Brug nr. 35

Brug nr. 35
(Foto: Bureau Monumentenzorg)
Over de Herengracht langs de Amstel ligt een van de oudste stenen drieboogbruggen van de stad, gedateerd 1728. Van de 49 bruggen in de binnenstad die als monument worden beschermd, behoort brug 35 tot de belangrijkste. Dat het ruim 250 jaar oude metselwerk, gebouwd voor voetgangers en rijverkeer met paard en wagen, maar nu blootgesteld aan het gewicht en de trillingen van personen- en vooral vrachtauto's, aan herstel toe is, kan niemand verbazen. Bovendien verkeren de aansluitende walmuren in slechte staat; deze zijn van hun fundering afgeschoven en worden naar buiten gedrukt door de boomwortels.

In 1974-'75 zijn al versterkingen aangebracht, maar deze hebben, zo lezen wij in de brief van wethouder Ter Horst, zettingen veroorzaakt, waardoor de brug op de landhoofden is gaan scheuren. Blijkbaar hebben de ingenieurs toen onvoldoende aandacht besteed aan de botsende eigenschappen van beton en van oude, met kalkspecie gemetselde bakstenen. De technici hebben nu voorgesteld, de bestaande brug geheel te vervangen door een betonconstructie in de bestaande vorm, omkleed met metselwerk. Van het afkomende materiaal kunnen dan wellicht enige onderdelen van natuursteen en smeedijzer opnieuw worden toegepast. "Naar de mening van Monumentenzorg", zo staat in de brief, "is dit niet meer dan een 'historiserend jasje', de brug moet volgens hen met de oorspronkelijke materialen gerestaureerd worden". Dat is zelfs goedkoper, maar dan duurt het 25 jaar tot er opnieuw in de brug geïnvesteerd moet worden, en de betonbouwers beloven met hun aanpak een levensduur van 80 jaar. De toch vrij essentiële vraag naar de verwachte verkeersdruk in de historische stad over 25 of 80 jaar, komt in het stuk niet ter sprake. Het College kiest voor aangekleed beton, met het oog op de precedentwerking.
Er staan nóg 11 oude boogbruggen op de gemeentelijke monumentenlijst, en hoeveel zou restauratie, in tijdsduur gemeten, méér gaan kosten? Naar dat klemmende vraagstuk wordt een onderzoek ingesteld. Wethouder Ter Horst deelde de Commissie van bijstand mee dat B. en W. overwegen, van elk van de historische brugtypen één authentiek voorbeeld te behouden. Dat staaltje van benepen boekhoudersmentaliteit was de raadscommissie toch te gortig. Een van de leden vroeg sarcastisch "of het College soms ook overwoog om van elk geveltype maar één voorbeeld te bewaren". Dan was Amsterdam meteen af van al dat gezeur over monumenten en een beschermd stadsgezicht. De commissie wees het voorstel af en koos voor de monumenten-aanpak. Het Amsterdam-Overleg had in een brief van 30 januari jl. aan de commissie gevraagd in die geest te willen besluiten.

Twee kanttekeningen onzerzijds. De vroegere afdeling Bruggen van de Dienst P.W. heeft in de jaren zestig heel wat boogbruggen herbouwd, gewoonlijk ter vervanging van de op het eind van de vorige eeuw, in het belang van het toenemende rijverkeer, verlaagde bruggen, die inmiddels versleten waren. Dat waren betonconstructies, inderdaad in een 'historiserend jasje'. Daar is op zichzelf niets tegen; de eenheid van het stadsbeeld is er onmiskenbaar door verbeterd. Van dichtbij gezien is echter de afwerking nogal hard, duidelijk werk van bruggenbouwers, niet van monumentenzorgers.
Brug nr. 35 is echter authentiek. De handgevormde, in veldovens gebakken, door 270 zomers en winters gepatineerde baksteen heeft een 'huid' gekregen die niet is te vervangen. De raadsleden hebben dat beter begrepen dan Burgemeester en Wethouders die zich slechte beheerders van het cultureel erfgoed hebben getoond.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 170, mei 1998.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.