Gouden kiezen

In Het Parool van 6 januari 1996 besteedt Marina de Vries veel aandacht aan invullingen in de Amsterdamse binnenstad. In de robuuste straatwanden van de binnenstad vallen herhaaldelijk gaten, alsof er zojuist een groot aantal kiezen is getrokken. Zij deelt de algemene vrees dat nieuwbouw de historische eenheid van de binnenstad verbrijzelt. Er zou geen antwoord bestaan op de vraag, in welke stijl de nieuwe gevel het best zou kunnen worden opgetrokken. Er zijn talloze variaties op het moderne eigentijdse bouwen, het neo-modernisme, de 'high-tech' of het post-modernisme. Aan de andere kant staat het historiserende bouwen, waarbij in het meest extreme geval een oude gevel steentje voor steentje voor een nieuwbouwpand wordt herbouwd.
Een gaatje in de gevelwand Nieuwe Herengracht

Vervolgens geeft zij vijf voorbeelden van topinvullingen van de laatste jaren: Prinsengracht 151 (Soeters, 1979), Rokin 99 (Van Schijndel, 1990), Recht Boomssloot 3 (Nust, 1992), Binnen Wieringerstraat 8 (Claus & Kaan, 1992) en ten slotte Hazenstraat 4-8 (Dijkman en de Reus, 1995).
Deze vijf voorbeelden zouden de "gouden kiezen" zijn in het gehavende gebit van de binnenstad. Mijn eerste probleem is dat niemand, maar dan ook niemand in onze cultuur trots is op gouden kiezen. Kiezen zijn meestal achter in de mond geplaatst en laat je anders dan je tanden zelden zien. Gouden tanden klinkt al heel anders, minder aan trekkelijk en minder positief.

Het goedgekeurde bouwplan voor Nieuwe Herengracht 115 dat punt voor punt in strijd is met de door het Welstandstoezicht zelf opgestelde toetsingscriteria.

In het voormalige Oostelijk havengebied van Amsterdam worden op het Java-eiland drie grachten gegraven. De grachten krijgen ook grachtenhuizen. Er wordt daar gewerkt met een vaste perceelsbreedte, zoals aan de grachten, en ook de hoogte is in overeenstemming met de binnenstad. Er wordt daar gewerkt met een groot aantal architecten en hoewel de architecten persoonlijk meer dan n pand mogen ontwerpen, krijgt niemand twee bouwplaatsen naast elkaar. Een en ander uiteraard om eenvormigheid te vermijden en om in de huidige tijd een illusie te geven van ambachtelijk bouwen. Grachtenhuizen doen het waarschijnlijk ook erg goed in de advertenties. Het Java-eiland, en dat gaat ook op voor de overige nog te ontwikkelen bouwplaatsen in het voormalige Oostelijk havengebied, lijkt mij bij uitstek geschikt om 'high tech', neo-modernistisch of post-modernistisch getinte experimenten een kans te geven.
In de binnenstad met de status 'Beschermd stadsgezicht' en in ieder geval de hoofdgrachten, de Bloemgracht en de vrijwel gave gevelwand van de Nieuwe Herengracht zouden best de bewaarde geveltoppen herplaatst mogen worden. Dit is niets nieuws, want sinds het ontstaan van Amsterdam is nog bruikbaar materiaal opnieuw gebruikt. Als dit herbouwen historiserend is, dan moet dat maar. Veel liefhebbers van Amsterdam - en wie is dat niet? - doet men daar geweldig veel plezier mee.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 156, februari 1996)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.