Rembrandt en de Amsterdamse binnenstad

Tot de beroemdste kunstenaars die in Amsterdam woonden en werkten, behoort zonder twijfel Rembrandt Harmensz. van Rijn (Leiden 1606 - Amsterdam 1669). Elk jaar weer komen vele duizenden toeristen uit binnen- en buitenland naar de hoofdstad om daar Rembrandts werk te zien in het Rijksmuseum en om zijn voormalig woonhuis, het Rembrandthuis, te bezoeken.

Afgelopen najaar was in het Gemeentearchief een schitterende tentoonstelling van zijn werk, getiteld: "Rembrandt aan de Amstel- Wandelingen in en om Amsterdam". Op deze tentoonstelling werden zo'n 50 tekeningen getoond die Rembrandt in en om de hoofdstad gemaakt heeft. Overigens bezit het Gemeentearchief zelf geen enkele tekening van Rembrandt. De tentoonstelling kon dan ook alleen tot stand komen dankzij de welwillende medewerking van vele bruikleengevers van over de hele wereld. Zo waren er werken bijeen te zien die zich anders in zulke uiteenlopende plaatsen bevinden als Berlijn, Boston, Chatsworth, Dresden, Haarlem, Groningen, Londen, Kopenhagen, Oslo, Oxford, Parijs, Rotterdam, Washington, Wenen en Wroclaw. Ook enkele Amsterdamse collecties leenden kunstwerken uit, zoals het Rembrandthuis, het Rijksprentenkabinet en de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Wie de expositie in Amsterdam miste, kan overigens nog tot en met 14 februari terecht in het 'Institut Néerlandais' in Parijs.

Een boeiend boek

Ter gelegenheid van de tentoonstelling verscheen er bij uitgeverij Thoth in Bussum een omvangrijk boek onder de titel: Het landschap van Rembrandt- Wandelingen in en om Amsterdam. Verschillende deskundigen werkten eraan mee: Boudewijn Bakker, Mària van Berge-Gerbaud, Erik Schmitz en Jan Peeters. Het gaat om een fraai verzorgde publicatie, 391 bladzijden dik, voorzien van vele tientallen zwartwit afbeeldingen en ruim 60 kleurenreproducties (prijs f 99,50). Het boek, waarvan ook een Engelstalige editie verscheen, is niet alleen boeiend, voor wie geïnteresseerd is in Rembrandt en de kunst uit de Gouden Eeuw, maar ook voor iedereen die graag meer wil weten over Amsterdam en de directe omgeving. Het boek bevat namelijk een enorme hoeveelheid interessante topografische gegevens die de lezer veel informatie verstrekken over, hoe Amsterdam en de directe omgeving er in de tijd van Rembrandt uitzagen en welke veranderingen er sindsdien optraden. Daarbij wordt o.a. uitgebreid ingegaan op de geschiedenis van dijken, polders, landwegen en waterwegen. Maar ook op de diverse soorten van bebouwing, variërend van kerken en openbare gebouwen tot boerderijen, molens en bruggen.

Rembrandthuis en omgeving

Wie thans het Rembrandthuis aan de Jodenbreestraat bezoekt, bevindt zich midden in de drukke binnenstad. En maar zelden is men zich ervan bewust, dat het huis dat Rembrandt in 1639 kocht en waar hij tot 1658 woonde, zich in één van de toenmalige nieuwe wijken bevond. Deze wijk die stamt uit de jaren 1591-1595, werd destijds aangeduid als de "Nieuwe Stad". De oostgrens van de wijk was de gracht, die kort na Rembrandts verhuizing vergraven zou worden tot Nieuwe Herengracht.
Overigens was de hoofdstraat in deze toenmalige nieuwe wijk, de Jodenbreestraat, juist veel ouder dan de wijk zelf. Tezamen met de Zeedijk en de Sint Anthoniesbreestraat maakt de Jodenbreestraat deel uit van een oude zeewering, die Amsterdam en het Amstelland moest beschermen tegen het water van het IJ. Deze dijk liep als "Diemerdijk" buiten de stad oostwaarts door naar Diemen.
Het Rembrandthuis staat vlakbij een brug met sluizen: de Sint Anthoniessluis. Rembrandt heeft diverse malen de buurt rond zijn huis in tekening vastgelegd, bij voorbeeld de Sint Anthoniessluis en de nabijgelegen Houtkopersburgwal. Wat opvalt op de tekeningen zijn de vele bomen. Maar ook: de boten en bootjes op het water.

