Binnentuinen I

“De tuinen zijn steeds waardevoller voor de overvolle stad. De bomen en struiken hebben een belangrijke functie, o.a. het binden van stof, zuurstofproductie, klimaatbeïnvloeding en temperatuursregeling, lawaaibestrijding, visuele verrijking en een schuilplaats voor insecten en vogels”. Aldus de aanhef van de ‘zienswijze’ welke het Platform “Spaar de Binnentuinen” aan de Gemeenteraad zond naar aanleiding van het ontwerp-bestemmingsplan Vijzelstraat/Amstel.

Lezing van dit doorwerkte bezwaarschrift roept de herinnering wakker aan de dramatische gemeenteraadszitting van 8 juli 1964. Aan de orde was het voorstel om aan Burgermeester en Wethouders vrijstellingsbevoegdheid te verlenen van de uit 1612 daterende bepaling dat de open erven van 27 bouwblokken, in hoofdzaak tussen de Keizersgracht en de Herengracht, moesten worden aangelegd en onderhouden als tuinen. Die bepaling was telkens opgenomen in de bouwverordeningen, en maakte deel uit van de “voorschriften ex artikel 43 Woningwet voor de oude stad”. Den Uyl, wethouder van Publieke Werken en van Economische zaken, wilde vrijstelling kunnen verlenen om op die vaak rommelige erven parkeren en uitbreiding van kantoorruimte toe te staan. De gangbare opvatting van toen was dat het economische zwaartepunt, vooral de financiële sector, in de binnenstad thuishoorde. Concreet gezegd: bankdirecteuren moesten hun auto kunnen parkeren op het terrein van hun eigen kantoor. Op dat punt waren de oud-bankier van Hall en de econoom den Uyl het volkomen eens. Er werd echter een motie ingediend die het tegenovergestelde beoogde: handhaving van de oude bepaling. Tot ergernis van den Uyl was die motie ondertekend door drie leden van zijn eigen PvdA-fractie, en één van de KVP. Die motie werd met één stem meerderheid aangenomen. Daarmee waren de keurtuinen op de politieke agenda gekomen, en begon het tegenoffensief: herovering van de oorspronkelijk groene ruimte die door nonchalant gedogen een ander gebruik had gekregen. Een belangrijk instrument in die strijd is het boek “Wat gebeurt er met de keurtuinen”, door Vera Amende, in 1979 uitgegeven door het wijkcentrum d’Oude Stad. De werkgroep keurblokken, bestaande uit Vera Amende en Addy Stoel, houdt de strijd vol, vaak gesteund door Heemschut en onze vereniging.

Zonnewijzer en tuinhuis achter Keizersgracht 524 (foto Wim Ruigrok)

De laatste jaren is het accent in twee richtingen verschoven. Kantoren verhuizen naar de Zuid-as, bewoning van de grachtenhuizen neemt toe, en dat doet de belangstelling voor de tuinen toenemen. In 1992 werd de stichting Amsterdamse Grachtentuinen in het leven geroepen. Fraaie plaatwerken tonen hoe mooi en hoe gevarieerd die tuinen zijn. Tegelijkertijd neemt de parkeerdruk toe. Inpandige parkeerplaatsen en ruimten in onderkelderde tuinen worden voor tonnen aangeboden en verkocht. Een nieuw element in de strijd is de gemeentelijke verplichting om de bestemmingsplannen binnen het beschermde stadsgezicht een beschermende strekking te geven. Wat de keurblokken betreft ligt die strekking vast, tenminste op papier. Ook in andere delen van de oude stad bestaan echter tuinen en tuintjes die voor de omwonenden en voor het stedelijk klimaat van belang zijn. Het is daarom nuttig dat er een platform “Spaar de Binnentuinen” in actie is gekomen.
Het ontwerp-bestemmingsplan Vijzelstraat/Amstel bestuderend ontdekte het platform allerlei gaten in de bepalingen, zoals de aanduiding ‘bouwperceel’ in plaats van ‘tuin’ , en de wijzigingsbevoegdheid van de Gemeenteraad voor het onderkelderen van tuinruimte. Vooral dat onderkelderen is een bedreiging, in een meter tuingrond boven een betonnen plaat kunnen hoogstens struiken maar geen bomen groeien. Kortom: verdediging van de tuinruimte blijft nodig.

