan. Op veel panden zitten niet een paar maar tientallen reclameobjecten. Hele gevelwanden zijn onzichtbaar geworden. Het Damrak wordt altijd als voorbeeld genoemd, maar in feite is het Damrak bij lange na niet eens de enige of zelfs ergst vervuilde straat van de binnenstad. Als entree van de binnenstad valt het Damrak wel het meest op en is daarom niet het visitekaartje dat we zouden willen dat het was. Deze verloedering van het stadsbeeld is niet alleen aanwezig in de zogenaamde horecaconcentratiegebieden, maar dreigt zich ook over de rest van de binnenstad te verspreiden. Zelfs het taboe op reclame op de grachten lijkt verdwenen: er verschijnen daar steeds meer borden en vlaggen. Ook de 'tijdelijke' steigerdoekenreclame kan gezien worden als een ernstige bedreiging voor het stadsgezicht.
Daarmee wordt niet alleen het stadsgezicht zelf geschaad, maar ook de allure en aantrekkingskracht van de binnenstad voor bewoners en bezoekers. Uiteindelijk zijn de ondernemers daar zelf ook niet bij gebaat, want zij zitten gevangen in de wurggreep van het concurrentiemechanisme: men moet meer opvallen dan zijn buurman. Die heilloze weg kan alleen worden doorbroken door de overheid en sterker nog: dat is de taak van de overheid. Daardoor neemt de welvaart toe, want een fraaie openbare ruimte is een groot goed, voor de promotie van de stad en het geluksgevoel van haar bewoners. Wij staan in die opvatting niet alleen. Wie vindt niet dat de wildgroei aan reclame aangepakt moet worden?

Dat het stadsdeel nu de reclamerichtlijnen gaat aanscherpen, is voor de binnenstad zeer goed nieuws. Of dat ook genoeg is, valt overigens nog te bezien, want met de aanscherping van de regels verdwijnt de enorme hoeveelheid reclame, die niet aan deze regels voldoet, niet vanzelf van de monumentale gevelwanden. Niet alleen handhaving van de nieuwe regels, ook stimulering van ondernemers om de bestaande reclame aan de nieuwe regels aan te passen, is wat de binnenstad nu nodig heeft. Maar de nieuwe reclamerichtlijnen zijn wel een noodzakelijke voorwaarde om die kwaliteitsverbetering mogelijk te maken. Er is daarover grote overeenstemming.
Het permanent ophangen van een vlag aan een gevel om aandacht te trekken wordt terecht door het stadsdeel als reclame opgevat. Reclameregels moeten simpel en duidelijk zijn.
De VVAB wil ze zelfs nog duidelijker maken, door bijvoorbeeld het 'losse letters'-uitgangspunt (in plaats van lichtbakken) niet alleen op monumenten en beeldbepalende panden toe te passen, maar op alle panden. Het gaat namelijk om het beschermd stadsgezicht als geheel, niet om de vraag of een pand een beschermd monument is of niet. Dat is de aanpassing van de huidige ter tafel liggende voorstellen die wij bepleiten, met andere woorden, in de totaal tegenover gestelde richting als door de genoemde ondernemers (met de VVD als haar woordvoerder) wordt bepleit.
De conclusie is dat de huidige voorstellen helemaal niet zo vrgaand zijn als door sommigen wordt gesuggereerd. In vergelijking met andere monumentale binnensteden, zoals Maastricht, zijn de nieuwe reclameregels in de Amsterdamse binnenstad nog uiterst gematigd.

[Inspraakreactie concept-reclamerichtlijnen]

(WS, 17/3/2003)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.