Wethouder Guusje ter Horst: "Ik wil terug naar duurzaam materiaal"

Zinnen om in te lijsten:
"Een ruimte krijgt kwaliteit doordat ze leeg is, doordat er niet te veel op en in staat. De visuele aantrekkelijkheid van de binnenstad komt pas tot haar recht als er weinig aan wordt toegevoegd."
Ze staan in de nota 'Ruimte voor kwaliteit' van de Dienst Binnenstad Amsterdam. Tegenover me zit Guusje ter Horst (PvdA), de wethouder die onder andere verantwoordelijk is voor die openbare ruimte.

Ik citeer bovenstaande passage en zeg dat onder haar "bewind" dus nooit toestemming zou zijn gegeven voor bijvoorbeeld de reconstructie van Damrak en Rokin, waarbij alles is gedaan om de aandacht van de binnenstad zelf af te leiden. Een lach is het antwoord: "Toen daarover werd beslist, was ik weliswaar geen wethouder, maar ik zat wel in de gemeenteraad. We hebben er in de fractie over gesproken en ik weet nog dat Piet (Jonker, de PvdA-wethouder van economische zaken FH) zoiets had van 'Moet dat nou?'. Ik had zelf ook zoiets. Je hebt gelijk, maar je moet ook rekening houden met de tijdgeest van toen. Het zit niet in mensen, het zit in een proces. Overal in de wereld zie je nu dat bij het werken aan de openbare ruimte een soort rust optreedt, dat er minder met tierlantijnen wordt gewerkt. Toen de besluiten over Damrak en Rokin werden genomen, was die omslag er nog niet." De nieuwe visie is al zichtbaar in de binnenstad. Na de reconstructie van het Spui ging een zucht van opluchting op over het resultaat. De Dam en het Koningsplein zullen het volgende voorbeeld worden. Begin volgend jaar wordt de eerste stap gezet bij het opknappen van de Dam. Het plein lijkt nu een uitstalkast van fabrikanten van borden, palen en kastjes. Die etalage wordt zo leeg mogelijk gemaakt en het asfalt vóór het Paleis wordt vervangen door keitjes. Ook de verlichting wordt veranderd. De lantaarnpalen voor het Paleis blijven staan, maar op het plein worden de palen vervangen. Voor de nieuwe lantaarnpalen had de Dienst Binnenstad het oog laten vallen op gekopieerde oud-Berlijnse lantaarnpalen. Maar die komen er niet.
Guusje ter Horst: "We zijn met onze plannen naar het Comité Dam gegaan, een groep van belanghebbende en geïnteresseerde burgers. Hun antwoord was duidelijk: 'Die Duitse lantaarnpalen, daar zien we niet veel in. Dat is te veel cataloguswerk.' Ik heb me dat aangetrokken. We willen van de Dam het mooiste plein van Nederland, zo niet van West-Europa maken, het moet een plein worden dat zich van gevel tot gevel uitstrekt zonder storende hindernissen. We gaan nu naar alternatieven kijken en die worden ingepast in het 'masterplan' dat door Simon Sprietsma, de man die ook het Spui heeft gedaan, wordt opgesteld.

Hebt u er wel eens aan gedacht om voor de verlichting de negentiende-eeuwse Amsterdamse kroonlantaarns te gebruiken? Het Historisch Museum heeft een exemplaar en het Energiebedrijf heeft schitterende replica's gemaakt die op het bedrijfsterrein aan de Spaklerweg zijn te zien.
De wethouder kijkt verbaasd. Noteert wat gegevens en zegt dat ze de informatie aan de architect zal doorgeven. (Zie: Kroonlantaarns op de Dam?)
De wethouder wil in de toekomst zoveel mogelijk oud en goed materiaal gebruiken voor werkzaamheden in de binnenstad. "Er verdwijnen bijvoorbeeld bij het slopen van oude wallenkanten nog dingen die je heel goed opnieuw kunt gebruiken en die de stad er fraaier op maken. Ik wil terug naar duurzame materialen. Ik wil eigenlijk ook af van die betonnen stenen, daar moeten echte klinkers voor in de plaats komen."
De plannen voor de Dam zullen stapsgewijs worden uitgevoerd. Er is totaal tien miljoen voor gereserveerd.
Guusje ter Horst: "De Dam zou eigenlijk nu niet aan de beurt zijn. Ik heb toen in het College van B. en W. gezegd dat je eigenlijk niet langer kunt wachten en ik heb toen de Eurotop die volgend jaar juni in Amsterdam wordt gehouden, aangegrepen om nog vóór die topconferentie met een deel van het werk te beginnen. Dit jaar en volgend jaar wordt het totale plan uitgewerkt, maar als eerste gaan we het asfalt verwijderen, de overbodige masten zullen verwijderd worden. De nieuwe lichtmasten zullen echter niet vóór juni 1997 geplaatst worden. Bij de nieuwe Dam hoort trouwens ook nieuw straatmeubilair. Er komen bankjes met in het midden damborden."

