Gesprek met Maarten Kloos

"Wat wordt hier slordig met het water omgesprongen"

Maarten Kloos
Maarten Kloos, zoon van architect J.P. Kloos, groeide op in Haarlem, maar zijn hart lag al spoedig in Amsterdam: 'waar alles gebeurde'. Op het hoogtepunt van de provo-rellen belandt hij op het Rokin in een confrontatie met de politie en vlucht in een portiek, meer bevreesd voor zijn cello dan voor zijn hachje. Hoewel hij al aan studie psychologie (Amsterdam) en techniek (Delft) had geroken, zat toen zijn hart bij de muziek. Begin jaren zeventig beëindigde hij zijn muzikale loopbaan letterlijk op het podium. Aan het slot van een concert mompelde hij: "Dit is de laatste keer". Het was hem niet gelukt de kwaliteit te halen, die hij begeerde.

Kwaliteit

Hij studeerde in '76 af in Delft bij architect Carel Weeber met een 'alles omvattend' project, dat hij achteraf vooral ziet als een uiting van onwil om zich te beperken tot één aspect van het vak. En zo werd de docent, publicist, organisator, coördinator Maarten Kloos geboren.
Toen minister Brinkman in 1984 het Architectuurmuseum aan Rotterdam cadeau gaf en het beroofde Amsterdam op zijn achterste benen stond, was Maartens reactie: verzet helpt niet, ophouden met zeuren en proberen het rendement van Amsterdam te verhogen. Zo ontstond in 1986 ARCAM (Stichting Architectuur Centrum Amsterdam) met Maarten Kloos als directeur. Zijn eerste doel was enige orde te scheppen in het volkomen solistisch en ongecoördineerd verlopende architectuurdebat van de hoofdstad.
Ongeveer 120 informanten worden jaarlijks vijfmaal opgebeld met de vraag waarmee ze bezig zijn. Het resultaat is te vinden in het periodiek verschijnende ARCAM nieuws, dat inderdaad allesomvattend mag worden genoemd en dat de burger een beeld geeft van een vlijtig bouwende, luisterende en discussiërende stad. ARCAM stimuleert discussies, organiseert exposities en heeft een begin gemaakt met de uitgave van ARCAM pockets.
Terwijl de stad bezig is te bekomen van de renovatie van het Damrak, haalt ARCAM kenners en liefhebbers bij elkaar om alvast te praten over het Rokin, want dat komt ook aan de beurt. Langzamerhand wordt het regel dat het stedelijk debat, wat de kwaliteit van de gebouwde omgeving betreft, zich via de bedrijvige ARCAM voltrekt.
Maar het ging over kwaliteit. Heeft de roofoverval van Brinkman de eertijds leidinggevende hoofdstad definitief op achterstand gezet of is er sprake van een nieuw elan?
Als directeur van ARCAM loopt Maarten Kloos niet met zijn persoonlijke meningen te koop, maar wie ARCAM nieuws volgt ontdekt weleens een scherp gepunt commentaartje van zijn hand. Hoewel Amsterdam, wat de woningbouw betreft, een naam te verliezen heeft, beklaagde zich de jury van de stedelijke Merkelbach-prijs de laatste jaren over het magere aanbod. De volgende jury krijgt het moeilijker, zegt Maarten Kloos, want de laatste tijd gaat het veel beter. Hij is gelukkig met de recente bekroning (1991) van de combinatie van Lafour & Wijk (woningen Realengracht/Vierwindenstraat). Werk van internationaal formaat, vindt hij. ARCAM heeft een pocket aan hun werk gewijd. Alle pockets van ARCAM zijn engelstalig, want de ervaring leert dat men van Berlijn tot New York op de hoogte wil blijven.

Persoonlijke voorkeuren

Woningen aan de Realengracht.

