De architect als sloper

In het NRC-Handelsblad van 23 november 1992 stond een vraaggesprek van H.J.A. Hofland met prof.ir. Carel Weeber. Een verhelderend stuk. Eindelijk een architect die hardop zegt wat veel van zijn collega's misschien binnenskamers denken en in ieder geval in praktijk proberen te brengen, maar naar buiten toe camoufleren in hypocriete praatjes over zorgvuldig omgaan met de gebouwde omgeving.

Weeber doet dat niet. "Er zijn landen waar men bereid is de binnensteden sneller te vervangen door nieuwbouw. Er bestaat hier, historisch, traditioneel, de neiging de binnensteden te consolideren, ook in hun vorm. Amsterdam is daarvan echt een voorbeeld. Alleen in Rotterdam is de totale renovatie per ongeluk geslaagd - door het bombardement. Maar verder zijn we er tot nu toe niet in geslaagd onze binnensteden echt modern leven in te blazen.... Dat willen we ook niet meer. In België hebben ze meer durf. Brussel is ongelooflijk vernieuwd. Je ziet, dat het hart wordt omgewoeld om de EG daar in huis te halen in het centrum en niet aan de rand.... Als je naar Tokio gaat - extreem voorbeeld - dan zie je dat het hart van Tokio, in de oorlog plat gebombardeerd, na 1945 al zijn tweede generatie gebouwen heeft beleefd en nu zijn ze bezig aan de derde generatie.... Als wij in Amsterdam niet zouden hechten aan de historische vorm, toerisme en andere overwegingen van cultuur, dan zou je natuurliijk al die zaken die aan het IJ-plein moeten worden gebouwd, in de stad neerzetten. Het Paleis op de Dam is ook een keer nieuw geweest. "Laat ik het zo zeggen: de geschiedenis, het belang dat wij hechten aan de geschiedenis, kost verschrikkelijk veel geld. Het betekent namelijk het in stand houden van de oude stad, met al zijn gebreken. En vervolgens moeten we betalen voor een hele nieuwe stad, zowat in het water, wat de zaak zou moeten versterken. Het is een kunstlong".
Tot zover de hooggeleerde. Wat dat verschrikkelijk vele geld betreft - daarvan zou hij toch enig benul moeten hebben - slaat hij de plank compleet mis. Het restauratiebudget van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg daalde van 212 miljoen in 1984 tot 114 miljoen in 1992, en ook in het topjaar was het maar een peuleschil op de rijksbegroting. Per generatie slopen en nieuw bouwen betekent een gigantische kapitaalvernietiging, dat kan een kind begrijpen. Wanneer we de stadsvernieuwing alleen van de financiële kant bekijken, dan mag het toerisme toch óók even meetellen; dat wordt aangetrokken door de historische stad, en niet door - bijvoorbeeld - de Bijlmer. Bovendien is die oude stad zéér in trek als woonomgeving. Ik vraag me af of dat óók het geval is met het lugubere Rotterdamse woongebouw "De Peperklip" van prof.ir. Carel Weeber. Nee, de hooggeleerde kletst maar wat. Zijn boodschap is echter duidelijk: weg met de oude troep, het gaat om bouwterrein en bouwopdrachten voor mij en mijn collega's, "durf" is het etiket van de honorariumtabel. We weten waar we aan toen zijn met prof.ir. Carel Weeber. Op één punt heeft hij gelijk: de IJ-oeverplannen als "versterking" van de oude stad stellen niet meer voor dan een kunstlong.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 137, dec. 1992)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.