De lelijkheidswedstrijd

Ons vorige nummer was ter perse, toen 'Het Parool' de uitslag publiceerde van de oproep aan de lezers om drie gebouwen te noemen die naar hun mening gesloopt zouden moeten worden. Tegelijkertijd vond in De Balie het door Arcam georganiseerde debat 'Hoop op Sloop' plaats. Dat De Kolk als het meest verfoeide gebouw van Amsterdam werd aangewezen, verbaast ons niet, en ook verder waren er heel wat "genomineerden" bij die in ons tijdschrift genoemd of afgebeeld zijn geweest als aanslagen op het stadsbeeld.
Nieuwezijds Kolk

Die sloopdiscussie wekt gemengde gevoelens. Het is een vrijblijvende opiniepeiling, iedereen weet dat geen gebouw ooit gesloopt wordt, omdat het omwonenden en voorbijgangers ergert. Zo'n besluit valt op grond van cijfers over afschrijving, investering en rendement en de uitvoering hangt af van gemeentelijke medewerking. Dat is de kille realiteit. Of buitenstaanders het resultaat mooi of lelijk vinden, zal de opdrachtgever en de door hem gekozen architect een zorg zijn. De hooggestemde verhalen over noodzakelijke vernieuwing, over het vooral "niet behoudend" genoemd willen worden, hebben een sterk accent van zorg voor de opdrachtenportefeuille en de honorariumtabel. De verwijzing naar Tokyo, waar men bezig is met de derde generatie gebouwen na de oorlogsverwoesting, is veelzeggend. Sloop is in deze gedachtengang een goed werk, want het produceert bouwterrein.
Daar staat een gedachtengang van geheel andere orde tegenover. De Monumentenwet heeft het over zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarden. Zulke zaken moeten volgens de aanhef in de wet "behouden" blijven, dus niet worden gesloopt of beschadigd. Het Amsterdamse stadsgezicht binnen de Singelgracht en het IJ is een van die zaken. Wat de inzenders van sloopverlangens naar 'Het Parool' tot uitdrukking brachten, was niet anders dan dat de bedoelde gebouwen naar hun gevoelen dat algemene belang schaden. Wie zich daarvan afmaakt met de klassieke dooddoener dat over smaken niet valt te twisten, ontkent in feite de beschermenswaardigheid. Opzettelijke beschadiging van een beschermd monument is volgens de wet een misdrijf. De opdrachtgever, de architect, de bestuurders en ambtenaren die met elkaar het gebouw De Kolk hebben doen ontstaan, ter plaatse van het cultuurhistorische belangrijke stegenweefsel en de aldaar beschermde monumenten, zijn schuldig dan wel medeplichtig aan een misdrijf. De strafbepalingen van de Monumentenwet worden in de praktijk beschouwd, zoals het fietsverbod in de Leidsestraat: een lachertje. Tegen die onverschilligheid hebben de vele inzenders geprotesteerd. Het kan hun wèl wat schelen, hoe de stad er uitziet. Het is ook hùn stadsbeeld, waarin zij zich thuis willen voelen. Die opiniepeiling betekent toch meer dan een geslaagde publiciteitsgrap.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 174, januari/februari 1999)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.