Oudekerksplein, een erbarmelijke flater

Het Oudekerksplein noordzijde, tekening door van Wenckebach ca. 1900
De hierbij afgebeelde tekening van Wenckebach stond in ons nummer 127 (juni 1991) bij een eerste bericht over de invulling van het gat dat in de noordwand van het Oudekerksplein door brand en vervolgens sloop van drie panden was ontstaan.

Op verzoek van de voorzitter van de hoorcommissie-bouwplannen had Stadsherstel een voorstel ingediend om de panden te herbouwen, volgens de bestaande opmeting. De woordvoerder van de Welstandscommissie verklaarde dat "deze niets ziet in historisch getinte bouw, en van mening is dat deze locatie heel goed kan worden bebouwd met nieuwbouw onder goede architectuur. De Welstandscommissie is zeker niet akkoord met Volendam-achtige bouw".
Aldus de door ons geciteerde notulen van de vergadering van 22 maart 1991.

Wij zijn nu acht jaar verder. Het gat aan het Oudekerksplein is volgebouwd, volgens een ontwerp van de bekende architect Sjoerd Soeters. Dat moet dus wel aan de eis nieuwbouw onder goede architectuur op deze locatie voldoen. Het gebouw is vorig jaar gereedgekomen, lang genoeg om het gewenningseffect te bereiken, dat aanvankelijke bezwaren na een tijdje soms doet verbleken. Zo staan er heel wat in de oude stad. Als je met aandacht kijkt, dan blijven het misbaksels, maar dat kijken doe je liever niet, omdat je weet dat het misbaksels zijn. Er zijn ook gebouwen die dat gewenningseffect nooit bereiken. De Universiteitsbibliotheek aan het Singel is er zo een, de Kolk won de lelijkheidswedstrijd in Het Parool, na het door niemand betreurde Maupoleum. Die categorie blijft ergeren, ook doordat ze op opvallende plekken werden gebouwd.

Het reconstructievoorstel van Stadsherstel Nieuwbouw ontworpen door architect Sjoerd Soeters

Dat laatste is niet het geval met de schepping van Soeters. Het straatje dat aan de noordzijde om de Oude Kerk heen buigt, is maar smal, het voetgangersverkeer gaat liever over het ruime Oudekerksplein aan de zuidkant van de kerk. Veel mensen lopen niet langs de nieuwe gevels, en dat is maar goed ook. Wat daar het gat aan het Oudekerksplein vult is de meest kneuterige, geestloze, melige pastiche van een Amsterdamse gevelwand. Soeters doet alsof hij verwijst naar de historische parcellering door verticaal delen van het erbarmelijk gedetailleerde metselwerk in verschillende kleurtjes te verven, en door de bovenzijde van de gevelwand plaatselijk hoger op te trekken, alsof het halsgevels moeten voorstellen, maar dan zonder bekroning en klauwstukken. Die quasi geveltoppen steken als losse plakken steen de lucht in, er zitten geen aansluitende daken achter, maar, voor zover dat van de straat af te zien is, terrasjes. Het is niet eens agressief lelijk, zoals de Kolk of de Universiteitsbibliotheek, die de oude Amsterdamse bouwkunst in zoverre 'au sérieux' nemen dat ze er botweg tegenin gaan, het is een dode plek in de stad, een mislukte grap, het is helemaal niets. Of toch "nieuwbouw onder goede architect"? Het was een gemeentelijke opdracht, de architectenkeuze zal zeker de instemming hebben gehad van de toen verantwoordelijke wethouder Genet. De zeden en gewoonten van het poldermodel (met mistbanken) schrijven voor dat buitenstaanders dan zwijgen, zo nodig de andere kant opkijken. Wat de heren wijzen zullen de burgers prijzen, zei men in de vorige regententijd. Dat is ècht onmogelijk bij de flater aan het Oudekerksplein.

Waarom werd het herbouwvoorstel van Stadsherstel niet uitgevoerd? Daarin had het programma van eisen voor een kinderdagverblijf gerealiseerd kunnen worden, met nog extra woonruimte, voor het aanvankelijke lagere budget en zou de Oude Kerk aan de noordzijde haar waardige omlijsting van vóór de brand hebben teruggekregen.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 176, mei 1999)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.