Sint Annenstraat 12

In de 16de eeuw, toen de Nederlandse gewesten aanvankelijk nog deel uitmaakten van het machtige rijk van de Habsburgers, woei ook hier de wind van bouwen en versieren uit het Zuiden. Voorbeelden uit Italië werden vlijtig bestudeerd en nagevolgd.
Archieffoto uit omstreeks 1950. Sindsdien is het pand nog verder achteruit gegaan.

Grote invloed hadden de gravures van Johan Vredeman de Vries van allerlei decoratieve onderdelen. Het was een stijl van zwierige krullen, in- en uitzwenkend, en van levendige contrasten tussen metselwerk en figuraal of decoratief behakte natuursteen. Het oeuvre van Hendrick de Keyser heeft veel te danken aan dat voorafgaande hoofdstuk.
In Amsterdam bestaat maar één voorbeeld van die bouwtrant: een klein, verfomfaaid, al vele jaren dichtgetimmerd en gestut huisje in de Sint Annenstraat. Drie fraai gebeeldhouwde gevelstenen die boven de puibalk zaten, zijn gelukkig geborgen in het Rijksmuseum. De geveltop is - waarschijnlijk al in de 18de eeuw - vervangen door een schriele klokvormige bekroning, op de zolderverdieping is een groot raam aangebracht dat door de natuurstenen band heenzakt, en hoe de pui er oorspronkelijk heeft uitgezien is moeilijk na te gaan.

Eindelijk daagt er licht voor dit inderdaad unieke exemplaar, dat een onmisbare schakel vormt in de geschiedenis van het Amsterdamse woonhuis. De Amsterdamse Mij. tot Stadsherstel bereidt de restauratie voor. Een extra complicatie is, dat de grond zwaar vervuild blijkt te zijn. Dat er na tientallen jaren lekken en rotten van het hout en het metselwerk niet veel meer bruikbaar zal zijn, laat zich raden, zodat de restauratie in de praktijk zal neerkomen op gehele of bijna gehele reconstructie. Het is dan een meevaller, wanneer er nog authentieke elementen opnieuw kunnen worden toegepast, het overige moet, zo nauwkeurig mogelijk, in de oorspronkelijke vormen en materialen nieuw worden gemaakt.
Hier naderen wij het gevaarlijke terrein van de kunsthistorische doctrine dat namaak eigenlijk niet geoorloofd is, omdat dan het resultaat niet meer als echt en authentiek kan gelden. Voor de wetenschappelijke documentatie kan dat verhaal moeilijk weersproken worden. Een gebouw is echter nog iets anders dan een document, een gebouw is een onderdeel van een straat en een buurt, een stukje van de stad; een gebouw heeft bovendien een gebruiksfunctie, en als het niet periodiek wordt onderhouden, hersteld en zo nodig aan nieuwe behoeften aangepast, dan ruimt ten slotte de sloper ook de nog resterende documentaire waarde op. Zonder de hardhandige restauraties van Viollet-le-Duc zouden waarschijnlijk enkele Franse kathedralen niet meer bestaan.

Reconstructietekening van de gevel door R. van Munster, met handhaving van de 18de-eeuwse pui.

Reconstructie dus van het stijlvoorbeeld Sint Annenstraat 12 - maar hoe? Wat er nog van de houten pui over is heeft de gangbare 18de- en vroeg 19de-eeuwse vorm van een benedenhuis met bovenwoning. We kunnen rustig aannemen dat die pui er in de bouwtijd, omstreeks 1570, heel anders heeft uitgezien, met kleine glas-in-lood ruitjes en met luiken. In de huisjes Kattengat 4-6 heeft architect A.A. Kok dergelijke puien gereconstrueerd, in 1930, en dat is vaker gebeurd, na de oorlog nog met Bloemgracht 87-89-91 door architect J. de Meijer.