Bekende monumenten

Ook op andere plekken in de stad heeft Rembrandt tekeningen gemaakt. Bekende monumenten die hij in beeld bracht, zijn o.a de nog altijd bestaande Montelbaanstoren en de inmiddels verdwenen Kloveniersdoelen met de grote verdedigingstoren Zwijg Utrecht. Opmerkelijk is dat Rembrandt bij zijn weergave van de Montelbaanstoren alleen de 16de-eeuwse bakstenen romp tekende en de sierlijke houten bekroning van Hendrick de Keyser uit 1606 wegliet.

Rembrandt tekende de Montelbaanstoren in 1644/45 zoals de toren er vóór 1606 had uitgezien, zonder de spits van Hendrick de Keyser.

Evenals diverse tijdgenoten heeft Rembrandt enkele malen het oude stadhuis aan de Dam vastgelegd na de brand van 1652. In het boek worden de diverse tekeningen van de verschillende kunstenaars niet alleen uitgebreid beschreven, maar ook met elkaar vergeleken. Zo wordt men op allerlei details gewezen, die men anders over het hoofd zou zien.

De vestingwerken

Zoals vele belangrijke 17de-eeuwse steden was Amsterdam omgeven door een gordel van vestingwerken, bestaande uit aarden wallen met op de hoeken driehoekige bastions of bolwerken en rondom een brede gracht: de Singelgracht. In vredestijd vormden de wallen en bolwerken een geliefd wandelgebied, compleet met bankjes, vanwaar men een mooi uitzicht had over de stad en het omliggende land. Bovendien boden de bolwerken een prima standplaats voor molens in allerlei soorten en maten.
Overigens is van dit alles weinig of niets bewaard gebleven. Maar dankzij het feit dat veel kunstenaars kennelijk gevoelig waren voor de bekoring die van dit gebied uitging, zijn er talloze tekeningen bewaard die ons nog altijd een goed beeld geven van wat er eertijds allemaal te beleven viel.
Ook Rembrandt heeft er veel tekeningen gemaakt. Zij worden in het boek per bolwerk of ander gedeelte van de stadswal behandeld. Zo komen achtereenvolgens aan de orde: het bolwerk bij de Sint Anthoniespoort (bij de Sint Anthoniesbreestraat), de stadswal bij de Heiligewegpoort, het Passeerdersbolwerk (bij de Passeerdersgracht), het bolwerk de Rose (bij de Rozengracht) en het bolwerk Blauwhoofd aan het IJ. Daarbij worden tal van topografische bijzonderheden gegeven. Ook worden er ter vergelijking tekeningen van Rembrandts tijdgenoten van dezelfde of vergelijkbare plekjes gereproduceerd.

Buiten de stad

Wie in de 17de eeuw een tochtje vanuit Amsterdam naar buiten wilde maken, was in praktijk op een beperkt aantal uitvalswegen aangewezen. Wat dat betreft is er niet zoveel veranderd. Alleen: grote gedeelten van die toenmalige uitvalswegen zijn inmiddels van totaal andere bebouwing voorzien en daarmee wijzigde het karakter sterk. Dat geldt bij voorbeeld voor de Amstelveenseweg en voor de wegen langs de Amstel, beide wegen waar Rembrandt veel getekend heeft. Zo was, toen Rembrandt aan de Jodenbreestraat woonde, de Blauwbrug de laatste Amstelbrug die nog binnen de stad lag. Wat zuidelijker lag, was aan beide zijden van de rivier nog landelijk gebied.
Overigens was het landelijke gebied rond Amsterdam zeker geen leeg gebied. Met name langs de wegen stond al veel bebouwing. Tussen de huizen en boerderijen trof men o.a. molens en herbergen aan.
Het verkeer was op de landwegen rond Amsterdam ook in de 17de eeuw al vrij druk. Vandaar dat er langs de rijwegen afzonderlijke voetpaden werden aangelegd. Om te voorkomen dat anderen dan voetgangers de voetpaden zouden gebruiken, werden er al in Rembrandts tijd hekjes of onafgebroken rijen paaltjes tussen rijweg en voetpad geplaatst.
Het is één van de grote verdiensten van de auteurs van het boek dat zij de lezer niet alleen attent maken op de markante blikvangers op de tekeningen, zoals de molens en de boerderijen, maar ook op allerlei kleinere elementen die men makkelijk over het hoofd ziet, zoals de juist genoemde hekjes en paaltjes.

Carla Rogge

(Uit: Binnenstad 174, januari/februari 1999)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.