Parkeren in de keurblokken

Jarenlang mocht het woord 'parkeergarages' in de Amsterdamse gemeentepolitiek niet worden genoemd. Terwijl Den Haag het Plein en Maastricht het Vrijthof weer aan het stedelijk gebruik teruggaven door het blik onder de grond te bergen, terwijl in Haarlem en Utrecht tussen de huizen verstopte parkeergebouwen al hun bijdrage leverden tot het begaanbaar houden van de middeleeuws-nauwe stadsplattegronden, wist men het beter in Amsterdam: parkeergarages zijn fout, omdat zij het autogebruik aanzuigen.

Ternauwernood kregen enkele voor de stad onmisbare bedrijven toestemming zo'n verderfelijke voorziening voor hun klanten tot stand te brengen. De parkeergarage van Krasnapolsky is vrijwel onzichtbaar: inrit in de Sint Jansstraat en uitrit op de Oudezijds Voorburgwal. Wat De Bijenkorf bouwde is al een stuk erger: de wand van glasblokken in de Warmoesstraat past wél bij de belendende gevangenisachtige hoge witte muur van het warenhuis, maar past bepaald niet bij de binnenstad.

Het roer is om

Nu is het roer om. Aan de Prins Hendrikkade tegenover de westzijde van het Centraal Station gaapt een diepe bouwput, waarin straks 500 auto's onderduiken, en in plannen voor nieuwe bedrijfsgebouwen in de binnenstad - en dat zijn er nogal wat - worden inpandige parkeervoorzieningen opgenomen. Het mag niet alleen, het moét nu. Een krantebericht begin november meldt dat zelfs het jarenlang van uiteenlopende zijden bepleite idee om onder het Museumplein een flinke parkeergelegenheid te bouwen - de enige plek waar dat kan zonder huizen of bomen in gevaar te brengen - nu door wethouder Van der Vlis wordt opgepakt: beter laat dan nooit. Dat onze vereniging nu niet bepaald deel uitmaakt van de autolobby is geen geheim. De hoeveelheid rijdende en op straat geparkeerde auto's moet hoe dan ook worden verminderd. En wanneer een aantal zorgvuldig gesitueerde parkeergebouwen, bovengronds, ondergronds of onder het water, daartoe een effectieve bijdrage kunnen leveren, vooruit, dan moet het maar. Er bestaan echter grenzen, er zijn plekken waar dat niet kan, en daartoe behoren in de eerste plaats de keurblokken in de grachtengordel die volgens het vroeg-17de-eeuwse voorschrift moeten worden aangelegd en onderhouden als tuinen.
Verbazing hoeft het niet te wekken dat die groene ruimten met begerige ogen worden bekeken. Voor de rekenmeesters is het onrendabel grondoppervlak, en elke eigen parkeerplaats is véél geld waard. Wie zich een beeld wil vormen van de strijd die, in aanval en verdediging, wordt gevoerd om de keurblokken tegen verdere aantasting te beschermen, moet het in 1979 verschenen boek van Vera Amende en Addy Stoel 'Wat gebeurt er met de keurblokken' ter hand nemen, waarin blok voor blok de situatie tot dat jaar wordt beschreven. De eerste bijlage bevat een motie die in de bewogen zitting van de Gemeenteraad op 8 juli 1964 met enkele stemmen meerderheid werd aangenomen. Den Uyl, toen wethouder voor Publieke Werken en Economische Zaken, wilde de bevoegdheid krijgen om vrijstelling te kunnen geven van de groen-beschermende bepalingen in de Bouwverordening. Directeuren van aan de Heren- en Keizersgracht gevestigde bedrijven stonden te dringen om een toestemming hun auto's in de tuinen te mogen parkeren, en Den Uyl was daar zeer gevoelig voor. De gemeenteraad zette hem echter de voet dwars; de gevraagde vrijstellingsbevoegdheid werd niet verleend. Dat betekende dat toezeggingen in die richting niet konden worden waargemaakt, en ook dat allerlei stilzwijgend gedoogde inbreuken op de keurblokken in feite illegaal waren en vroeg of later ongedaan moesten worden gemaakt.
Sindsdien is de betekenis van de bomen en tuinruimten voor het 'klimaat' van de binnenstad alleen maar duidelijker geworden. De behoefte aan stilte van een toenemend aantal bewoners in de grachtengordels en een groeiend milieubesef dragen daartoe bij. Aan intentieverklaringen van het gemeentebestuur om de keurblokken goed te beschermen ontbreekt het niet. Maar de druk van projectontwikkelaars om ten eigen bate gaatjes in die bescherming te prikken blijft aanhouden, Dan komt telkens het dreigement om de hoek: als we onze zin niet krijgen, dan gaan onze belangrijke bedrijven weg uit Amsterdam, of dan gaat ons bouw- of restauratieplan niet door. In zo'n situatie worden economische belangen afgewogen tegen culturele en milieubelangen, en dan is het lang niet zeker naar welke kant de weegschaal doorslaat.

Bouwplan Larmag b.v.

