Het beschermde stadsgezicht bij de verkiezingen

Bestuursleden van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, de Bond Heemschut, het Genootschap Amstelodamum en de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad vragen bij de voorbereiding van de Gemeenteraadsverkiezingen-1998 aandacht voor de volgende stellingen:
  1. Het raadsbesluit over het beschermde stadsgezicht zal een voor de kiezers ook politiek herkenbare invulling moeten krijgen, welke aansluit bij vroegere raadsbesluiten om in de Nieuwmarktbuurt en in de Jordaan de historische stratenstructuur te handhaven.
  2. Aangenomen mag worden dat de meerderheid van de Amsterdamse kiezers in de binnenstad de voorkeur geeft aan het straatbeeld van, bijvoorbeeld, het vernieuwde Spui of de Zeedijk, boven dat van de Weesperstraat. De monumentale binnenstad is het visitekaartje van de regio Amsterdam in binnen- en buitenland. Vooral: een stedelijk centrum, waarin alle stadgenoten zich kunnen thuisvoelen.
  3. Het voorgaande houdt in dat het bouwbeleid, het vestigingsbeleid en het verkeersbeleid zich mr dan voorheen harmonisch moeten voegen naar de bestaande stad. Voortgaande vervanging van het historische stadsbeeld door gebouwen in de trant van het voormalige Maupoleum (de beleidslijn "Kanjers en Knoerten"), betekent het prijsgeven van het gemeenschappelijk cultuurbezit.
  4. Het gemeentebestuur beschikt door middel van bestemmingsplannen, bouwvergunningen en bouwtoezicht over het instrumentarium om de ontwikkelingen in de hand te houden. De ingeslopen praktijk dat bestemmingsplannen worden aangepast aan particuliere wensen, welke het stadsgezicht schaden, is in strijd met de strekking van de Wet Ruimtelijke Ordening, en zeker in strijd met het beschermde stadsgezicht.
  5. Het beschermde stadsgezicht wordt - terecht - aangeduid als een kwaliteitscriterium. Dit moet worden gepreciseerd als een historisch kwaliteitscriterium, gebaseerd op een analyse van de stedebouwkundige structuur en de cultuurhistorische karakteristieken. Ook in Teleport en aan de Ringweg gelden kwaliteitscriteria; deze zijn echter van andere aard.
  6. De voor de binnenstad karakteristieke menging van functies kent een voortdurende accentverschuiving tussen wonen en werken. Dat economische functies die veel ruimte nodig hebben, verhuizen naar de Ringweg, Teleport en Zuid-Oost waar zij beter zijn gehuisvest, hoeft niet nadelig te zijn voor de binnenstad. Voorwaarde is wel dat de binnenstad in andere sectoren voldoende werkgelegenheid biedt. Dat betreft onder meer: een gevarieerd winkelbestand, kleinere dienstverlenende en ambachtelijke bedrijven, onderwijs, horeca, en vooral de kunstensector. Het woningbestand in de binnenstad moet variatie in huurprijzen houden, ruimere subsidiemogelijkheden zullen daarvoor nodig zijn.
  7. Een lange-termijnbeleid voor de binnenstad moet gentegreerd zijn in een visie op het func tioneren van het nu beschermde centrum binnen het gehele stedelijke gebied, de binnenstad moet het hart van het stadsleven blijven, en niet als een eiland worden behandeld.
    Op lange termijn is het historische karakter van de binnenstad in aanleg en bebouwing het kostbaarste cultuurbezit van de gemeente en haar bewoners.

(Uit: Binnenstad 166/167, nov. 1997.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.