Toverspreuken over het beschermde stadsgezicht V

Historiseren

Even ongerijmd als de bezweringsformule ‘de binnenstad mag geen openluchtmuseum worden’ is het misprijzende gebruik van ‘historiseren’. Dat woord moet met nauw verhulde afkeer worden uitgesproken, alsof het iets héél onfatsoenlijks betreft, op zijn minst niet politiek correct. Geldt dat ook buiten het hoofdstuk bouwen in de binnenstad? Muziekinstrumenten van eeuwen geleden worden exact nagebouwd, er bestaat een festival voor oude muziek, en een beroemd ‘Orkest van de 18de eeuw’. Dat hoofdstuk van de muziekpraktijk kan met recht ‘historiseren’ worden genoemd, niemand zal daarvan het bestaansrecht ontkennen, terzijde van het bestaan van popmuziek. En dichters die het klassieke rijmschema van het sonnet hanteren? Lees Ida Gerhardt.
Bij het bouwen binnen een algemeen als waardevol erkend stadsbeeld, zoals onze binnenstad, krijgt historiseren ineens een negatieve lading. Waarom? Elk spoor van argumentatie ontbreekt, de architectuurgeschiedenis demonstreert het tegendeel. De Romeinen namen de zuilen en timpanen van de Grieken over, de Romaanse bouwmeesters deden hetzelfde met de tongewelven, de pilasters en de boogstellingen van de Romeinen, de renaissance-architecten bestudeerden met passer en meetlint de zuivere proporties van de ruïnes uit de oudheid, en de neogotiek, nu opnieuw hoog gewaardeerd, keken met bewondering naar de gebouwen uit de 12de en 13de eeuw. Kortom, het gaat om een voortdurend proces, waarbij, afhankelijk van tijd en plaats, het accent nu eens ligt op continuïteit en dan weer op verandering. Teruggrijpen en voortbouwen op bewonderde voorgangers heeft er altijd bij gehoord. De aanwijzing tot beschermd stadsgezicht bevestigt dat in de Amsterdamse binnenstad de factor continuïteit prioriteit verdient, anders valt er op termijn niets meer te beschermen.

Wie daartegen de term ‘historiseren’ als principiële afkeuring gebruikt, gaat ervan uit dat zijn toehoorders of lezers in cultuurhistorisch opzicht analfabeten zijn, die zijn onzin voor zoete koek moeten slikken. Een totalitair trucje, waar machtsmisbruikers altijd sterk in zijn geweest.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 168, jan. 1998.)

Meer lezen:
[Toverspreuken I: Openluchtmuseum]
[Toverspreuken II: Dynamiek]
[Toverspreuken III: Reconstrueren]
[Toverspreuken IV: Eigentijds]
[Toverspreuken VI: Bevriezen]
[Toverspreuken VII: Slot]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.