Het Centrum voor het Kinderboek in de Waag

Het was een druk bezette persconferentie op 10 maart, 9 uur 's morgens, in de P. Mijksenaar-zaal van het Stadhuis. Tegenover wethouder Genet, zijn ambtelijke medewerkers en de adviescommissie over de herbestemming van de Waag, zaten veel journalisten en belangstellenden. Eindelijk was het eindrapport van de commissie openbaar, resulterend in het advies om uit de 16 gegadigden de Stichting Centrum voor het Kinderboek te kiezen als huurster van de vroegere St. Antoniespoort.

Daarmee was wel een eind gekomen aan de verwarrende kranteberichten over het verwachte oordeel van de op verzoek van de bewonersraad Nieuwmarkt ingestelde commissie, maar uiteraard nog niet aan het binnenkamerse gezoem en gelobby.
De beslissing valt pas, nadat de raadscommissie van bijstand monumentenzorg haar mening heeft gegeven, en dat zal eind april gebeuren.

Goed functionerende en waterdichte goten zijn een eerste voorwaarde voor de instandhouding van een gebouw.

Tegen het voorstel om in de Waag een nationaal centrum tot stand te brengen voor de bevordering van het lezen door kinderen en voor de verspreiding van jeugdliteratuur, kan op zichzelf niemand bezwaar hebben. De behoefte aan een dergelijk instituut bestaat al lang. Voor goede kinderboeken kennen we tegenwoordig prijzen, er zijn speciale winkels voor en kranten hebben een aparte rubriek voor kinderboeken. Met aandacht leren lezen is een belangrijke taak van alle opvoeders, thuis en op school, ook als tegenwicht voor de alom tegenwoordige en tijdverslindende televisie. Boeken zijn een middel bij uitstek om allochtone kinderen vertrouwd te maken met de Nederlandse samenleving en haar culturele achtergronden. Wat de initiatiefnemers voor ogen staat is niet in de eerste plaats een uitgebreide eigen bibliotheek - het huis de Pinto op een paar honderd meter afstand heeft een ruime kinderleeszaal - maar een informatie-, studie-, en actiecentrum; voor kinderen, hun ouders en opvoeders, studenten, auteurs en uitgevers. De Waag zal in deze gedachtengang ook een museale functie hebben voor het verzamelen en tentoonstellen van waardevolle oude en nieuwe kinderboeken en wat daarmee samenhangt. Het plan kan rekenen op de actieve medewerking van de Openbare Leeszaal en Bibliotheek en de Universiteitsbibliotheek, het wordt gesteund door het Nederlands Boek- en Lectuurcentrum in Den Haag, het Centrum voor Jeugdliteratuur en het Nederlands Letterkundig Museum.
De laatste jaren zijn het Architectuur Museum en het Centrale Fotoarchief in Rotterdam terecht gekomen, hoewel deze instituten eigenlijk in Amsterdam thuishoren, omdat de meeste architecten en fotografen hier wonen. Nu doet zich de gelegenheid voor om een instelling van nationaal cultureel belang in een markant Amsterdams gebouw te vestigen, een instelling bovendien die een directe uitstraling zal hebben op de tegenwoordig weer kinderrijke Nieuwmarktbuurt. Voor manifestaties die te veel publiek zouden trekken voor het gebouw zelf is het ruime en te lege plein beschikbaar.

Toch was de eerste reactie van wethouder Genet niet zonder meer enthousiast. Een aantrekkelijk voorstel, zeker, een voorstel dat ongetwijfeld mensen in de omgeving zal aanspreken, maar is het wel voldoende financieel onderbouwd, heeft het voldoende maatschappelijk draagvlak? Een paar dagen later kwam Het Parool met een zuur commentaartje, het plan-kinderboek lijkt wel charmant, maar het gaat de gemeente vast weer tonnen subsidies per jaar kosten. Burgemeester en Wethouders zullen het werk van de commissie wel moeten over doen. Zoiets lezend krijgt men het gevoel: houdt het gezeur in Amsterdam dan nooit op? Is iedereen vergeten dat het Grondbedrijf van 1986 tot 1992 bezig is geweest met de herbestemming van de Waag, dat de door de gemeente gekozen kandidaat steeds meer geld vroeg en ten slotte failliet ging, dat er aanzienlijke kosten zijn gemaakt voor, onder meer, een ijzeren inbouw die gelukkig weer is gesloopt, en voor de fundering van een glazen uitbouw die er niet komt?

Bij het onderzoek naar de voet van het gebouw kwam de aansluiting van de middeleeuwse stadsmuur aan de St. Antoniespoort te voorschijn.

