De Waag: een wending ten goede

Het is niet de eerste keer dat de Waag in ons blad ter sprake komt, maar wél voor het eerst dat met instemming melding kan worden gemaakt van wat er in de oude stadspoort staat te gebeuren. Volgens het in september jl. vastgestelde tijdschema moet nu of binnenkort de aannemer bekend zijn die het gebouw in zijn monumentale waarden zal gaan herstellen en geschikt maken voor een nieuw gebruik. Daarmee is het verbouwingsplan van Philippe Starck definitief van de baan; de Waag wordt uiterlijk niet ontsierd door een glazen uitbouw en inwendig is de ergste steen des aanstoots, de massale ijzerconstructie die de vroegere poort-doorgang blokkeerde, in stukken gesneden en als schroot afgevoerd.

Het gemeentebestuur volgt hiermee het advies van de externe commissie van deskundigen die in juni door Burgemeester en Wethouders was benoemd, bestaande uit Huub Jacobse, voorzitter, Jenny Bierenbroodspot-Rudolph, Geurt Brinkgreve, Sander Kneppers en Ernst Veen. De commissie bracht op 3 juli haar eerste advies uit. De vraag, of een tijdelijk gebruik door de kandidaat-huurder die daarvoor door het Grondbedrijf was geselecteerd, Czar Media Productions, mogelijk of wenselijk zou zijn, werd met een nadrukkelijk "nee" beantwoord. In tegenstelling tot de procedure die was gevolgd met de failliet gegane stichting Centrum de Waag stelde de commissie dat niet het gebouw aangepast zou moeten worden aan de wensen van een toekomstige gebruiker, maar dat de huurder zich dient te voegen naar de mogelijkheden van het gebouw. Om uit de verschillende kandidaten de beste te kunnen kiezen, moest éérst vaststaan wat die mogelijkheden zijn, zowel wat de bestemming van de verschillende ruimten betreft, als wat de technische voorzieningen van luchtbehandeling, sanitair, brandveiligheid en dergelijke aangaat. Dat betekent, voorafgaand aan de keuze, herstel van de schade die door langdurige leegstand en door onoordeelkundige ingrepen was ontstaan, welk herstel onder leiding van een ervaren restauratiearchitect moet plaatsvinden. Op verzoek van het Grondbedrijf noemde de commissie vier architectenbureaus, aan wie volgens haar mening deze verantwoordelijke taak kon worden toevertrouwd: Kramer, Prins, Rappange en Van Stigt. Uit deze vier koos het gemeentebestuur Walter Kramer. De gemeente is immers eigenares en opdrachtgeefster.
Zodra het werk in gang is, staat de commissie voor haar tweede taak: advies uitbrengen over de instelling die eind volgend jaar de Waag mag huren. Bij de selectieprocedure moeten criteria worden gehanteerd. Dat gebeurde ook al in 1987, toen de ambtelijke projectgroep Nieuwmarkt een brochure verspreidde getiteld "Wat doen we met de Waag?". Daarin staat als eerste voorwaarde dat de huurder een sluitende exploitatie moet hebben, dus niet afhankelijk mag zijn van gemeentesubsidie. De tweede is openbaarheid. "Het gebouw is een uniek Amsterdams monument. De voorkeur gaat uit naar een bestemming die een ruime mate van openbare toegankelijkheid waarborgt". Als derde voorwaarde werd genoemd dat de nieuwe bestemming een bijdrage zou moeten leveren aan de herleving van de Zeedijk en de Nieuwmarktbuurt. Dan volgt het vierde punt: "Aanpassingen van het gebouw aan het beoogde gebruik zullen niet strijdig mogen zijn met het historische karakter van het gebouw". Ten slotte: er moet één huurder komen die beheersverantwoordelijkheid draagt.

Om duidelijk te maken hoe volstrekt misplaatst de glazen uitbouw zou zijn, monteerde de voorzitter van het Amsterdam-overleg de perspectieftekening in een 17de-eeuwse prent. Dat gevaar is nu afgewend. Wel zijn er palen geheid en ligt er een betonvloer onder de bestrating waarop de uitbouw zou komen. Dat zal de eind 15de-eeuwse fundering van de Waag, die op korte paaltjes, z.g. "stieten", staat, geen goed hebben gedaan.

Achteraf gezien is de hele Waag-historie sinds 1987 te herleiden tot het feit dat de gemeente haar eigen voorwaarden niet strak genoeg heeft gehandhaafd. Het ongelukkige plan-Starck was op vele punten in strijd met de monumentale waarden, de mislukte Stichting Centrum de Waag zou géén bijdrage leveren tot de herleving van de buurt, en alleen openbaar zijn in een pompeus "Grand Café" op de parterre. Dat alles heeft aanzienlijke schade aan het gebouw en verspilling van subsidiegeld veroorzaakt. Monumentale gebouwen die een grote historische en architectonische waarde hebben, moeten nu eenmaal op een andere manier bekeken, berekend en gebruikt worden dan een willekeurig bedrijfsgebouw. Nu zich een wending ten goede aftekent, kunnen de dossiers uit '87 tot '92 in het archief geborgen worden totdat er misschien een student architectuurgeschiedenis een scriptie over wil schrijven. Wij zullen onze lezers op de hoogte houden van wat er nu verder met en in de Waag gaat gebeuren.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 137, dec. 1992)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.