Keurtuinen

Het ontwerp-bestemmingsplan Rembrandtplein en omgeving bevat een reeks vertrouwenwekkende bepalingen over de keurtuinen. Daarvan moeten de bijzondere cultuurhistorische waarden worden behouden en hersteld. In lid 7 van artikel 6 wordt echter een schroef uit die constructie losgedraaid: "Wijzigingsbevoegdheid: de gemeenteraad is bevoegd ... de bestemming te wijzigen ten einde onder de in lid 1 bestemde gronden te bouwen ten behoeve van een parkeervoorziening, mits a) de bijzonder cultuurhistorische waarde van de keurtuin niet in onevenredige mate wordt aangetast en b) het dak van de parkeervoorziening minimaal l meter onder het omringende maaiveld is geprojecteerd, waardoor het gebruik in de daarboven gelegen gronden als tuin of groenvoorziening niet wordt verhinderd".

Die passage herinnert aan de gemeenteraadszitting van 8 juli 1964. Veel grote grachtenhuizen die sindsdien hun woonfunctie hebben teruggekregen, waren toen nog in gebruik als kantoren, waarvan de directieleden hun auto wilden parkeren in de tuinen. Dat zou in strijd zijn met de uit 1612 daterende keur, waarin de rooilijnen in de grachtengordel werden vastgesteld. In de Bouwverordening was die bepaling nog van kracht als een "voorschrift ex art. 43 der Woningwet voor de oude stad". Dat aan handhaving van dat voorschrift in de vooroorlogse jaren, toen "cityvorming" nog als toekomstbeeld gold, nogal wat ontbroken had, tonen heel wat geheel of gedeeltelijk dichtgeslibde en verwaarloosde erven.
Wethouder Den Uyl wilde die lijn voortzetten en legaliseren door aan het College de bevoegdheid tot vrijstelling van de oude keur te verlenen. Met een zeer krappe meerderheid wees de Raad dat voorstel af: in de op de desbetreffende kaart aangegeven blokken in de grachtengordel moesten de erven worden aangelegd en onderhouden als tuinen, zoals de vroede vaderen in 1612 hadden bepaald. In de publicatie "Wat gebeurt er met de keurblokken?" van Vera Amende en Addy Stoel, uit 1979, is de hele geschiedenis nauwkeurig beschreven. Beide auteurs maken deel uit van de Werkgroep Keurblokken van het Wijkcentrum d'Oude Stadt, die scherp waakt tegen de telkens opnieuw opduikende pogingen om toch in de tuinruimte te parkeren. In Binnenstad 166/167 staat het verhaal over het recente geval Keizersgracht 361 t/m 381. De in vakantietijd dienstdoende wethouder, kennelijk niet op de hoogte, had voor het binnenterrein een parkeervergunning afgegeven. In kort geding werden het wijkcentrum en de omwonenden door de rechter in het gelijkgesteld: dat mag niet.

Het genoemde wijzigingsartikel in het ontwerp-bestemmingsplan Rembrandtplein en omgeving opent opnieuw een gat in de bescherming. Voor de bouw van een ondergrondse garage moet om te beginnen de bestaande beplanting worden verwijderd, en wanneer de overlast van de bouw achter de rug zal zijn, blijft de luchtvervuiling door afvalgassen. Een laag aarde, waarin wel gras, maar geen boom kan wortelen, is als schaamdoekje onvoldoende, en wie bepaalt, of de cultuurhistorische waarden van een keurblok in evenredige of in onevenredige mate wordt aangetast? Voor de aspirant-bouwer die een ton per parkeerplaats hoopt te vangen, staat het antwoord bij voorbaat vast.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 169, maart 1998)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.