Over nut en schoonheid van de hijsbalk

Zal ik nooit meer onbekommerd door de stad kunnen slenteren? Zal ik aldoor omhoog moeten kijken, controleren of daarboven wel alles in orde is? Klopt het? Is dat ene element aanwezig? Wij lopen immers 'van onderen' - de beroemde kreet, waarmee je wordt gewaarschuwd dat er wel eens iets naar beneden kan vallen. Zullen we daarboven aan de geveltop kunnen vaststellen dat de traditie en het gezonde verstand gehandhaafd worden? Met andere woorden: beschikt dit huis wel over zulk een essentieel, onmisbaar onderdeel als een hijsbalk?

Han Schenk heeft het ons aangedaan. Uit het totaal van de stad heeft hij iets uitgelicht, iets concreets, iets dat praktisch is, dat mooi is, dat een haast eindeloze vormenrijkdom heeft en waaraan hij indringende kinderherinneringen bewaart: de hijsbalk. Bij verhuizingen of bij het afleveren van die grote jute zakken, waarin de kolen op het balkon werden bewaard. Dat werd getakeld via de hijsbalk. Hij heeft er een boekje aan gewijd: 'Van onderen! Vierhonderd jaar hijsbalken in Amsterdam', uitgegeven door Architectura & Natura in Amsterdam. Er blijken veel soorten van hijsbalken te bestaan en vele zijn prachtig versierd. Han Schenk heeft het verschijnsel bestudeerd en beschreven en hij heeft iets onthutsends ontdekt: dit prachtige onderdeel van ons woonmilieu is uniek voor Amsterdam. Nog onthutsender: door een toevallige bureaucratische verandering van de bouwvoorschriften is de verplichting, elk huis van een hijsbalk te voorzien, in de stadsdelen weggevallen. Hij heeft zich ten doel gesteld, hierin verandering te brengen; de stadsdelen moeten de hijsbalk weer verplicht stellen.

Ik zit hier aan mijn raam, waar ik al sinds meer dan vijftig jaar zit te schrijven, en geniet van het uitzicht op het Corvershof. Dat is een prachtig huis, of een groot 'hofje' dat in 1723 door het echtpaar Corver-Trip voor behoeftige oude lieden werd gesticht. En, o wee, na vijftig jaar besef ik dat het Corvershof geen hijsbalk heeft. Hoe doen ze dat? Ruim twintig jaar geleden zijn de oude lieden er weggetrokken. Het huis werd gerenoveerd en het werd verhuurd aan jonge lieden, meestal studenten. Heb ik vergeten op te letten, hoe al die verhuizingen in hun werk zijn gegaan? Han Schenk is er de oorzaak van, dat ik daar nu aldoor aan moet denken.
Nu heeft Han Schenk ook verborgen hijsbalken beschreven, die achter een luikje op de vliering liggen en die je maar naar buiten hoeft te duwen om ze bruikbaar te maken. Het Corvershof heeft zo'n luikje, maar dat is bestemd om er de vlaggenstok doorheen te steken.
In ons eigen huis hebben we ruime ervaring met de hijsbalk. Ik noem u drie voorvallen. Toen wij omstreeks 1960 een badkuip op de derde verdieping van ons vier meter smalle huis lieten installeren, was dat een spektakel dat echt veel bekijks trok. Zelfs aan de overkant van de gracht bleven de fietsers met een voet aan de grond gefascineerd staan kijken.
Toen een studente van de vierde verdieping wegtrok om te gaan trouwen en haar vrienden haar met de verhuizing hielpen, donderde met kletterend geraas een ijskast uit het hijstouw naar beneden; een scherf uit de tweede trede van de hardstenen stoep herinnert ons eraan, dat je bepaalde dingen door deskundigen moet laten doen.
Maar met deskundigen moet je ook oppassen. Ik had een groot zwak voor mijn hijsbalk, die uit een onbewerkte boomstam bestond - een boom uit 1672, zei ik er altijd bij. De boomstam was aangetast door de houtworm en de aannemer die mijn huis voor de zoveelste maal opknapte, sloeg alarm. Het zwakke lekenprotest van 'dat is toch mooi, kan je dat niet met gif inspuiten', baatte niet; soms kan nostalgie niets uitrichten tegen de dadendrang van de deskundigen. De aannemer verving mijn oude boom door een onbeschadigde hijsbalk.
We zijn eens wat gaan wandelen in de Oosterparkbuurt, waar de negentiende eeuw en de recente stadsvernieuwing zo broederlijk naast elkaar staan. Ja, het is waar, en ik moet me zelf niet onnozeler voordoen dan ik ben, want ik heb een paar jaar geleden, toen de Franse televisie mij vroeg in een film over Amsterdam op te treden, al uit volle borst de lof gezongen op de hijsbalken die een lange rechte straat uit de negentiende-eeuwse gordel zo'n indrukwekkend ritme geven. Ja, ze zijn er, ook in de Oosterparkbuurt. Maar op het Beukenplein, een van die afgerond-rechthoekige pleinen die de buurt kenmerken, lijkt er iets mis te zijn. De concave hoeken van het plein zijn fantasievol vernieuwd, maar ik heb er geen hijsbalken en ook geen luikjes voor de Verborgen Hijsbalk ontdekt. Even verderop, in de Dapperbuurt, neemt de hijsbalk zijn revanche. Opwindend is hij daar toegepast als element van licht en schaduw, in de Pieter Vlaminckstraat bij de Pontanusstraat, een complex van Liesbeth van de Pol, waarvan een foto in het boekje van Han Schenk staat.

Altijd, wanneer je denkt over een Amsterdams onderwerp alles te weten, dan komt er wel iemand die één ding meer weet. Ten tijde van het referendum over het autoluw maken van de binnenstad heeft een autobewuste bewoner van de Keizersgracht zijn auto aan zijn hijsbalk opgehangen, als ludiek protest tegen het opheffen van parkeerplaatsen. Het bleef bij die ene ochtend en die ene foto. Je ziet wel van die hoge trappen, waar kinderrijke gezinnen wonen - daar zijn soms wel vier, vijf fietsen met haken langs de muur opgehangen. Maar met auto's gaat dat niet.

Ook tegen de woningnood helpt de hijsbalk niet. De legendarische student op het legendarische zolderkamertje kan zijn woonruimte niet vergroten door zijn bed buitenshuis aan de hijsbalk op te hangen. Maar wel heb ik, twee huizen naast mijn eigen grachtenhuis, een kanariekooi aan een hijsbalk gefotografeerd, waarin het vogeltje blijkbaar de illusie van vrijheid kon smaken.

Ricardo

(Uit: Binnenstad 176, mei 1999)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.