De beursfusie en de binnenstad

De Vereniging Amsterdam City maakt zich zorgen over de aanstaande fusie tussen effectenbeurzen van Amsterdam, Brussel en Parijs. Dat betekent het verdwijnen van zevenhonderd handelaren aan Beursplein 5. Volgens de beurs gaat het om circa 5000 arbeidsplaatsen, te vermeerderen met een kwart van dat aantal in bedrijven die veel klanten hebben in de financiële sector.

De recente verbouwing van de effectenbeurs die, zoals het Paroolbericht van 23 april jl. meldde, tachtig miljoen heeft gekost, blijkt overbodig te zijn geweest. De trek van kantoren naar de Zuid-as en Zuidoost, zo stelt Amsterdam City, is niet te stoppen, maar de gemeente moet wel zorgen dat het centrum ‘rugdekking’ krijgt door aan de IJ-oevers voor de beursbedrijven aantrekkelijke vestiging te bieden.
Hoe lang is het geleden dat burgemeester Van Thijn de wethouder Economische Zaken streng terugfloot omdat deze de toekomst van de financiële sector eerder zag langs de Zuid-as dan in het megalomane project Manhattan aan het IJ? Dat werd pas afgeblazen toen de financiers het gemeentebestuur lieten weten: “dank u, wij prefereren de nabijheid van de drukke luchthaven boven die van een lege zeehaven”.

Vóór 1914 was Amsterdam de grootste industriestad van ons land. Daarvan bleef niet veel over. In de jaren 1913-1916 lieten de roemruchte scheepvaartmaatschappijen hun paleis aan de Prins Hendrikkade bouwen. De Koopmansbeurs van Berlage was in vol bedrijf, door een luchtbrug verbonden met de in 1914 in gebruik genomen Effectenbeurs. Ook dat is verleden tijd. Wie, zoals schrijver dezes, de economiekatern van de kranten overslaat omdat hij de berichten en cijfers toch niet begrijpt, verwondert zich wél over de vitaliteit van het bedrijfsleven dat telkens nieuwe openingen vindt wanneer de vorige verstopt raken. De televisiebeelden van de beursvloer propvol opgewonden, schreeuwende en armenzwaaiende heren in hemdsmouwen gaan dus verdwijnen; computers nemen dat fysieke contact over. Het beroemde classicistische beursgebouw van Parijs is sinds enige jaren verhuurd als museum. Het werk wordt vanuit verspreide kantoren door experts achter hun p.c. gedaan. De voorzitter van Amsterdam City wijst op één constant element te midden van de snelle veranderingen: de attractie van de historische binnenstad: “Het is wel degelijk de grachtengordel en alles er omheen dat Amsterdam aantrekkelijk maakt voor een onderneming als Philips om er de hoofdzetel te hebben. Dat geldt ook voor andere ondernemingen die Amsterdam als vestigingsplek kiezen. Belangrijk is ook Schiphol, de verbindingen, allemaal waar, maar het gaat niet zonder het tot de verbeelding sprekende centrum”. Let wel: het is geen monumentenzorger of Heemschutter die dat zegt maar een gezaghebbend woordvoerder van het bedrijfsleven.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 182, mei/juni 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.