Geurt Brinkgreve

Binnentuinen II

“Bij een belangrijk museum hoort een ongeschonden tuin, geen parkeergarage”, aldus luidde de laatste zin van Brinkgreves artikel over de te verwachten ontwikkeling van Amstelhof in het novembernummer van dit blad. Deze zin vraagt om een vervolg.
De planvorming tot vestiging van een ‘filiaal’ van de Petersburgse Hermitage in het vrijkomende Amstelhofcomplex is inmiddels ver gevorderd en over een garage wordt nu niet gesproken. De werkgroep Keurblokken van het Wijkcentrum D’Oude stadt heeft het standpunt ingenomen dat een ondergrondse parkeergarage onder de tuin achter de Amstelhof dit areaal onherstelbaar zou aantasten en de werkgroep vroeg de gemeenteraad het tuinareaal als keurtuin aan te merken. De Commissie Amsterdam van de Bond Heemschut deelt deze mening niet en richtte 5 november j.l. harerzijds het verzoek aan de gemeenteraad om, indien de noodzaak zou bestaan ten behoeve van de museumaanleg een ondergronds garage te creëren, deze garagebouw zou moeten geschieden met inachtneming van enige duidelijke vereisten. De nu bestaande tuin biedt geen fraaie, maar een tamelijk onderkomen aanblik, maar bij de bouw van een garage zou de tuin kunnen worden hersteld op een wijze die strookt met de historische aanleg van rond 1680, de tijd van de bouw van de Amstelhof.
Het nieuwe museum zou worden verrijkt met een luisterrijk tuinareaal.

Tot slot de aangeduide vereisten voor een onvermijdelijk te blijken garage:

  1. de ondergrondse parkeergarage zal geen boven het huidige maaiveld uitstekende bebouwing bevatten;
  2. de garage zal uitsluitend dienen ten behoeve van het museumgebruik;
  3. de in- en uitgangen van de garage komen uitsluitend aan de Weesperstraat;
  4. in het tuingebied is ieder autogebruik verboden;
  5. op het maaiveld boven de garage en op het tuingebied westelijk van de garage tot bij het Amstelgebouw zal een Franse tuin of een door het gemeentebestuur aangewezen tuinarchitect te ontwerpen tuin worden aangelegd.

Ernst Dienaar
Voorzitter Commissie Amsterdam van de Bond Heemschut

Binnentuinen III

N.a.v. de ingezonden brief van de voorzitter van Commissie Amsterdam van de Bond Heemschut het volgende: Omdat de gemeente bij de aankoop van het Amstelhofgebouw het appartementsrecht heeft verworven om eventueel onder de tuin een parkeergarage te realiseren is de werkgroep Keurblokken samen met de buurt nagegaan of dit wel een goede zaak is.
De tientallen bomen van het Amstelhof hebben een bijzondere waarde voor de omwonenden van het Amstelhof. Vooral de bewoners van de Weesperstraat ondervinden van het extreme verkeer door de Weesperstraat veel hinder. Vele malen worden de wettelijke grenzen die de overheid gesteld heeft aan geluid en uitstoot overschreden. In 1995 schreef de Rijksdienst al bij de beoordeling van een concept bestemmingsplan Amstel/Weesper: “Naast de Keurtuinen zijn in beginsel alle tuinen binnen en buiten de bouwblokken, die nog iets voorstellen, de moeite waard om deze onbebouwd en vooral groen te houden”.
Naar aanleiding van het rapport ‘De tuinen van de Amstelhof, van bestemming Tuin naar bestemming Keurtuin’ hebben de volgende instanties hun adhesie betuigd: Kon. Oudheidkundig Genootschap, Genootschap Amstelodamum, Ver. Vrienden v.d. Amsterdamse Binnenstad, Bomenstichting, Ned. Tuinenstichting, Ver. Natuurmonumenten, Ver. Milieudefensie, Platform Redt de Binnentuinen, Ver. Vrienden van de Amsterdamse Hortus, Stichting Tussen Amstel en Weesper, Plantage-Weesperbuurtvereniging en Plantage Weesperbuurtoverleg. Ook de Rijksdienst en de Gemeentelijke dienst voor de Monumentenzorg vinden het een goede zaak als de tuin de bestemming Keurtuin kan verwerven.
De bestemming Keurtuin betekent dat een erf boven en onder de grond alleen bestemd is om bomen, struiken en planten te laten groeien in het belang van de omgeving.

Vera Amende/Addy Stoel
Werkgroep Keurblokken

Binnentuinen IV

Tussen Keizersgracht 971-485 de Herengracht 434-440 en Keurblok XI, wordt geparkeerd. In strijd met het raadsbesluit van 1964, dus onbevoegd, heeft het toenmalige College daarvoor in 1968 toestemming gegeven. Dergelijke ‘gedoogde’ situaties dienen bij wisseling van eigenaren/gebruikers ongedaan gemaakt te worden en dat gebeurd ook, zij het moeizaam en niet altijd vrijwillig. In de leefmilieu-verordening Rembrantplein e.o. en in de nieuwe bestemmingsplannen volgens het beschermde stadsgezicht wordt de oude keur strak gehandhaafd: de binnenterreinen van de keurblokken moeten worden aangelegd en onderhouden als tuinen. Dat een nieuwe eigenaar desondanks probeert een ‘gedoogde parkeersituatie te bestendigen door een garagevergunning, ligt voor de hand. Inpandige parkeerruimte is kostbaar. Het ligt echter niet voor de hand dat Burgemeester en Wethouders daarvoor, in strijd met alle goede voornemens door de knieën gaan. Terecht heeft daarom het Wijkcentrum d`Oude Stadt bezwaar gemaakt tegen de garagevergunning in keurblok XI.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 181, maart/april 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.