Noord/Zuidlijn - laatste waarschuwing
Vier dagen voor de vergadering van de Vaste Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat op 1 juli, waar opnieuw de Noord/Zuidlijn op de agenda stond, stuurde mr. H.A. Sarolea, als advocaat van de Vereniging de Bovengrondse, een brief aan de commissieleden.
Daarin wordt de informatie van wethouder Köhler over de risico's
van de 26 m diepe bouwput voor het station-Rokin als 'zeer
bedenkelijk' gekenschetst. Köhler verwijst naar de bouwput van de
in uitvoering zijnde Mondriaantoren bij het Amstelstation, die
volgens hem 30 m diep zou zijn. Dat is in strijd met de waarheid;
de Mondriaan-put gaat maar 10 m de grond in, en ook daar komen
eigenaren van de belending al in het geweer wegens scheurvorming.
Hun funderingen zijn spiksplinternieuw, die aan het Rokin zijn
een paar honderd jaar oud. De conclusie, zo schrijft mr. Sarolea,
"kan in alle redelijkheid geen andere zijn dan dat de besluiten,
zoals deze tot op heden genomen zijn, gebaseerd lijken te zijn op
een ondeugdelijke voorstelling van zaken omtrent zowel de
bouwtechnische als de financiele risico's van het project
Noord/Zuidlijn".
Dat is keurig geformuleerd. Wij herinneren ons een Amsterdamse
wethouder die, terugkomend uit Den Haag, zei "Wij voelen ons
hogelijk belazerd". Ditmaal zou de Kamercommissie hetzelfde
kunnen zeggen over de informatie van een wethouder uit Amsterdam.
Geurt Brinkgreve
(Uit: Binnenstad 177, juli 1999)
[Inloggen]
Reacties
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.