Het is nu usance om over die stijl van restaureren met een wat neerbuigende geringschatting te praten, in de trant van: heel aardig, ambachtelijk knap gedaan, maar zoiets kan tegenwoordig niet meer; wij doen het veel beter, wij zijn gewoon verder. Zeker is dat vooral door het werk van Henk Zantkuijl de kennis over het Amsterdamse woonhuis veel uitgebreider is dan toen, maar die wetenschap zou ook als argument kunnen gelden voor de stelling dat een kundig restauratiearchitect nu een betere reconstructie kan ontwerpen dan een halve eeuw geleden.
Zeker is ook dat door de historiserende reconstructies de huizen weer een grotere eenheid van stijl krijgen dan wanneer alle vroegere verbouwingen - vaak verminkingen - zorgvuldig worden gehandhaafd. Wat overeind blijft is dat de genoemde voorbeelden geen authentieke puien uit de bouwtijd zijn, maar ontwerpen van architecten uit de eerste helft van onze eeuw, maar wat is daartegen eigenlijk het bezwaar? Een jaartalsteentje is voldoende om aarzelende voorbijgangers te informeren. Dat gebeurde in 1941 bij de restauratie-reconstructie van Oudeschans 39 door de architecten Gratema en Dinger, waar uit afbraak elders afkomstige onderdelen zijn opgenomen in de nu weer gave gevel van rond 1600.

Restauratieontwerp van H. Rappange van Sint Annenstraat 12-16.

Kortom: er zijn argumenten vóór en tegen het reconstrueren van een pui voor Sint Annenstraat 12 die past bij de stijl van de rest van de gevel. Dan verder naar boven. Daar zaten de drie reliëfs die zich nu veilig in het Rijksmuseum bevinden. Het is voor een vakman niet moeilijk om op die originelen mallen van elastisch materiaal te vervaardigen, die zuivere afgietsels in kunststof of in zandsteenmortel opleveren. Dat wordt tegenwoordig vaker gedaan wanneer de originelen te kwetsbaar zijn, maar alweer: kopie, niet authentiek.

Een belangrijk twistpunt zijn altijd de ramen. Terug naar de oorspronkelijke vorm met kleine ruitjes en luiken, zoals A.A. de Kok en J. de Meijer deden, of de veel latere roedenverdeling handhaven in ramen die hoe dan ook nieuw gemaakt moeten worden? Scherper nog tekent zich het keuzeprobleem af in het zolderraam. Dat is er destijds grof en lelijk ingehakt, door de natuurstenen band heen. Daar zal een breed en lager dubbelraam hebben gezeten, gedeeld door een middenstijl, onder een spaarboog met natuursteenblokjes. Reconstrueren of de verminking handhaven?
Het probleem spitst zich toe, letterlijk en figuurlijke, in de top. Duidelijk is wat er gebeurde, toen het huis enkele eeuwen oud was; de bovenste delen van de decoratieve bekroning waren door regen, wind en vorst losgeraakt, en zijn toen vervangen door de goedkoopste oplossing: een klokvorm onder een rollaag. Ook dat handhaven?

De architect R. van Munster, die zich grondig heeft verdiept in de bouwhistorie van het Blaauwlakenblok, denkt dat het anders moet. Hij heeft, weliswaar met handhaving van de huidige vorm van de pui, een reconstructie ontworpen van de gevel boven de pui, zoals deze er oorspronkelijk in de trant van Vredeman de Vries moet hebben uitgezien. Deze tekening is hierbij afgebeeld, nu niet om een opinie ten beste te geven dat het zus of zo zou moeten gebeuren, maar om het dilemma duidelijker te maken.

Het pand Sint Annenstraat 12 is voor Amsterdam een unicum, zoals gezegd, een onmisbare schakel in de bouwgeschiedenis, niet terwille van zijn later aangebrachte wijzigingen, maar terwille van zijn oorspronkelijke gestalte uit rond 1570, die slechts ten dele bewaard is gebleven. Wat weegt zwaarder: de dubieuze authenticiteit van wat in de huidige vorm vernieuwd moet worden, of de architectonisch veel interessantere niet-authentieke reconstructie?

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 137, dec. 1992)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.