Het 'Beschermd Stadsgezicht' is voor velen nog moeilijk te accepteren

Toch nog erg defensief

Op 2 juni was er weer een symposium over de Amsterdamse binnenstad als 'Beschermd Stadsgezicht'. De AGA-zaal van de Beurs van Berlage was stampvol belangstellenden. Er waren twee vrouwelijke wethouders (dat is alleen al iets om trots op te zijn), en er waren hoge en middelhoge ambtenaren en monumentenbeschermers. En wat vond ik er nou van? Ik ben nu eenmaal niet zo ad rem; het duurt altijd even, voor ik de gebeurtenissen heb gezeefd en gesorteerd. Laat mij mijn indruk van het symposium zo weergeven: vergeleken met vorig jaar was er een voor ons, als monumentenbeschermers, positieve verandering waar te nemen.

U denkt misschien dat het eenvoudig is. U bent lid van onze vereniging en u voelt over het 'Beschermd Stadsgezicht' enthousiasme, opluchting en triomf. Eindelijk, het is zover, de binnenstad waar wij zoveel liefde en energie in hebben genvesteerd, is uit de gevarenzone. U weet natuurlijk dat niets absoluut is, dat het beschermde gebied negen vierkante kilometer groot is, dus veel groter dan de meeste andere monumentale steden, en dat het bovendien bruist van leven. Wanneer het gezonde verstand zich aanmeldt met overwegingen als: er zijn ook heel afschuwelijke gebouwen in de binnenstad, die best mogen verdwijnen; of: het zou zich wel eens kunnen voordoen, dat er iets nieuws nodig is, dan bent u bereid daar binnen strenge voorwaarden over te praten. Het leven gaat immers verder en wij willen geen dode stad. Maar u legt het accent op de bescherming, dat er niets veranderd wordt.

Op het symposium was de stemming positiever dan vorig jaar, maar het accent lag toch nog op het tegenovergestelde uitgangspunt: dat het vooral mogelijk moest zijn de oude stad te vernieuwen en dat het 'Beschermd Stadsgezicht' daarbij een lastig struikelblok vormt. Dus geen bevrijding, maar een dwangbuis, waaraan we moesten zien te ontsnappen. Toegegeven, het werd niet helemaal zo cru uitgesproken, het was meer een kwestie van accentverschil. Wat wilde men dan vernieuwen? Het trilde in de atmosfeer in die glazen zaal: 'de stad moet zich kunnen transformeren'. En: 'over een eeuw zullen de mensen met trots kunnen wijzen op de onvergankelijke bijdragen die ons tijdsgewricht aan het kunstwerk-Amsterdam heeft bijgedragen'. Dat is nu iets, waarop ik geen gokje wil wagen. Het lag voor een deel aan de voorzitter, de bekende tv- entertainer Ad Gravesande. Hij was geen deskundige, en hij was veel te veel zelf aan het woord. In de ruimte die hij schiep, maakten degenen zich breed, die de transformatie van de stad hoog in het vaandel hebben. De transformationisten hadden een sterk argument. Wij zaten immers in de Beurs van Berlage (1903 geopend), die een eeuw geleden als een grote bakstenen monofunctionele klont in de oude stad op het toen reeds gedempte deel van het Damrak is neergezet. Destijds zijn daar veel protesten tegen geweest, vertelde wethouder Krikke, en nu staat hij op de wereld-erfgoedlijst van de UNESCO. Aan dit voorbeeld kan je zien, dat nieuwe bijdragen vaak eerst verguisd en later bewonderd worden. Is dat nu een reden om met die transformaties door te gaan? Ik geloof van niet. De transformationisten ontkennen het wezen van het 'Beschermd Stadsgezicht'. Zij willen precies dat doen, wat de regering nu juist wil tegengaan. Het transformatieproces op het eind van de 19de eeuw was een inhaalslag. Toen kreeg de oude stad haar injectie moderniteit, zoals bijvoorbeeld de as van het Centraal Station naar het Leidseplein (waartoe na de Beurs ook nog De Bijenkorf van 1917 behoorde), en her en der de neogotische kerken. Deze transformatie is ons inderdaad dierbaar geworden. Hiermee is echter het verzadigingspunt wel bereikt. Als de stad moet blijven leven en bruisen - daarover zijn allen het eens - is het nu bestaande mengsel van stijlen precies goed. Voor nieuwe transformaties is honderd jaar na Cuypers en Van Gendt nog ruimte genoeg aan de periferie van wat nu beschermd wordt.

Er is een ambtelijk document, dat veel meer hoop geeft dan wat er op het symposium werd gezegd. Een ambtenaar van de Dienst Binnenstad vestigde mijn aandacht op een door deze dienst gemaakte kaart waarop alle panden van het 'Beschermd Stadsgezicht' van een bepaalde kleur waren voorzien: een voor behouden, een voor twijfelgeval en een voor mag weg. De kaart zal dienen als uitgangspunt voor de komende jaren, en nu wil ik positief eindigen: die kaart is op het eerste gezicht zeer geruststellend. Zij verdient in ons blad nader en in details te worden becommentarieerd.

Ricardo

Naschrift over de hijsbalken.
In mijn vorige Ricardo vertelde ik iets over de hijsbalken, die door Han Schenk zijn beschreven. De vermelding van titel is hierbij weggevallen: Han Schenk, Van onderen!, vierhonderd jaar hijsbalken in Amsterdam, uitg. Architectura et Natura te Amsterdam, prijs fl. 22,50.

(Uit: Binnenstad 177, juli 1999)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.