Interview met Quinten Niessen van de Dienst Binnenwaterbeheer Amsterdam

Amsterdammers willen water op

Dit voorjaar zal het gemeentebestuur beslissen hoe de grachten gebruikt mogen worden. De voorbereidende nota’s zijn bijna gereed. De discussie kan snel beginnen.
Heeft Amsterdam ruimte voor meer rondvaartboten? Moeten de rondvaartrederijen de route van hun boten blijven bepalen? Zijn er te veel woonschepen? Welke mogen wel of niet blijven? Het zijn enkele van de vragen die het gemeentebestuur dit jaar wil beantwoorden. Dat zal gebeuren aan de hand van een waterplan voor heel Amsterdamen en een gebruiksplan van het water in de binnenstad. De nota’s worden onder leiding van de Dienst Binnenwater Amsterdam opgesteld.

Quinten Niessen van de Dienst Binnenwaterbeheer Amsterdam: “Het is de bedoeling dat in het waterplan alle aspecten van het water worden geïnventariseerd: bijvoorbeeld de bacteriën; de vervuiling; de diepte; de stedenbouwkundige aspecten. Alle gemeentelijke diensten zijn bij die inventarisatie betrokken. Er komt ook een gebruiksvisie voor de binnenstad. Daarin zal worden aangegeven hoe het water gebruikt kan worden. Ook zal daarin worden aangegeven hoe eventuele overlast kan worden voorkomen.”
Een ding is zeker: zowel het waterplan als de gebruiksvisie zal heel wat discussies oproepen. Water maakt nu eenmaal in Amsterdam de tongen los. Quinten Niessen: “Het is opmerkelijk hoe zo’n betrekkelijk klein onderdeel van het gemeentelijk beleid altijd zo veel aandacht krijgt. We hebben in 1998 in de gemeenteraad over 120 illegale woonboten een debat van zeven uur gehad. Dat zegt wel iets over de betrokkenheid van de mensen bij het stadswater.” Quinten Niessen vertrekt geen spier bij de tegenwerping dat dit ook wel iets zegt over de kwaliteit van de gemeenteraad.
Terug naar het waterplan. De inventarisatie daarin kan als fundering dienen voor beslissingen die het gemeentebestuur en de stadsdelen over hun water nemen. Quinten Niessen: “ Je kan je voorstellen dat waterverbingen ontbreken en dat als je die verbindingen doortrekt je een totaal ander gebruik van het water kan krijgen.” Het gebruiksplan zal voor het gemeentebestuur in ieder geval een leiddraad vormen voor het gebruik van het water in de binnenstad.
Welke beslissing de gemeenteraad ook neemt, Binnenwaterbeheer zal van alles verantwoordelijk worden gesteld. Quinten Niessen heeft er mee leren leven. “Voor veel wat op het binnenwater fout gaat, krijgen wij de schuld. Meestal gaat het om zaken waarover wij niets te zeggen hebben.”
Burgemeester en wethouders hebben bijvoorbeeld besloten dat de bevoegdheid voor het opstellen van bestemmingsplannen bij de Dienst Binnenstad hoort te liggen. Niet bij Binnenwaterbeheer dus. “We hebben ook nooit een voorstel gedaan om een bestemmingsplan aan te passen. Het enige dat wij doen is het constateren van feiten en die doorgeven.
Neem het weghalen van wrakken op het water. De mensen zien een gammel bootje liggen en vragen waarom wordt dat ding niet weggehaald. Maar er is een nationale wrakkenwet die zegt dat een boot pas een wrak is als hij onder water ligt. Driekwart van alle boten waarvan de mensen zeggen dat het een wrak is, is volgens die wet helemaal geen wrak en dan kunnen wij dus niet optreden. Misschien zijn er wel aanvullende regels nodig. Het is waar dat bij het opstellen van sommige bestemmingsplannen niet is nagedacht over de rol van het openbare water in de stad. In de tweede helft van de jaren tachtig zie je wel die wateraandacht in bestemmingsplannen, maar in de jaren negentig is dat onderdeel er uitgehouden. Het gemeentebestuur heeft toen over de binnenstad gezegd dat er eerst een integrale visie moest komen en dat tot dat moment onder meer geen steigers gebouwd mogen worden.”
Het waterplan en de gebruiksvisie zouden er toe kunnen leiden dat er eenheid van beleid komt. Nu zijn de verschillen soms groot. Een voorbeeld is de Prinsengracht. Aan de ene kant geldt het bestemmingsplan westelijke grachtengordel aan de andere kant het bestemmingsplan Jordaan. In het Jordaangedeelte mag alles, aan de andere kant is alles wat mag en niet mag minitieus vastgelegd. Quinten Niessen: “Maar ook daar is niet integraal nagedacht over het water.” Als B. en W. dit jaar moeten beslissen over het binnenwater, zal ongetwijfeld de discussie over de woonboten weer oplaaien. Quinten Niessen: “ Je ontkomt er in de binnenstad niet aan om na te denken over het historisch gezicht. Schepen passen in het karakter van de stad. Er is wel degelijk plaats voor historische schepen of vaartuigen die tenminste op schepen