Eerste Laurierdwarsstraat 48-50

Taboe doorbroken

In de Eerste Laurierdwarsstraat staat een klein, 18de-eeuws huisje naast een iets breder onbebouwd terrein. Door de percelen te combineren kunnen daar drie woningen in worden ondergebracht. Die zijn dan niet groot, maar wel heel plezierig bewoonbaar, bepaald méér dan HAT-eenheden voor studenten. Die opgave vergt vernuft van de architect om de beperkte ruimte zó in te delen dat een maximum aan woonoppervlak samengaat met weinig, maar goed begaanbare verkeersruimte. Een complicatie is dat de verdiepinghoogten - en dus de vloeren van het oude huis - niet corresponderen met de nu voor nieuwbouw voorgeschreven hoogtematen.
afgewezen goedgekeurd

Denkend vanuit de plattegronden en het gebruik is het dan niet onlogisch om de gevel alleen te zien als afsluiting naar de straat. Dat kan zoiets worden als hierbij afgebeeld: een groot raam begane grond, kleinere ramen op de 1e en 2e verdieping, daarboven een balustrade met drie geperforeerde panelen, waar achter een terras ligt, een in verticale banen gedeeld gevelvlak, aan de rechterkant een terugliggend trappenhuis dat boven de afsluiting van de balustrade uitsteekt. Heel simpel en logisch; een dergelijke gevel zou als smalle invulling in een 20ste-eeuwse omgeving niet opvallen. In de Jordaan zou dat laatste wel het geval zijn en wordt "opvallen" door voorbijgangers meestal ervaren als "storen" of "hinderen". Waarom? Omdat de Jordaan een 17de eeuwse wijk is, waarvan de woonhuisgevels zo'n driehonderd jaar lang een familieverwantschap hebben bewaard. Er zijn rijke familieleden bij met 18de-eeuwse krulpruiken en heel eenvoudige met een rechte kroonlijst van kort voor 1940, maar in de de kapvorm en in de verhoudingen tussen de staande ramen en de gemetselde muurvlakken blijft de verwantschap herkenbaar als karakteristiek van de buurt, en dat werd in het ontwerp genegeerd.

Eerste Laurierdwarsstraat 48-50:
een bouwval met rechts daarvan een gat

De in december ingediende aanvraag bouwvergunning werd aangehouden; ook de opdrachtgever, Stadsherstel, was er niet tevreden over.
Onlangs stond het project Eerste Laurierdwarsstraat 48-50 voor de vierde keer op de agenda van de Commissie voor Welstand en Monumenten, nu met een heel ander ontwerp dat wél uitgaat van de karakteristiek van de buurt. En ziedaar: geen bezwaar was het oordeel, zó kan het monument nr. 50 worden gerestaureerd en het gat van de nrs. 46-48 worden ingevuld.

Historiserende reconstructie is ook in onze ogen geen overal bruikbaar recept, maar het is wel een waardevolle sector van het hedendaagse bouwbedrijf, gericht op het stadsbeeld, op duurzaamheid en op instandhouding van ambachtelijke vaardigheden. Het oordeel van de Commissie doorbreekt een benauwd, baatzuchtig taboe en dat verheugt ons zeer. Eén voorstel willen wij in overweging geven: laat bij reconstructies en historiserende projecten een discreet, typografisch verzorgd jaartalsteentje in de gevel plaatsen. Dan is het gezeur over geschiedvervalsing door kunsthistorische puriteinen afgelopen.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 171, juli/aug. 1998.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.