Een recent voorbeeld geeft het bouwplan van Larmag b.v. aan de Nieuwe Spiegelstraat. Wie nu langs de Spiegelgracht en door de Spiegelstraat loopt en de duizend-en-een-nacht-schatten van de antiquairs heeft bekeken, stopt op de brug over de Keizersgracht. In het vervolgstraatje is niets meer te beleven. Dat gedeelte van de Nieuwe Spiegelstraat wordt geflankeerd door saaie kantoorgebouwen. Het voorstel om de beide hoekpanden aan de Keizers- en Herengracht aan de oostzijde te verbinden door een nieuwe tussenbebouwing met antiek- winkels, belooft een verbetering. Uit het ontwerp dat op een informatie-avond op 8 november aan omwonenden werd getoond, bleek dat die verbetering behalve een functionele ook een architectonische vooruitgang zou kunnen inhouden.
De angel zat verstopt in een tweede, met het eerste samenhangende project, namelijk om achter die nieuwbouw een acht meter diepe ondergrondse parkeergarage te bouwen. Als argument werd aangevoerd dat op die plek al een - gedoogde - parkeergelegenheid bestaat, met in- en uitrit aan de Keizersgracht en de Nieuwe Spiegelstraat. Het zou dus, volgens de projectontwikkelaar, een gunstige ontwikkeling zijn als die auto's uit het zicht konden verdwijnen, en boven de parkeergarage een dikke laag aarde een mooie tuin zou worden aangelegd. Wat de wettelijke aspecten betreft bestaat voor het bouwplan geen belemmering, het beantwoordt wat bestemming en volume betreft aan de voor dit gebied geldende 'Leefmilieuverordening Rembrandtplein e.o.'. Voor de parkeergarage ligt de zaak iets moeilijker: de oude keurblokkenverordening en de leefmilieuverordening verbieden weliswaar het parkeren binnen het keurblok, maar dat heeft betrekking op wat bovengronds gebeurt. Voor een ondergrondse parkeergelegenheid mogen Burgemeester en Wethouders een vergunning geven.

Bezwaren tegen ondergrondse garage

De bezwaren die de aanwezigen op de informatie-avond naar voren brachten, waren van drieërlei aard. Ten eerste gold het de bouwkundige risico's. Er bestaat een evenwicht tussen de grondwaterstand, de oude paalfunderingen en de gemetselde kelders. Door de bemaling van een diepe bouwput op korte afstand van de oude huizen wordt dat evenwicht verstoord met het gevolg dat paalkoppen en kespen kunnen gaan rotten en dat kelders lek raken. Het juridisch sluitende bewijs dat verzakkingen en grondwateroverlast een rechtstreeks gevolg zijn van een nabije dieptebemaling, is moeilijk te leveren, maar het is wel een feit dat in de naaste omgeving van de even diepe parkeerkelder van de ABN in de Vijzelstraat heel wat schade is ontstaan. De geruststellende bewering op de informatie-avond dat door een nieuw damwandensysteem zoiets kan worden voorkomen, wekte weinig vertrouwen.
Het tweede bezwaar betrof de verkeersoverlast. De antiquairsroute Spiegelgracht-Spiegelstraat moet het hebben van de voetgangers. Door herbestrating en eenrichtingsverkeer probeert de gemeente daar meer fietsers en minder auto's doorheen te voeren. Een parkeergelegenheid voor 120 auto's aan het eind van die route zou een nieuwe autostroom aanzuigen. De toezegging dat die ruimte niet voor woon-werkverkeer, maar voor bezoekers en mede voor omwonenden bestemd zou worden, werd even weinig reëel gevonden als de nieuwe damwand. Doorslaggevend vond men dat de nu door de gemeente gepropageerde parkeergarage onder het Museumplein een dergelijke voorziening in de Nieuwe Spiegelstraat overbodig maakt. Een wandeling, onder het Rijksmuseum door, langs de antiquairsroute duurt een minuut of zeven als men niet in de etalages kijkt. Het is pure onzin dat kantoren aan de Nieuwe Spiegelstraat daardoor 'onbereikbaar' zouden zijn. Het derde bezwaar was van principiële aard. Wanneer het de gemeente ernst is met de instandhouding van deze kostbare groene 'longen' in de binnenstad, dan moet het uit zijn met het gedogen en verder toelaten van aantastingen daarvan. Al zouden de auto's onder de grond staan, dan komen toch de afvalgassen boven de grond, en verstoren daar de atmosfeer en de stilte. Elke concessie in die richting opent de deur voor de volgende. Neen hoort eigenlijk een definitief neen te zijn!
De ambtenaar van de Dienst Ruimtelijke Ordening die als voorzitter optrad, moet nu rapport uitbrengen aan Burgemeester en Wethouders, ter voorbereiding van hun besluit over het al dan niet verlenen van de vergunning. Hij kan in ieder geval melden dat, mocht het gemeentebestuur besluiten tot verlening, niet alleen tal van omwonenden, maar ook onze vereniging daartegen in beroep zal gaan, eerst bij de Gemeenteraad, dan bij Gedeputeerde Staten en ten slotte bij de Raad van State. Er zijn al hoopgevende precedenten dat beroepsprocedures tegen parkeerplannen in de keurblokken met succes werden bekroond.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 118, dec. 1989)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.