Bethanienstraat 3-5-7

Stadsvernieuwing op klein formaat

Op 9 februari werd op de in ‘historiserende’ vorm herbouwde gevel van Bethaniënstraat 7 een bordje bevestigd, waarop het bouwjaar staat aangegeven. Dat zou in dergelijke gevallen een vaste regel moeten worden. Daarmee kan de kreet ‘geschiedvervalsing’ verdwijnen uit de discussie over het bouwen in de binnenstad.
Oude toestand Nieuwe toestand

Het bordje geeft uitleg over het waarom. In het gerestaureerde pand rechts, waar het Amsterdams Centrum voor Fotografie is gevestigd, zit een fraaie gevelsteen van een Moriaanshoofd, geflankeerd door twee zwanen met de tekst: Act. 8 vs 37-38, verwijzend naar de bijbeltekst Handelingen over de doop van de moor. Die steen zat eerst in het in 1945 gesloopte nr 7. Links van nr. 7 staan twee even smalle achttiende- eeuwse huisjes. De middeleeuwse minimumbreedte was 11 tot 12 voet, één roede, ± 375 cm. De oudste huizenbouw aan de noordzijde van de Bethaniënstraat dateert van kort na 1506. Toen werd deze strook tussen de O.Z. Achterburgwal en de Kloveniersburgwal tot aan de Koestraat door het Bethaniënklooster verkocht aan de stad. Perceelsgrenzen zijn in een historische stad gewoonlijk ouder dan de bebouwing. Waarschijnlijk dateert de breedtemaat van Bethaniënstraat 3-5-7 van de verkaveling van dat stuk kloosterterrein tot woonhuisperceeltjes.

Het bordje op Bethaniënstraat 7

De panden nrs. 3 en 5 hebben tientallen jaren als nauwelijks bewoonbare bouwvallen gewacht op een beslissing over sloop of herstel. De Stichting Diogenes die eigenares is geweest, slaagde er niet in de restauratie aan de gang te krijgen. In de gemeentelijke nota Woonproductie Binnenstad uit 1991 werden de beide huisjes tot sloop veroordeeld. Stadsherstel sprong in als redder. Door toevoeging van het lege terrein nr. 7 werd niet alleen een gat in de gevelwand gedicht, maar ook een gat in de begroting door in de nieuwbouw een koopwoning op te nemen, terwijl de gerestaureerde nrs. 3 en 5 huurbewoningen bevatten. De begane grond wordt verhuurd aan het belendende Centrum voor Fotografie. Met dit project, zo meldt het persbericht van Stadsherstel, kan het stadsvernieuwingsproces in de Bethaniënbuurt als afgerond worden beschouwd.

Dat proces begon in 1962, toen de pas opgerichte Stichting Diogenes voor een paar duizend gulden het pand Koestraat 34-36 kon aankopen. Van de zes kleine woningen in dat achttiende-eeuwse dubbele huis was er toen nog één verhuurd, aan een Chinese familie, de andere hadden geen voordeuren meer, en dienden als nachtasiel voor zwervers, die vele lege drankflessen achterlieten. Een werkgroepje kwam bijeen op initiatief van de restaurerende instellingen, met enkele ambtenaren van Monumentenzorg en Stadsontwikkeling (S.O.). Hun voorstel aan het gemeentebestuur luidde: “maak van dit kleine, destijds stille en zeer verwaarloosde buurtje van 1,7 hectare een proefproject voor stedelijke vernieuwing, met herstel van de monumenten en behoud van het stratenpatroon”.

Bethaniënstraat 3-5-7: vóór en na restauratie
Bebouwingsdichtheid in 1968 Bestemmingsplan van 1968

Dat was toen nog een zonderlinge gedachte; vervallen binnenstadswijken als de Jordaan en de Eilanden moesten, dat hoorde zo, worden gesloopt en vervangen (zie de Weesperstraat en Kattenburg). Wethouder de Wit voelde echter wel voor het idee Bethaniënbuurt; hij gaf S.O. opdracht het uit te werken. In maart 1968 verscheen een mooi verzorgd boekwerkje Nieuw leven voor een oude buurt dat, behalve veel waardevolle informatie, een volstrekt onuitvoerbaar ontwerp-bestemmingsplan bevat. Om meer licht en lucht in de smalle bouwblokken te brengen zou zoveel van de achterhuizen weggesloopt moeten worden dat een onbewoonbare schil bebouwing zou overblijven; de binnenterreintjes waren door voetpaden, onder andere over het toen lege terrein Bethaniënstraat 7, verbonden, zodat insluipers ongestoord de achtergevels konden beklimmen. Na veel gekrakeel werd het ontwerp ingetrokken. Inmiddels was wel een herstelbeweging op gang gekomen, waarvan Diogenes en Stadsherstel de voortrekkers zijn geweest.
De laatste grote bouwval was het Bethaniënklooster. Daar konden, volgens de ambtelijke projectgroep en haar architecten, acht woningen in gebouwd worden, met horeca in het souterrain. Dat zou het historische gebouw voorgoed geruïneerd hebben, boven een bron van geluidshinder in de Barndesteeg. Het voorstel van onze Stichting Jan Pietersz. Huis voor restauratie heeft het in 1986 gewonnen, mede dankzij de steun van het Grondbedrijf dat het onrendabele, dichtgetimmerde stukje middeleeuwen graag kwijt wilde. Wie zich nog herinnert hoe de Bethaniënbuurt er 40 jaar geleden uitzag, vol lege terreinen, onderstukken en uitgewoonde panden, kan constateren dat dit kleine stukje binnenstad weer tot leven is gekomen, dankzij het geduldige kleinschalige herstelwerk.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 182, mei/juni 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.