Een ander groot werk, waarmee de wethouder snel wil beginnen, is het opknappen van de Nieuwendijk en de stegen die daarop uitkomen. "Naar een Nieuwe(n)dijk" heet de nota die de Dienst Binnenstad daarover heeft uitgebracht. Na de herprofilering van Damrak, Rokin en Kalverstraat toont de Nieuwendijk als een achtergebleven winkelstraat. De enigszins verloederde uitstraling van de straat heeft direct verband met de sociale onveiligheid daar. Samen met ondernemers en eigenaren van panden wil de gemeente een serie maatregelen nemen om van het lelijke eendje een mooi beestje te maken. Betere verlichting, herprofilering en het verwijderen van reclame die niet voldoet aan de gemeentelijke regels, ziedaar enkele van de vele maatregelen die in de nota worden genoemd. Ook zal geprobeerd worden om het grote aantal lege etages boven de winkels geschikt te maken voor bewoning. Het verwijderen van lelijke reclameobjecten zal zich niet tot de Nieuwendijk beperken. Guusje ter Horst: "Heel lang was het streven erop gericht om maximale reclameinkomsten te krijgen. Dat betekende veel reclame die vaak slecht onderhouden wordt en op verkeerde lokaties staat. Daar moet een eind aan komen." Op de lijst van te verwijderen objecten staan onder andere afficheborden, driehoeksborden, glas- en papierbakken, reclamevitrines, schakelkasten, illegale vlaggen en spandoeken en ... reclame op rijdende voertuigen.

En de reclame op de trams?
"Ja...goh...dat is moeilijk. Je kan zeggen dat het geld dat die reclame oplevert weer wordt gebruikt voor publieke doelen. Wij willen reclame-auto's weren... je kan zeggen dat die auto's vervuilend zijn en trams niet bovendien gaat het om auto's die alleen voor reclame worden gebruikt, de trams fungeren niet uitsluitend als reclameobjecten. Maar stel dat de gemeente een goed lopend vervoerbedrijf had en stel dat die reclame-inkomsten niet nodig waren, dan zou ik overwegen om ook reclame op de trams aan te pakken." Overigens zal de gemeente door het nieuwe reclamebeleid jaarlijks 330.000 gulden aan reclame-inkomsten kwijtraken, omdat een aantal objecten dat de gemeente voor reclamedoeleinden verhuurt, zal verdwijnen.

De wethouder wil de straat zoveel mogelijk aan de Amsterdammers teruggeven. "Ik wil de straten zo inrichten dat de autowerende objecten verdwijnen. De stoepen moeten terugkomen, maar de vraag is, of dat voldoende is. Moet je toegeven aan het slordige gedrag van automobilisten? Er zal extra controle nodig zijn om die groep in toom te houden. Trouwens, ook op andere gebieden is meer geld nodig voor toezicht. Twee ambtenaren controleren in de binnenstad de reclames aan de gevels. Dat is te weinig. Er moet meer geld voor komen. Het is een kwestie van prioriteiten en daar zal ik nog zeker met B. en W. en de gemeenteraad over praten."

Moeten de haring- en bloemenstalletjes de binnenstad uit?
"Daarover bestaat een groot misverstand. Anders dan steeds wordt gesuggereerd, blijven ze in de stad. Er is geen sprake van dat ze wegmoeten. Wel vind ik dat deze kramen die niet op markten staan, aan een aantal voorwaarden moeten voldoen. Zo staat er in het ambtelijk voorstel dat stallen op bruggen op den duur moeten verdwijnen. Het gaat dan om totaal 10 kramen. En in totaal moeten 22 van de 45 stallen naar een andere plek, omdat er ook nog twee stallen op verkeersgevaarlijke plekken staan. Maar ze blijven in de binnenstad. Op dit moment bekijk ik, in hoeverre ik aan de wensen van de kraamhouders tegemoet kan komen zonder afbreuk te doen aan het beleid dat we voor de binnenstad willen."

Tot slot de traditionele vraag: waar ergert u zich het meest aan in de binnenstad?
"De gebrekkige staat van onderhoud. De reiniging werkt goed. De binnenstad is, vergeleken met enkele jaren geleden, een stuk schoner, maar die straten met kuilen, die Amsterdammertjes die scheef staan. Er is te weinig geld voor het onderhoud van de straten. Je hebt geld voor herprofilering van straten, maar twee jaar nadat zo'n werk is uitgevoerd, begint de verloedering weer op te treden. Dat komt vooral door het verkeer. Ik vraag me af, of het niet mogelijk is, de klinkers op een bedje van cement te leggen. Het nadeel is dat je niet meer zo makkelijk de straat kunt openbreken. Maar de huidige situatie kan ook niet gehandhaafd blijven. Twee jaar na herprofilering moet je vaak weer opnieuw aan het werk, maar het duurt dan nog jaren voordat zo'n straat weer voor herprofilering aan de beurt is. En ondertussen nemen de kuilen toe. Waar ik me ook aan erger dat is aan het verkeersgedrag van automobilisten. Vreselijk!"

Frans Heddema

(Uit: Binnenstad 161, dec. 1996)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.