Parkeren in een keurblok

Achter het kantoorgebouw Keizersgracht 361-369 lag een "gedoogd" parkeerterrein voor 35 auto's. De panden werden verbouwd tot appartementen en verkocht met parkeerplaats. Op 10 februari 1997 weigerden Burgemeester en Wethouders daarvoor een parkeervergunning te verlenen.

Tegen dat besluit maakten de gedupeerden bezwaar. Bij besluit van 23 juli 1997 (vakantietijd!) verleende de dienstdoende wethouder alsnog de gevraagde vergunning. Daartegen gingen zeven appellanten, onder wie onze vereniging, in beroep bij de rechtbank. In zijn uitspraak van 19 februari 1998 verklaarde de rechtbank de ingediende beroepen gegrond: het besluit van 23 juli 1997 werd vernietigd. De gedupeerden gingen in hoger beroep bij de Raad van State tegen de uitspraak van de rechtbank. De appellanten in de rechtbankprocedures dienden memories in, en zijzelf of hun vertegenwoordigers voerden het woord tijdens de openbare zitting van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 25 mei 1999.
Op 28 juni 1999 viel de beslissing: de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, de daartegen gerichte beroepen werden ongegrond verklaard. Een belangrijke beslissing!

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 177, juli 1999)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.