Het eerste, en misschien wel het belangrijkste resultaat van de externe adviescommissie, naar haar in januari overleden voorzitter de commissie-Jacobse genoemd, is dat de Waag nu gerestaureerd wordt, zoals een belangrijk middeleeuws monument gerestaureerd dient te worden: zorgvuldig bouwkundig herstel, feitelijk het inhalen van achterstallig onderhoud, verwijdering van niet in het gebouw passende toevoegingen, en het op discrete wijze aanbrengen van de voor elk hedendaags gebruik onmisbare voorzieningen, zoals verwarming, verlichting en sanitair. Wanneer dit alles in orde is, dan heeft zo'n gebouw, waarvan de oorspronkelijke functie verdwenen is - kerk, stadspoort of iets anders - een waarde die niet kan worden gemeten met de maatstaven voor een modern bedrijfsgebouw dat na twintig of dertig jaar, wanneer de stichtingskosten afgeschreven en de installaties verouderd zijn, zonder pijn kan worden vervangen door een ander. Het herstelde monument heeft een waarde van een geheel andere orde, en bij het zoeken van een nieuwe functie gaat het om een bestemming die past in het gebouw en zijn omgeving, en niet om het rendement per vierkante meter en een voor jaren gegarandeerde huuropbrengst. Zó moeilijk te begrijpen is dat verschil in waardestelling toch niet? Je zou het kunnen vergelijken met het verschil tussen een kostbaar Chinees theekopje en een kop en schotel uit een cafetaria, je kunt uit allebei drinken, maar het één moet voorzichtig worden gehanteerd en het ander is zonder moeite te vervangen.

Zestien kandidaten voor huur van de Waag lijkt veel, maar op de keper beschouwd viel het niet mee. Vijf konden zonder meer terzijde worden gelegd. Eén had tweemaal het beschikbare vloeroppervlak nodig, één voorstel werd ingetrokken, één belangstellende was onvindbaar, twee kwamen te laat, en voldeden ook verder niet aan de gestelde voorwaarden.
Die voorwaarden waren duidelijk. Dat was in de eerste plaats het geldende bestemmingsplan dat voor de Waag aangeeft: "openbaar gebouw ten behoeve van onder meer sociale-, culturele- of onder- wijs- en overheidsinstellingen met ruimten voor voorzieningen die voor het goed functioneren van die instellingen noodzakelijk zijn". Dat laatste wil zeggen een ondersteunende horeca-voorziening, zoals elk museum tegenwoordig een koffiekamer heeft.
Een tweede voorwaarde was al in 1986 door het Grondbedrijf gesteld, namelijk "een bestemming die zal leiden tot verlevendiging van de buurt en waarvan voor de omgeving positieve sociaal-economische effecten verwacht mogen worden".
Een volgende voorwaarde was dat de huurder niet bij de gemeente zou aankloppen voor exploitatiesubsidie. Het gebouw zelf stelt zijn eisen: de gebruiker moet begrip hebben voor de monumentale waarden, de vertikale ontsluiting gaat over de oude toren-trappehuizen met hun beperkte maten, en het gebouw moet één duidelijk herkenbare hoofdfunctie krijgen, geen verhuurgebouw worden voor wisselende gebruikers.

