Amsterdam moet op Amsterdam blijven lijken

Het slotwoord op het Symposium 'Het stadsgezicht beschermd?' in het Rijksmuseum werd uitgesproken door drs. R.J. de Wit, commissaris der Koningin in de provincie Noord-Holland. Uit zijn rede volgen hier twee fragmenten.

"Er zijn dus positieve ontwikkelingen te melden. Wat mij echter zorgen baart, is dat Amsterdam nu ook geïnfecteerd lijkt te raken door de modieuze hoogbouw-ontwikkeling die ons land opnieuw in haar ban heeft gekregen. Al in het begin van de jaren zestig werd in een overheidsrapport gepleit voor hoogbouw en met name ook van wonen in hoogbouw. Pikant is wel, dat onmiddellijk daarna de uitstroom uit de grote stad en het kiezen voor een laag-bouwwoning in de kleine kernen onstuitbaar om zich heen greep. Men had daaruit kunnen afleiden, dat architecten, stedebouwkundigen en bestuurders wel in een rapport hun voorkeur voor hoogbouw kunnen uitspreken, maar dat de woningzoekenden zelf bepalen of ze daar ook echt in geloven. In een discussie in gemeentelijk verband heb ik in mijn Amsterdamse wethoudersjaren wel eens opgemerkt, dat degenen in mijn directe omgeving die zo zeer voor hoogbouw pleitten, allen in laagbouw woonden.... Die hoogbouwpoging uit de jaren zestig is in ons land niet erg aangeslagen, maar nu dreigen er reëele gevaren. Een aantal gemeentebesturen is de afgelopen jaren bevangen door een soort alluredenken, waarbij een merkwaardig monsterverbond tot stand kwam tussen socialistische gemeentebestuurders, projectontwikkelaars en ambitieuze architecten. Een aantal van deze projecten is in de publieke discussie nogal onder vuur komen te liggen en heeft extra aandacht gekregen in het kader van de raadsverkiezingen in het begin van dit jaar. Zorgen heb ik bepaald om de hoogbouwplannen die hier en daar in Amsterdam, en dan nog vrij ongestructureerd, verschijnen. De discussie heeft zich sterk toegespitst op de planvorming voor de IJ-oevers. In de onmiddellijke omgeving van de Amsterdamse binnenstad acht ik maar op enkele punten hogere bouw mogelijk, en die moet mijns inziens dan niet hoger zijn dan het Havengebouw en het Shell-laboratorium in Amsterdam-Noord, circa 75 meter. Helaas staan in de plannen en in de maquettes hoogbouwtorens van 125 meter getekend; dus gewoon 50 meter te hoog. Waar we vooral voor moeten waken is, dat de binnenstad keurig beschermd blijft (mede op grond van de hierboven genoemde aanwijzing tot beschermd stadsgezicht), maar dat er niet vervolgens rondom de binnenstad op een aantal punten bebouwing komt die qua schaal en maat volledig uit de toon valt. En dan denk ik niet alleen aan de lokaties direct naast de binnenstad".

"Mijn stelling is, nu dat het er niet alleen om gaat toekomstige woningbouwlokaties een goede plek te geven en de eigen structuur van de Randstad met zijn open middengebied te handhaven, maar dat dan met name ook gelet moet worden op de schaal-en maatvoering in de bebouwde omgeving. Het westelijk deel van Nederland is vlak land en als we daar extreme hoogbouw toelaten, schrompelt de open ruimte tussen de steden visueel ineen en gaat de betekenis van die open gebieden verloren. Het resultaat zou op termijn zijn dat men de open ruimten gaat volbouwen. Dan zouden wij aan het eind terechtkomen waar we nooit hebben willen uitkomen, namelijk in een aaneengesloten stedelijk gebied met een zeer amorfe structuur, zoals we dat in delen van de Verenigde Staten kennen. Bij de discussie over de extreme hoogbouwplannen in ons land is dus meer aan de orde dan de vraag, of men één bepaald gebouw op één bepaalde plaats mooi of lelijk vindt. Aan de orde is de vraag, of we waarde willen toekennen aan de begrippen schaal en maat voor de bebouwde omgeving. De eigen identiteit van Amsterdam berust niet alleen op de grachtengordel en de monumenten, maar berust ook en vooral op schaal en maat van de totale bebouwing én van de gave verdeling tussen stedelijke gebieden en groengebieden, zoals het Algemeen Uitbreidingsplan van 1935 heeft ontworpen. Het gaat thans om die stedebouwkundige erfenis en in ruimer verband om het behoud van het eigen karakter van de Randstad. Wat mij betreft: Amsterdam moet op Amsterdam blijven lijken en niet Parijs of Londen imiteren!"

drs. R.J. de Wit
commissaris der Koningin in de provincie Noord-Holland

(Uit: Binnenstad 123, okt. 1990)

[Hoogbouw in het Amsterdamse stadsbeeld]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.