lijken. Daar moet je heen. Maar er liggen ook heel wat arken, ik schat dat dat er ongeveer 300 zijn. Vind daar maar eens aanvaardbare plek voor als je uitgaat van een visie dat in de binnenstad alleen maar plek is voor schepen of vaartuigen met een scheepsuiterlijk. De ambtelijke opdracht is om na te gaan wat wel en niet mogelijk is. Het gemeentebestuur moet dan een keus maken. Misschien zegt het wel dat iemand die een ark vervangt voor een echt schip een premie moet krijgen. Het kan ook zijn dat het gemeentebestuur kiest voor een zogenaamd uitsterfbeleid en dat iemand de ligplaats kwijt is als de ark wordt verkocht. En wat is overlast? Een aantal vormen zullen we in het gebruiksplan omschrijven en we zullen ook nagaan wat er geregeld is in verordeningen en of er gehandhaafd wordt en dan kijken we of we belemmeringen bij de bestrijding van overlast kunnen wegnemen. Er is een maximum snelheid voor vaartuigen en als we die snelheid niet zorgvuldig kunnen meten, dan moeten we zorgen dat we dat wel kunnen. Het zal allemaal gaan om de vraag of we voor het handhaven van de regels genoeg mensen hebben In ieder geval hopen we dat er in april concrete maatregelen genomen kunnen worden. Een ervan zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat na een bepaald uur geen plezierboten meer in de grachten mogen varen.”
In het gebruiksplan zal ook worden aangegeven of er meer rondvaartboten kunnen komen. Quinten Niessen: “We hebben nu een zogenaamd volumebeleid dat dateert uit 1946, toen vond men kennelijk dat er te veel rondvaartboten waren. Is er nu uitbreiding mogelijk? En kan er meer vervoer van goederen over het water plaatsvinden? Maar heb je daar voldoende afmeerplaatsen voor? Die afmeerplaatsen vormen het grootste probleem. In de Prinsengracht kan je bijvoorbeeld nergens meer bij. Je hoeft niet bang te zijn dat er geen ruimte is voor bijvoorbeeld twaalf extra watertaxi’s. Het grootste probleem is waar ze ‘s nachts slapen. Als ze varen is er weinig aan de hand, en er is altijd wel een plek waar passagiers kunnen worden afgezet. Maar ‘s nachts? Waar moeten ze dan heen? En hoe vind je aanlegplaatsen? Een stuk gracht tussen twee bruggen noemen we een rak. Als je bij elk rak een woonboot weghaalt, dan heb je een aanlegplaats. Dan schiet je een eind op, maar waar laat je die woonboten?”
Na het opstellen van het waterplan en het gebruiksplan, zal het grootste probleem zijn om een afweging te maken tussen alle cliams die er liggen om iets met dat water te doen. Quinten Niessen: “Dat wordt ambtelijk en politiek een forse klus, maar aan de hand van goede criteria kan je een eind komen. Weet U dat er jaarlijks ongeveer honderd aanvragen binnenkomen van mensen die denken dat ze een ideale oplossing hebben voor vervoer over water? Een Amsterdamse mevrouw heeft van de gemeente een aanmoedigingsprijs gekregen voor de fabricatie van gondels. Maar ze mag er in Amsterdam niet mee varen met passagiers. Het is ook de vraag of bewoners het leuk vinden als er een zingende gondelier voorbijkomt. Dat is maar één voorbeeld uit de aanvragen. Als we ze allemaal zouden honoreren, komt niemand op water vooruit of achteruit om over de overlast op de oevers maar niet te praten.”
Rondvaartboten vormen een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. Het is toeristen-attractie nummer één van heel Nederland.
Quinten Niessen: “Moet je het zelfde soort type rondvaartboot houden? Die glazen boten varen vaak met mensen die Nederland in een dag doen. Ze komen met een bus bij het Centraal Station , en stappen dan een rondvaartboot in.dan. Als blijkt dat er veel mensen zijn die niet met een bus worden aangevoerd en die een los kaartje kopen en die eigenlijk in een ander soort boot zouden willen varen, dan kan je nagaan of aan die wens voldaan kan worden. Er zal misschien ook iets veranderen doordat er een grote parkeerplaats voor toeringcars bij de Passagiers Terminal komt. Stel dat je minder sightseeing-bussen in de stad hebt rondrijden, dan kan het gevolg zijn dat er meer mensen het water op willen. En wil en kan je aan die vraag tegemoetkomen? Je kan je ook afvragen waarom die rondvaartboten allemaal over de Prinsengracht varen. Waarom zou een deel bijvoorbeeld niet over het Amstelkanaal gaan? Een tocht langs de gebouwen van de Amsterdamse School is toch prachtig? Op dit moment bepalen de rondvaartrederijen de routes. Misschien moet dat wel veranderen. Daar gaan we ook naar kijken, daarover gaan we ook praten met de ondernemers.”

Frans Heddema

(Uit: Binnenstad 181, maart/april 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.