Parkeergarage achter Prinsengracht 309

Diep de grond in

Het bouwblok Westermarkt-Keizersgracht-Reestraat-Prinsengracht bevat 78 panden, waarvan er 54 vermeld zijn in het rijksmonumentenregister. Het Hotel Pulitzer beslaat 9 percelen aan de Prinsengracht en 4 aan de Keizersgracht. Het Pulitzercomplex staat er nu al 25 jaar. De zorgvuldige werkwijze van de architect Bart van Kasteel, wiens naam ook verbonden blijft aan de Schuttersgalerij van het Amsterdams Historisch Museum, geldt nog steeds als voorbeeld van de manier, waarop een nieuwe bestemming in oude huizen kan worden ingevlochten, zonder het stadsbeeld te schaden. Om het voor een hotel gewenste voorpleintje te maken is de voorgevel van Prinsengracht 323 enkele meters teruggelegd, een ingreep die nauwelijks opvalt in de gevelwand. De ruimte tussen de achtergevels is tuin gebleven, al loopt er een grotendeels glazen gang van de panden aan de Prinsen- naar die aan de Keizersgracht. Nu dreigt het echter toch mis te gaan in het bouwblok.
Voorgevel van Rijksmonument Prinsengracht 309. Het pand werd gebouwd als pastorie van de O.L. Vrouwekerk aan de Keizersgracht. Vooruitlopend op de bouwvergunning is het gedeeltelijk gesloopt.

Het gevaar zit ditmaal niet in dissonante gevelprojecten of dakopbouwen, maar in de grond. Alle Amsterdamse gebouwen die ouder zijn dan ongeveer 60 jaar, staan op houten palen, voor zover de funderingen niet in onze tijd met beton zijn versterkt. Die houten palen moeten worden geheid tot ze "op stuit staan", 13 meter diep, op de tweede zandlaag. Op 6 m ligt het "boerenzandje", dat in de middeleeuwen werd gebruikt voor z.g. slietenfunderingen. Op plekken waar de tweede zandlaag te weinig weerstand biedt, of voor een extra zwaar gebouw, moet dieper worden geheid, tot minstens 20 m, en dat kan alleen met betonpalen. Onder de stad loopt een oeroude stroomsleuf, waar de gebruikelijke tweede zandlaag te zwak is. Door de vele sonderingen is daarvan het beloop in kaart gebracht.
Het zwakke punt van de houten funderingen zit in de kop, de muurplaat en de kespen, waarop het metselwerk is opgetrokken. Die constructie moet veilig onder het grondwater blijven liggen; anders gaat het hout rotten en dan verzakken de muren. Onlangs verscheen een, in opdracht van de gemeentelijke dienst Riolering en Waterhuishouding, door Kees Hogenes geschreven boek "Costelyck Stadswater, geschiedenis van de Amsterdamse waterhuishouding in vogelvlucht". Het is een grondig en goed geïllustreerd werk, waarin onder meer de problematiek van de grondwaterbeheersing wordt behandeld. De bouw van diepe kelders voor parkeergarages, het slaan van damwandschermen en de bemaling van bouwputten beïnvloeden de grondwaterstand in de omgeving. Daardoor ontstaat het gevaar dat de paalkoppen in de buurt van het bouwwerk niet meer door het grondwater worden beschermd en dat kelders in de omgeving lek raken, omdat de opwaartse grondwaterdruk, waarop de constructie was berekend, wegvalt. Dat is onder meer bij veel huizen gebeurd rondom de ABN-bouwput in 1969. Daar moest de twee lagen diepe parkeerkelder, tijdens een stagnatie van het werk, ijlings onder water worden gezet, omdat wegens het nog ontbreken van de bovenbouw het betonnen gevaarte omhoog werd gedrukt.

Dat het voornemen om in de tuin achter Prinsengracht 309 een vijf lagen diepe parkeergarage onder de grond te bouwen onrust heeft gewekt bij de omwonenden, spreekt vanzelf. Het plan leek zo onschuldig. Een projectontwikkelaar is voornemens om de monumenten Prinsengracht 299-311 te restaureren en daar 36 appartementen tot stand te brengen. Dergelijke appartementen worden rond een ton meer waard als er een inpandige parkeerplaats bij hoort. De gemeentelijke norm staat één plaats per twee woningen toe. De garage zal 49 plaatsen bevatten, 15 bewoners hebben recht op een plaats, verder is er ruimte voor de gasten van Pulitzer.
Het bijzondere van het plan is dat het uitgaat van het zogenaamde pallet-systeem: de auto's worden via een lift automatisch naar hun plaats gebracht, zodat er geen op- en afrittunnels nodig zijn. Op de Prins Hendrikkade voor het Barbizon Hotel is al zo'n lift-garage gebouwd. Er is één formeel obstakel, een kleinigheid maar, het bestemmingsplan geeft aan dat het binnenterrein tuin moet blijven en een parkeergarage kan bezwaarlijk als tuin gelden, ook al komt er een laag aarde op het dak, waarin nog wat struiken kunnen worden geplant. Daarom heeft de gemeenteraad het "voorbereidingsbesluit" genomen voor een z.g. postzegelplan dat aan het voor de bouw vereiste stuk grond de bestemming garage moet geven. Voor Woningdienst, Parkeerbeheer en Economische Zaken is het een goed initiatief: nieuwe woningen (ook al moeten er in de te restaureren panden wellicht goedkope woningen voor verdwijnen), minder parkeerplaatsen op straat en een forse particuliere investering ten dienste van de hotelgasten. In het voorbereidingsbesluit staat dat tegen de ingang door Prinsengracht 309 geen stedebouwkundige bezwaren bestaan. Of er bezwaren van monumentenzorg zijn, wordt niet vermeld. Prinsengracht 309 is wél een rijksmonument, maar op een eventuele sloopvergunning is vast een voorschot genomen. Of er advies is gevraagd aan de toch bekend deskundige ambtenaren van Grondmechanica en Waterhuishouding over de trillingsrisico's bij het inheien van een damwand die, naar verluidt, 25 m diep de grond in moet, en over de risico's die een 13 m diep betonlichaam meebrengt voor de grondwaterstanden, en daarmee voor de omringende oude paalfunderingen, wordt niet vermeld in de voordracht over het voorbereidingsbesluit. Vlak achter het beoogde bouwterrein staat de onlangs met subsidie gerestaureerde neo-gotische O.L. Vrouwekerk en de Westertoren staat op 100 m afstand. Schadeclaims na de bouw van de ABN-parkeerkelder aan de Vijzelstraat, die maar twee lagen diep is, zijn afgewezen, omdat niet met zekerheid kon worden bewezen dat de barsten in de kelders in de omgeving veroorzaakt waren door de bemaling van de bouwput.

Het gaat niet alléén om de financiële risico's voor de omwonenden. Wordt de parkeerkelder achter Prinsengracht 309 toegestaan, dan hebben alle projectontwikkelaars een precedent om zoiets óók te doen. Dat is een regelrechte bedreiging voor de tuinruimte, die van zo grote waarde wordt geacht in de dichtgebouwde oude stad, en voor de standzekerheid van de monumentale huizen.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 164, juni 1997)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.