Wie zorgt voor de monumenten?

I - De recente historie van De Waag

Wie zorgt voor de monumenten? Negen van de tien antwoorden op die vraag zullen luiden: daarvoor bestaan een rijksdienst en een gemeentelijk bureau. Dat is waar en ook niet waar. Die overheidsdiensten hebben geen monumenten in eigendom of beheer. Gaat het over gebouwen die eigendom zijn van gemeenten, provincies of het rijk, dan ressorteert het beheer toch onder andere diensten, zoals de Domeinen of, in Amsterdam, het Grondbedrijf. Daar gelden andere prioriteiten dan cultuurhistorische waarden.

Een leerzaam voorbeeld biedt de historie van De Waag in 1989-1994. Het leegstaande gebouw was door het Grondbedrijf toevertrouwd aan een stichting 'Centrum De Waag' die er de Franse mode-architect Starck bijhaalde. Begeleid door snorkende reclameteksten over een spectaculaire moderne functie, werden aan de oostzijde betonpalen geheid voor een grote glazen uitbouw en vulde een constructie van ijzerplaten de benedenruimte. Toen ging de stichting failliet, ondanks ruime gemeentelijke steun. Het gebouw, mishandeld en verslonsd, stond opnieuw leeg. Op 20 september 1991 zetten buurtbewoners en monumentenliefhebbers - onbevoegd uiteraard - de deur open voor pers en publiek. Algemene verontwaardiging, die doorklonk tot in de gemeenteraad en leidde tot de benoeming van een niet-ambtelijke "commissie van deskundigen". De commissie kwam snel met haar advies: laat éérst het gebouw bouwkundig restaureren onder leiding van een architect die wèl verstand heeft van middeleeuwse constructies en funderingen. Dat werd Walter Kramer die ook de onlangs, na bijna zes jaar restauratie, de weer in gebruik gestelde Noorderkerk onder handen heeft gehad.
De rommel van Starck werd weggesloopt, de glazen uitbouw verdween uit het programma, de overbodig geworden betonpalen bleven zitten, evenals enkele nieuwe vloeren, waarvan de verwijdering te veel sloopwerk zou kosten. De alarmerende berichten over een losscheurende toren bleken ongegrond, toen de architect de volgestorte kelder had laten ontgraven, zodat het gewicht van het gebouw weer evenwichtig op de ondiepe, 15de-eeuwse slietenfundering rustte. Uiterlijk won De Waag aan allure door de reconstructie van de luifel aan de oostzijde en door een ringbestrating die het gebouw zijn ruimtelijke middelpuntfunctie op het plein teruggaf. Inwendig was de zorgvuldige restauratie van de beschildering van het houten koepelgewelf van het vroegere Theatrum Anatomicum de belangrijkste verbetering.
Terwijl de werkzaamheden in uitvoering waren, boog de adviescommissie zich over de vraag: wie van de talrijke gegadigden zou de beste huurder zijn? Dat de hoge benedenruimte, oorspronkelijk als stadspoort, later als waag in gebruik, een horecabestemming zou krijgen, lag voor de hand. Het ging vooral om de verdiepingen, waarin twee vertrekken een bijzondere museale kwaliteit hebben: de koepelzaal en de metselaars-gildekamer.
De voorkeur van de commissie ging, na besprekingen met een reeks kandidaat-huurders, uit naar het plan 'Centrum voor het kinderboek', dat met tentoonstellingen, tekenwedstrijden en feestelijkheden op het plein De Waag een uitstraling beloofde te geven voor kinderen en docenten uit de hele stad en daarbuiten, en de jeugdige bezoekers in contact zou brengen met een gebouw dat zelf een gebouwde geschiedenisles vormt. Wekenlang hield het debat over de bestemming de gemeenteraad en de pers bezig in de zomer van 1993. Wat tenslotte de doorslag gaf waren de rendements- en investeringsberekeningen van het Grondbedrijf. Cultuurhistorische, didactische en maatschappelijke waarde, dat is allemaal zachte sector; de centen, daar gaat het om. De 'Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media', gericht op nieuwe communicatie-technologieën, was, volgens het gemeentelijk persbericht, de meest kapitaalkrachtige gegadigde en werd gekozen. Het nut van die instelling ligt buiten ons blikveld; misschien is het heel belangrijk, maar uitstraling op de omgeving heeft zij niet en enig verband met het historische gebouw is ver te zoeken. Het café op de begane grond functioneert, maar dat zou op die plek met een andere huurder ook het geval zijn geweest. De koepelzaal is voor evenementen soms toegankelijk, de metselaars-gildekamer blijft voor het publiek gesloten. De gemeentelijke steun aan de stichting 'Centrum De Waag' en de opdracht aan Phlippe Starck zijn kostbare beleidsfouten geweest, waarvan de schade alleen door actie uit de burgerij kon worden hersteld. Keerpunt was de openstelling op 20 september 1991.
(wordt vervolgd)

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 176, mei 1999)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.