De zerkenvloer in de Zuiderkerk

Onlangs heeft de gemeenteraad van Amsterdam een krediet van f 3.100.000 beschikbaar gesteld voor de verbouwing van de Zuiderkerk tot informatiecentrum van de Stedelijke Woningdienst (SWD) en de Dienst Ruimtelijke Ordening (DRO).

Hoewel de kerk deze functie al ruim 10 jaar naar tevredenheid vervult, is deze nieuwe verbouwing blijkbaar noodzakelijk vanwege reorganisaties bij de SWD. Voortaan zal de dienstverlening aan het woningzoekende publiek plaatsvinden "vanuit een front- en een back-office. Het front-office bestaat uit een centraal gelegen informatiecentrum met ruime openingstijden, waarin een call-center wordt gentegreerd".

Deze foto werd in 1999 genomen toen de tot dan aanwezige inbouw in de Zuiderkerk was weggesloopt en even zichtbaar was hoe statig de kerkruimte is zonder inbouw

En en ander heeft tot gevolg dat de inbouw van architect Hagenbeek moet wijken voor een nieuwe inbouw, deze keer van architect Van Heeswijk. Het middenschip blijft vrij; achter de pilaren zullen wanden met wegschuifbare panelen worden geplaatst en boven de zijschepen zullen nieuwe verdiepingsvloeren worden aangebracht. Van de bestaande inbouw zal alleen de hoge partij met lift intact blijven.
Dit nieuwbouwplan maakt een bescheiden indruk. De ruimtelijke werking van het kerkinterieur wordt blijkbaar zoveel mogelijk ontzien, de architectonische aanpak getuigt van respect voor het gebouw. Desondanks is een kritische beschouwing van ten minste twee aspecten op haar plaats, te weten de vraag, of dit monument op de lange termijn gebaat is bij dergelijke ingrepen en ten tweede (maar niet minder belangrijk) de vraag, of voldoende zorgvuldig wordt omgesprongen met de zerkenvloer.

De Zuiderkerk op lange termijn

Voor elk monument dat zijn oorspronkelijke functie verliest moet een nieuwe bestemming worden gezocht. Dat is een absolute voorwaarde voor het behoud, evenals de bouwkundige aanpassingen die daarvoor nodig zijn. Maar daarmee is niet alles gezegd. De aanpassing van het gebouw moet voldoen aan duurzaamheidseisen, omdat monumenten nu eenmaal niet elke tien jaar een zware bouwkundige ingreep verdragen. In dat opzicht schiet het huidige bouwvoornemen naar mijn mening tekort. Men moet toch wel behoorlijk naef zijn om aanpassing aan het gebruik als "front-office", al of niet gentegreerd met "call-center", als duurzaam te bestempelen. Over 10 jaar zullen dergelijke programmatische uitgangspunten allang verouderd zijn, zo niet antiek, en wat moet er dan gebeuren? Wr een verbouwing? Wr zwaardere belasting van de eeuwenoude fundaties, onder het motto dat het casco nog steeds vrij van scheuren is? De duurzaamheidseis zou des te klemmender moeten zijn naarmate het monument in kwestie belangrijker is. Nu is de Zuiderkerk zonder twijfel n van de grootste, oudste en belangrijkste monumenten die Amsterdam rijk is. In dergelijke gevallen zou een bouwinitiatief uit de incidentele routinesfeer moeten worden getrokken. Hier ligt een taak voor het Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg. Er is behoefte aan een heldere visie op deze problematiek, met bruikbare, cultureel verantwoorde uitgangspunten voor functie-aanpassing van belangrijke monumenten en niet gebaseerd op incidenten.

De zerkenvloer

In 1988 is de zerkenvloer ontsnapt aan de aandacht van de monumentenzorgers. Het toenmalige College van B&W heeft dit in antwoord op vragen uit de gemeenteraad ronduit toegegeven. Men is met ijzeren karren over de vloer gereden en men heeft diverse palen dwars door de zerkenvloer geheid en dwars door de grafkisten met inhoud, die zich daaronder bevinden. Omdat men restauratie te duur vond is over de hobbelige zerkenvloer een isolatielaag gelegd met daarop een betonnen vloer, in dikte varirend van enkele centimeters tot bijna een halve meter. B&W hebben in 1988 gegarandeerd dat deze vloer zonder verdere schade aan de zerken weer weggenomen zou kunnen worden, hetgeen uit een proef zou blijken.
De huidige bouwplannen voorzagen aanvankelijk in 22 nieuwe heipalen, waaruit blijkt dat de gemeentelijke diensten die als opdrachtgever en gebruiker fungeren, respectievelijk het Grondbedrijf en SWD/DRO, van die hele schandelijke affaire van 10 jaar geleden niets hebben geleerd. Maar het Bureau Monumentenzorg had bezwaren. Het aantal palen werd teruggebracht tot de helft en daarna tot n. Men wil de nieuwe constructie, behalve op die ene nieuwe paal, afsteunen op de bestaande fundering. In de vloer zullen daartoe horizontale balken worden aangebracht die op hun beurt zullen rusten op de 400 jaar oude funderingsconstructie (bijvoorbeeld bij de middenpilaren) n op de palen die 10 jaar geleden zijn aangebracht. Moeten we nu bang zijn dat de sleuven die voor deze horizontale steunbalken gezaagd moeten worden, de oude zerkenvloer zullen aantasten? Volgens Monumentenzorg niet, omdat de nieuwe balken slechts 14 cm hoog zullen zijn. Ondanks de variabele hoogte van de zerkenvloer zou deze bij het inzagen van de sleuven niet worden geraakt, zo neemt men aan. Wethouder Stadig heeft in de gemeenteraad van 14 juli, na kritische vragen van raadsleden, enkele geruststellende uitspraken gedaan. De zerkenvloer zou worden ontzien, ter plaatse van de nieuwe paal zouden de zerken voorzichtig worden weggenomen; de paal zelf zou dan juist langs de aanwezige grafkisten worden ingeheid. Verder zouden alle werkzaamheden onder strikt toezicht van Monumentenzorg worden uitgevoerd.
Als men zorgvuldig te werk gaat, zal het dus allemaal goed aflopen.

