Herziening bestemmingsplannen

De binnenkort verwachte aanwijzing van de binnenstad tot beschermd stadsgezicht verplicht de gemeente om bestemmingsplannen met een beschermende strekking vast te stellen. Dat is een omvangrijk karwei. Er zijn niet minder dan 43 bestemmingsplannen van kracht binnen de Singelgracht en het IJ. Deze moeten op één lijn worden gebracht.

Bescherming van cultuurhistorische waarden is voor de Dienst Ruimtelijke Ordening (DRO) nooit een prioriteit geweest. Daar gaat het eerst om verkeer, wonen, werken en - als het even kan - recreatie: de vier functies die zich volgens de ClAM-doctrine zoveel mogelijk gescheiden moeten ontwikkelen. In de binnenstad gaat het daarentegen om een optimale menging van functies en hier komt nu de eis bij: volgens een eeuwenoude vorm en structuur die voor heel andere behoeften was ontworpen. Stadsvernieuwing in de zin van "wij geven de oude stad een nieuw, eind 20ste-eeuws gezicht", moet plaatsmaken voor een herkenbaar beschermingsbeleid in de zin van de Monumentenwet.

De eerste poging in die richting zijn de onlangs ter inzage gelegde ontwerp-bestemmingsplannen Leidse- en Weteringbuurt en Rembrandtplein en omgeving. Een werkgroep van de Dienst Binnenstad heeft daarvoor plattegronden gemaakt die per pand de graad van beschermingswaardigheid aangeven. Omdat deze beide bestemmingsplannen als voorbeeld moeten dienen voor de volgende, zijn de stukken vanuit "het veld" met kritische aandacht bekeken. Het Wijkcentrum d'Oude Stadt heeft een "zienswijze" ingediend, waarin in het bijzonder ten aanzien van de keurtuinen de lacunes punt voor punt zijn aangegeven. Onze vereniging sloot zich daarbij aan. Ook het Kerkstraat-Comité en individuele bewoners hebben hun bezwaren op schrift gesteld. Het concept Leidse- en Weteringbuurt was het vorige jaar al voorgelegd aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Gedateerd 10 juni 1997 antwoordde de rijksdienst met een uitvoerige brief, waaruit wij enkele punten noemen. Het concept, zo stelt de rijksdienst, ontleent een aantal aspecten die een effectieve bescherming van de aanwezige stedenbouwkundige, architectuur- en cultuurhistorische waarden waarborgen. Het concept bevat vooral een stuk geschiedenis, maar géén inventarisatie en analyse van de structuur en de typologie. Door het ontbreken daarvan worden karakteristieke ruimtelijke elementen onvoldoende op waarde geschat, terwijl ze wél in de voorschriften geregeld zouden moeten worden. Dit betreft onder meer de hiërarchie van grachten en straten, de boombeplanting, de stoepen-zone en het bestratingsmateriaal.
Bijzondere aandacht verdienen de keurtuinen. Op de monumentenkaart wordt uitgegaan van de bestaande achtergevelrooilijnen. Op de algemene plankaart is daarentegen de achtergevelrooilijn rechtgetrokken ten behoeve van de bebouwing en ten koste van de keurtuinbestemming. De plankaart dient te worden aangepast aan de monumentenkaart, ook wat de erfscheiding en de historische tuinhuizen betreft. Aan de straatzijde is de parcellering van belang. Deze moet herkenbaar blijven, ook wanneer panden worden samengevoegd.
Wat het parkeren betreft dienen inpandige parkeergarages te worden uitgesloten, tenzij daarvoor reeds toezeggingen zijn gedaan.
Een eenzijdige, rigide benadering constateert de rijksdienst in de bepaling die voor bepaalde panden omzetting van werkfunctie in woonfunctie uitsluit. Het gaat immers om oorspronkelijke woonhuizen die een eeuw geleden werden ingericht tot kantoren; vaak met handhaving van waardevolle interieurelementen. Mocht het ten behoeve van de functiemenging wenselijk zijn, dan kan overwogen worden, een kantoorbestemmmg te handhaven in het souterrain en op de beletage.
De brief van de rijksdienst eindigt aldus: "De gemeente kan hierin tonen, op welke manier zij de karakteristiek, met de historische ontwikkeling samenhangende ruimtelijke kwaliteit erkent, handhaaft en koestert, en op welke manier deze kwaliteit als basis en inspiratiebron voor verdere ontwikkeling in het gebied kan dienen. Ik ben van mening dat met het onderhavige concept ontwerp-bestemmingsplan een aantal kansen worden gemist, indien het in deze vorm verder in procedure wordt gebracht". Getekend namens de directeur van de rijksdienst.

Sinds de brief is er verder gewerkt. De hiervoor genoemde waarderingskaarten van de bebouwing zijn een stap in de door de rijksdienst aanbevolen richting. De formule dat de karakteristiek van het stadsbeeld en van de tuinruimten "niet in onevenredige mate" mag worden aangetast, draait daarentegen alle schroeven weer los. Wat betekent "onevenredig" en wie bepaalt dat? Eigenaren die op of desnoods onder hun stuk tuin parkeergelegenheid willen bieden, a raison van f 100.000 per plaats, zijn a priori overtuigd dat daardoor geen cultuurhistorische kwaliteit geschaad wordt, en dat het resultaat zéér evenredig is aan hun winstverwachting. De onlangs afgetreden directeur DRO was zelfs van mening dat "de Kolk" héél mooi aangepast en héél mooi vormgegeven was!

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 170, mei 1998.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.