Steun van pers en wetenschap voor graffiti-vandalen

De Politie zegt harder te zullen optreden tegen graffiti-vandalen. In het veelbesproken nieuwe instructieboekje Streetwise krijgen Amsterdamse dienders de opdracht, betrapte kliederaars een boete te geven van 125 à 250 gulden. Dit lachwekkend lage boetebedrag is kenmerkend voor de halfzachte wijze, waarop in Amsterdam de zogenaamde kleine criminaliteit wordt aangepakt. De straffen, waar graffiti-vandalen mee wegkomen, hebben een verwaarloosbaar afschrikwekkend effect en staan in geen verhouding tot de blijvende schade die de Amsterdamse monumenten wordt toegebracht.
Graffiti-vandalisme op een eeuwenoude natuurstenen stoep op de Keizersgracht.

Eeuwenoude natuurstenen gevels, die door hun poreusheid de agressieve spuitbusverf centimeters diep absorberen, worden door dit vandalisme in feite onherstelbaar vernield. Waarom treedt de gemeente niet veel doelgerichter tegen deze terreur op? Waarom wordt niet zonder pardon de werkelijke schade rechtstreeks op de daders of hun ouders verhaald? Waarom krijgen zij niet direct een claim van, zeg, een ton aan hun broek wegens het moedwillig vernielen van onvervangbaar cultureel erfgoed?
Zover zal het in Amsterdam wel nooit komen. De verfspuitertjes worden liefdevol "begeleid" door hulpverleners die hierin weer een nieuwe probleemgroep hebben ontdekt, waaraan wat te verdienen valt. En sinds kort krijgen ze ook steun uit wetenschappelijke hoek. Enkele maanden geleden studeerden twee studentes aan de criminologische faculteit van de Universiteit Utrecht af op een doctoraal-scriptie, waarin ons wordt voorgehouden dat graffiti-vandalisme geen crimineel gedrag is, maar een boeiende kunstuiting, behorend bij een subcultuur.
De wijze waarop deze onnozele halsjes in 'Het Parool' van 17 oktober 1998 verslag doen van hun "onderzoek", biedt een ontluisterend inzicht in de nog steeds door ideologietjes uit de jaren zeventig beheerste Nederlandse criminologie. De bewonderende woorden voor graffiti-vandalen, die we vooral als kunstenaars moeten zien, worden door de verslaggeefster van Het Parool kritiekloos uit de monden van de scriptieschrijfsters opgetekend.
Op 30 mei 1998 wijdde 'Het Parool' ook al een groot artikel aan de artistieke waarde van het graffiti-spuiten. In buurthuizen in de Bijlmermeer en Amsterdam-West geeft een wat oudere spuitster een - ongetwijfeld door de gemeente gesubsidieerde - graffiti-cursus aan jonge vandaaltjes-in-spé. Net als in het eerder genoemde artikel wordt er door de verslaggeefster kritiekloos over bericht. Zij lijkt het vooral belangrijk te vinden dat nu ook meisjes in het graffiti- spuiten worden geïnstrueerd...
Nu zouden we schouderophalend aan al dit vertoon van onbenul voorbij kunnen gaan, als dergelijke publicaties niet zo'n schadelijk effect zouden hebben. Zij dragen bij aan het groeiende begrip voor graffiti-vandalisme als kunstuiting in de openbare ruimte. Wie niet ongevraagd met deze troep geconfronteerd wil worden, is dus een kunstbarbaar die zich niet openstelt voor "nieuwe kunstvormen". Bovendien moet hij ernstig rekening houden met verdenkingen van racisme, daar de bijbehorende subcultuur voor een groot deel uit allochtone jongeren bestaat. Mede omdat niemand hier zijn vingers aan durft te branden, is het zoveelste desastreuze gedoogbeleid in de stad een feit.

Bob van den Boogert

(Uit: Binnenstad 174, januari/februari 1999)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.