Het graf van Hendrick de Keyser

Hendrick de Keyser was niet alleen architect van de Zuiderkerk, hij ligt er ook begraven, met vele nazaten en andere familieleden. Mej. Bijtelaar heeft destijds de plaatsen van die graven exact gelokaliseerd. Vervolgens heeft zij in 1951 een artikel gepubliceerd in Amstelodamum, waarin zij aangeeft dat het stoffelijk overschot van Hendrick de Keyser zich naar alle waarschijnlijkheid nog steeds ter plaatse bevindt, dat boven dit graf nu een andere zerk ligt en dat onderdelen van de oorspronkelijke zerk (met daarop de voornaam en de sterfdatum van Hendrick de Keyser) zich iets verderop bevinden. Mej. Bijtelaar placht haar publicaties soms met eigen tekeningen te illustreren, zie bijvoorbeeld haar boek "De zingende torens van Amsterdam". Wij mogen haar dankbaar zijn dat zij ook in 1951 de pen ter hand heeft genomen. Enkele zerken die zij daarvoor belangrijk genoeg vond, heeft zij nauwkeurig in tekening gebracht, waaronder beide bovengenoemde zerken. Zij sprak ten slotte de hoop uit dat het nageslacht voorzichtig met dit erfgoed zou omgaan en dat men bovendien alle zerken op hun oorspronkelijke plaats zou laten.
Tijdens de raadsbehandeling op 14 juli jl. heeft wethouder Stadig mevr. Assante toegezegd, beide zerken weer in het zicht te zullen brengen. Dat is cht goed nieuws, met deze actie zal recht worden gedaan aan Hendrick de Keyser. Het is de bedoeling om beide zerken op het huidige niveau te laten zitten de daarboven glazen platen aan te brengen. Het aardige is dat belangstellende bezoekers van de kerk zich daardoor zullen realiseren dat die onzichtbare zerkenvloer in werkelijkheid in alle richtingen doorloopt en dat zich onder de dekvloer dus nog honderden andere zerken bevinden! Zo blijft in elk geval de herinnering leven. Ook tijdgenoten van Hendrick de Keyser zagen het belang van zo'n zerkenvloer in:
"De Zuijder Kercke (...) is verciert met (...) eenen vloer uit eender handt met grafsteenen geplaveijt. Van waer oock de gantsche propositie van het werck niet weinig schoonheijt ende ciragie crijght".
Dit schreef Pontanus in 1614, drie jaar na de ingebruikneming van de kerk, toen de toren juist was voltooid. De zerkenvloer is ook weergegeven op een gravure van de Zuiderkerk in "Architectura Moderna" uit 1631.
Aandacht voor dergelijke zaken is geen kwestie van nostalgie, het is simpel een kwestie van cultureel besef en van fatsoen jegens vroegere stadgenoten. Misschien dat een toekomstige generatie het ooit zal opbrengen, de zerkenvloer (of wat daarvan nog over is) in zijn geheel te restaureren.

Hendrik Battjes

De hiernaast gereproduceerde brief schreef onze vereniging in juni 1999 toen over het voornemen om een nieuwe inbouw in de Zuiderkerk aan te brengen nog niet veel meer bekend was dan een door de gemeenteraad toegestaan krediet van ruim drie miljoen. Voor de fundering zouden opnieuw twintig palen door de oude zerkenvloer geslagen moeten worden.
Aan het plan is inmiddels verder gewerkt. Het bleek mogelijk te volstaan met één paal, die niet door de zerken heen gaat, ter ondersteuning van een betonnen dwarsbalk die de zerken evenmin raakt. De bestemming is ook niet een kantoorfunctie, maar informatie aan woningzoekenden, met een beperkte kantoorvoorziening. Het is dus een duidelijke publieksfunctie. Van belang is ook dat de scheidingswanden zoveel mogelijk van glas zullen zijn zodat de ruimte beter herkenbaar zal zijn dan bij de vorige nu weggesloopte inbouw. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg is tot de conclusie gekomen dat het definitieve plan een verbetering inhoudt in vergelijking met de tot voor kort bestaande toestand, die destijds geprezen werd omdat de zichtbare constructie weer kon worden verwijderd, wat dan nu ook gebeurd is.
De bestemming van kerkgebouwen die hun functie hebben verloren blijft een moeilijke zaak. Ongebruikt leeg laten staan is geen oplossing. De Zuiderkerk zal, wanneer de nieuwe inbouw gereed is, een belangwekkend discussievoorbeeld zijn over hoe het wel kan. Onze vereniging heeft haar bezwaar ingetrokken.

(Uit: Binnenstad 178, okt. 1999)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.