Elf kandidaten werden door de commissie-Jacobse uitgenodigd voor een gesprek, ter aanvulling van de tevoren ingezonden documentatie. Het Grondbedrijf was het met de commissie eens dat zes daarvan in aanmerking konden komen, omdat zij niet aan een of meer van de gestelde voorwaarden voldeden. Dat betekende niet dat er geen waardevolle projecten bij waren, bijvoorbeeld een verdienstelijke theatergroep. Deze wilde echter de parterre verdelen in een publieksruimte en een podium met daarachter werkruimte, en daardoor zou het poort-karakter verloren gaan. In verschillende voorstellen was op de parterre een overwegende horeca-functie voorzien, dat zou een "grand-café" moeten worden met verhuurbare ruimten op de verdiepingen, en dat klopt niet met het bestemmingsplan.
Zo bleven er vijf over voor de laatste ronde. Een daarvan was het t.v.-produktiebedrijf Czar Media, dat al kandidaat was geweest voor een tijdelijke huur na het faillissement van de stichting Centrum de Waag. Czar stelde voor, de parterre bij toerbeurt te verpachten aan specialiteiten-restaurants die, elk met hun eigen menu's en bijbehorende decoratie, de benedenruimten zouden gebruiken. Op de verdiepingen komen dan produktieruimten met geavanceerde technieken, en ook zaalverhuur. De commissie is van oordeel dat Czar geen duidelijke hoofdfunctie aan de Waag zou geven, en ook verder niet aan de voorwaarden voldoet. Die hoofdfunctie is wel aanwezig bij het voorstel van de stichting Popmuziek Nederland. Deze stichting wil beneden een informatiecentrum en toegang tot de uitgebreide collectie geluidsdragers. Kantoor- en tentoonstellingsruimte vullen dan de verdiepingen. Het voorstel-Popmuziek past in het bestemmingsplan, maar het publiek zou beperkt blijven tot liefhebbers van dit genre muziek en deze bestemming heeft geen verband met het gebouw of met de buurt.
Een serieuze kandidaat is de stichting Restauratie Monumenten Amsterdam (RMA), die eerst het gebouw in erfpacht wilde krijgen om het, als vervolg op de Olofskapel, zelf te restaureren. Nu de restauratie in opdracht van het Grondbedrijf wordt uitgevoerd, wil RMA hoofdhuurder worden met als onderhuurders Heineken op de parterre, op de verdiepingen een reclame-museum i.o. en een verzameling spaarpotten. De Koepelzaal huisvest in dit plan een toeristische audio-visual "Surprising Amsterdam". Eerdere in de pers verschenen suggesties van de stichting RMA waren een centrum voor milieu-organisaties of een diamant-museum. De combinatie van bestemmingen heeft naar het oordeel van de commissie weinig samenhang en geen verband met het gebouw of met de buurt. Een argument dat bij de defintieve keuze door het gemeentebestuur wel zwaar zal wegen, is echter dat de stichting RMA als enige van de kandidaten een huurgarantie voor 10 jaar in het vooruitzicht stelde.
Het voorstel "Poort van Amsterdam" is afkomstig van een der commissieleden, en in zoverre 'hors concours' dat ook de voorsteller hiervan het Centrum voor het Kinderboek als de best-passende kandidaat aanbeveelt. De commissie vond het echter een waardevolle gedachte die eventueel elders kan worden gerealiseerd. "Poort van Amsterdam" beoogt de toeristen in kort bestek een indruk te geven van het verleden en het heden van de stad met haar culturele rijkdom, door middel van een videopresentatie en op de verdieping wisselende tentoonstellingen uit het bezit van de Amsterdamse musea. De Koepelzaal zou fungeren als studio voor AT5.

Daarmee komen wij terug op het voorstel Centrum voor het Kinderboek als het enige dat voldoet aan de door de gemeente, door het gebouw zelf en door zijn omgeving gestelde eisen. Het woord culturele bestemming is hier niet, zoals veel andere plannen, een soort verpakkingsmateriaal voor café-exploitatie, maar een realiteit die het gehele gebouw en zijn omgeving een nieuwe inhoud geeft. Leren lezen is de toegangsdeur voor onze culturele erfenis. Het gebouw met zijn verrassende ruimten spreekt tot de verbeelding van kinderen en is een geschiedenisles op zichzelf. De parterre wordt deels tentoonstellingsruimte met een informatiebalie, deels café, maar zal na sluitingstijd van de andere functies worden geëxploiteerd als restaurant door een ervaren horeca-ondernemer uit de omgeving. De eerste verdieping bevat kantoorruimte voor een of meer stichtingen op het gebied van jeugd-literatuur, verder exposities en bibliotheek, de Koepelzaal is bestemd voor lezingen, prijsuitreikingen en dergelijke. De Universiteitsbibliotheek en de Openbare Leeszaal stellen materiaal uit hun collectie en deskundige medewerking beschikbaar. Daarmee rekening houdend wordt in de begroting geen exploitatiesubsidie van de gemeente voorzien, en is het jaarlijkse huurbedrag geraamd op ƒ 125.000. Als centraal ontmoetingspunt tussen het bouwkundig en economisch herstel van de Zeedijk en de herbouw van de Nieuwmarktbuurt belooft hier een instituut te ontstaan, dat een voortdurende bezoekersstroom zal trekken, zowel uit de buurt als, via de metro, uit de hele stad en daarbuiten. Er is al een enthousiaste brief gekomen van een Engelse uitgever die in zijn fonds uit het Nederlands vertaalde kinderboekjes heeft. "Zonder twijfel staan Nederlandse boeken voor jonge lezers op de voorste rij van wat er in de hele wereld op dit gebied gaande is", schreef hij. Je kunt dat natuurlijk allemaal van tafel vegen: passend gebruik van een monument, kinderliteratuur, leespromotie, internationale erkenning en meer van dergelijke mooie zaken, maar wat koop je er voor? Er blijft dan slechts één vraag over: zijn ze wel goed voor de huurcenten? Ongetwijfeld een klemmende vraag bij de dagdromen over de miljarden voor de IJ-oever.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 139, april 1993)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.