Omdat hij wel kon vermoeden, dat 'Binnenstad' belangstelling zou hebben voor zijn persoonlijke voorkeuren wat de nieuwbouw betreft, heeft hij een aantal namen genoteerd.
Hij noemt het nieuwe kantoorgebouw van J. van Heeswijk, Stadhouderskade 84 naast het VNU-kantoor van Mart Stam, en, niet ver er vandaan, het kantoor-paviljoen van Theo Bosch (Stadhouderskade op de plaats van het voormalige Van Nispenhuis). Dan de verbouwing van de voormalige Cavaleriekazerne tot Rijksacademie voor Beeldende Kunst door Koen van Velsen (Sarphatistraat). Wat beslist de aandacht zal trekken is de nieuwbouw door de Belgische architect Charles Vandenhove aan de Bilderdijkstraat op de plaats van het voormalige Liefde-complex. Hoewel hij zijn aarzelingen heeft, verwacht hij wel dat het een karakteristieke plek zal worden. Het KNSM-eiland belooft een verzamelplaats te worden van ongewone bouwvormen. Buitenlandse architecten van naam zijn er aan het werk gezet. Maarten Kloos is nieuwsgierig wat Jo Coenen gaat doen met het meest opvallende complex: het grote ringgebouw dat op de kop zal verrijzen. Hij noemt meer namen van architecten, wier werk hij aandachtig volgt: R. Uytenhaak (Droogbak, Conradstraat) die nu voor de moeilijke taak is gesteld woningbouw te realiseren aan de drukke Weesperstraat en Duinker & Van der Torre (Wagenaarstraat).
De Larmagtoren. Ach, zegt hij, wat Sloterdijk betreft, valt er best over hoogbouw te praten, maar eerst moet het mes van tafel. De besluitvorming onder de druk van de financiële risico's is beneden ieder peil. Maar anderzijds is er geen reden voor ongenuanceerde angst voor hoogbouw. Kijk naar de nieuwe Weena in Rotterdam, dat is toch prachtig?
Maarten Kloos oppert de vele mogelijkheden om een stad in deze tijd te beleven: als voetganger, fietser, automobilist, treinreiziger, buspassagier en vanuit een vliegtuig. Eigenlijk zou architectuur op elke benadering een antwoord moeten geven.
Of zo'n veeleisend program nog realiseerbaar is, kan mooi in een komende discussie aan de orde worden gesteld. Wat hij bedoelt te zeggen is, dat een stad aan zoveel verlangens moet voldoen. Meestal bouwt men aan heel specifieke en uiteenlopende plekken in het systeem van de stad, maar daarbij moet toch vooropstaan een duidelijk idee over de stad als geheel. Waar verdient klein de voorkeur en waar groot? Amsterdam heeft voor beide aspecten de ruimte. Het gaat om dosering. Met een duidelijk begrip voor centrum en periferie. Waar komt woningbouw en waar komen kantoren, welke plekken moeten rustig zijn en waar verdient grootstedelijke allure de voorkeur? Wat moet beslist open worden gehouden en waar is verdichting gewenst?
Concreet: het Museumplein wil hij het liefst zo open mogelijk houden. Hetzelfde geldt voor het Binnengasthuisterrein, waar de Kinderkliniek is gesloopt om plaats te maken voor een gebouw naar ontwerp van Theo Bosch. Maar het gat onthult de kans voor een prachtig pleintje. De nieuwe opgave zou moeten luiden: maak van dat gat een heel mooi pleintje. Hou ook het Rokin zo open mogelijk en verwijder de rommelgebouwtjes, die de allure aantasten.
Verdichting begeert hij echter rond het Mr. Visserplein. Daar is kans op stedelijke allure. Het omstreden ontwerp van Wiel Arets voor het grote hogeschoolcomplex vindt hij een uitdaging, een enorme injectie voor deze vormeloze buurt.
Wat valt er te zeggen over het nieuwe Casino-complex?
Het gebouw kan Maarten Kloos best waarderen, maar de versmalling van de Singelgracht stuit bij hem op grote bezwaren. Wat een benauwdheid, net een slootje.
Hij heeft ook zorgen over het veelbesproken IJ-oever-project. Het wordt teveel als een geïsoleerd fenomeen opgevat en de inpassing van zo'n formidabel werk in het geheel van de stad komt nauwelijks aan de orde. Daarom vindt hij de term IJ-as verwerpelijk. De benadrukking van het west-oost karakter van de as verwaarloost geheel het karakter van de stad. In feite is er sprake van ontwikkeling van stadsdelen naar het IJ, waarbij elke aansluiting geheel andere eisen stelt in de afweging van openheid en verdichting.
Geen IJ-as dus, maar integratie, onderdeel voor onderdeel, in het aansluitende stadsgebied. Enige verdichting bij het Centraal Station acht hij best mogelijk wegens het economische belang van dit bedreigde gebied, maar wat wordt daar slordig en lichtzinnig met het water omgesprongen. Men zou die relatie moeten koesteren in plaats van verwaarlozen. Slordigheid, gemakzucht, gebrek aan creatief vermogen.

Waterstad

Waarom heeft niemand overwogen, bij de bouw van Stadhuis-Muziektheater de schitterende bocht in de Amstel in ere te herstellen? Amsterdam schijnt geen raad te weten met het elementaire karakter als waterstad.
Met een zekere regelmaat duiken suggesties op om gedempte grachten, vooral in de Jordaan, weer uit te graven en hun oorspronkelijke aantrekkelijkheid terug te geven.
Maarten Kloos aarzelt. Sommige grachten hebben in gedempte staat een eigen karakter ontwikkeld. Denk aan de Westerstraat met haar drukke markt. Hij denkt eerder aan de Elandsgracht. Hoe ook het stedelijke debat over de openbare ruimte en de gebouwde omgeving zich verder zal ontwikkelen, het heeft de hoofdstad nooit aan belangstellende burgers en suggesties ontbroken. In de ARCAM pocket 'Architecture Now' komt een stoet binnen- en buitenlandse architecten aan het woord over het vak, over deze tijd en soms ook over Amsterdam. Ik citeer er een. Carel Weeber. "Amsterdam", roept hij, "geef het licht weer eens een kans in je binnenstad; verplaats (desnoods tijdelijk) de bomen van de grachten naar het platteland, waar ze thuishoren en de auto's naar de rand van de stad".

Architectuurkaart

Aan het slot van het gesprek spreiden we in het welgelegen ARCAM centrum tegenover de ingang van het nieuwe stadhuis de nieuwe Architectuurkaart van Amsterdam op tafel. De jubileumuitgave ter ere van het eerste lustrum. Een ambitieus werkstuk dat de opmerkelijkste gebouwen van de hele stad vermeldt en tegelijk summier de hele bouwgeschiedenis van Amsterdam samenvat.
Zo'n eigenzinnige keurmeester als Donals Olsen zei onlangs, na een bezoek aan de stad: "De Amsterdammers hebben door de eeuwen heen met een bewonderenswaardige eigenzinnigheid het bijzondere van hun stad weten vast te houden en daar gaan ze tot de dag van vandaag mee door. Dat is een prestatie waar we hen eeuwig dankbaar voor kunnen zijn, want zo langzamerhand bewaken ze zo een schatkamer voor heel Europa".
Ja, de monumentenzorg gaat in het algemeen vrij goed, zegt Maarten, maar er is dan ook hard voor gevochten. Het moeilijkste was het kiezen van hoogtepunten aan de grachten voor de architectuurkaart. Vreselijke dilemma's. We staan open voor kritiek en suggesties, zegt hij royaal.

Ben Kroon

(Uit: Binnenstad 132, febr. 1992)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.