Interview met Hans van Heeswijk, Adviseur stadsvormgeving

“Individuele belangen moeten wijken voor het ontwerp”

Amsterdam heeft sinds juni vorig jaar een Adviseur stadsvormgeving: Hans van Heeswijk Hij valt rechtstreeks onder het College van B. en W. Hij heeft een vetorecht. Een ontwerp dat hij niet goedkeurt, wordt niet uitgevoerd. Aan een ontwerp waaraan hij zijn fiat heeft gegeven, mag door geen enkele gemeentelijke organisatie worden getornd.

Een goedgekeurd ontwerp voor een straat of plein in de Amsterdamse binnenstad is sinds kort onaantastbaar geworden. Als er het stempel van de Adviseur stadsvormgeving op staat, kan geen enkele ambtelijke dienst daar nog iets aan veranderen. Niet alleen het keurmerk is nieuw, ook de functie van Adviseur stadsvormgeving is dat. Niet alleen voor het Amsterdamse stadhuis, maar ook voor Nederland. Vorig jaar juni werd architect Hans van Heeswijk in deze functie aangesteld. Zijn taak is, zoals het in de officiële stukken staat: “Het op een hoger kwalitatief niveau brengen van de vormgeving van de openbare ruimte en de samenhang met de bebouwde omgeving. Dit betreft het sturen naar meer ordening, het bewaken van een hoger niveau in afwerking en het sturen naar samenhang.” En over de onaantastbaarheid van een ontwerp dat het stempel van de adviseur draagt, zegt hetzelfde document dat gemeentelijke diensten en bedrijven voortaan gehouden zijn om binnen het ontwerp te passen: “Individuele belangen moeten wijken voor het ontwerp.”

Hans van Heeswijk zal niet zelf ontwerpen. “Mijn werk moet onzichtbaar zijn. Mijn functie is vooral zaken intern te ordenen. Als het allemaal goed gaat, zal iemand over een paar jaar vragen: Waarom hebben we die Adviseur stadsvormgeving eigenlijk? Er zijn al veel adviseurs, supervisors, managers, commissies, projectbureaus, projectgroepen, ontwerpers, vormgevers coördinatoren, die allemaal het gevoel hebben dat zij het ultieme idee voor de stad Amsterdam hebben. De stadsadviseur is niet wéér een mening in de procedure, maar een beslissende en doorslaggevende factor.”
De adviseur zal er bij zijn als de werkzaamheden volgens het ontwerp zijn uitgevoerd en officieel worden opgeleverd. Hij is dan bevoegd bindende aanwijzingen te geven over eventueel door hem geconstateerde en te herstellen afwijkingen van zijn oorspronkelijke advies. Dat is niet voor niets, want de praktijk heeft geleerd dat er bij de uitvoering nogal wat fout kan gaan.
Hans van Heeswijk: “Een ontwerp zal nooit vlekkeloos worden opgeleverd. Er zullen altijd wel een paar weeffoutjes in zitten, die moet je er op het laatste moment uit kunnen halen. Je kan op papier niet elk detail zien. Je moet kunnen zeggen: “Hé, er staat nu een lantaarn naast een trammast of naast een verkeersbord. Dat moet veranderd worden.”
Maar ook in een later stadium moet er meer aandacht komen voor een uitgevoerd plan. “Voor het Spui is een prachtig ontwerp gemaakt; toen het klaar was juichte iedereen. Je moet nu eens zien hoe de boel er bij ligt, dan denk je toch: kwaliteit, waar hebben we het over, waarom is er geen aandacht aan het onderhoud besteed?”

De laatste jaren is Amsterdam bejubeld om de ontwerpen voor het Spui, de Haarlemmerstraat en het plein voor de Westerkerk. Ontwerpers als Simon Sprietsma oogstten overal grote waardering. Gaat Van Heeswijk die mensen voor de voeten lopen?
Van Heeswijk: “Nee, nee, de ontwerpers zien mij meer als steun van buitenaf. Ik heb dezelfde ambities als zij. Een enkele keer komt het voor dat we een discussie hebben over een deelontwerp. Kijk, ontwerpers hebben soms de neiging nieuwe ambities los te laten. Ik vind dat de samenhang van allerlei plannen belangrijk is. Zij willen soms iets meer, ik soms iets minder. Als je voor alle pleinen hetzelfde moet maken, dan is dat saai, dus het is logisch dat de tekenaars dan iets extra’s willen doen. Soms mag het, dan kan het, soms niet, omdat het de eenheid met andere plekken verstoort. We hebben een handboek voor de inrichting van de openbare ruimte. Er is bijvoorbeeld precies vastgelegd hoe de grachten eruit moeten gaan zien. Dat is een kookboek waarin alle ingrediënten staan, en met die ingrediënten moet je niet te veel gaan husselen. Natuurlijk moet niet alles er hetzelfde gaan uitzien. In de historische binnenstad werken we met rode bakstenen klinkers, behalve op plekken zoals het Spui en de Dam, daar komen keitjes. Maar de Nieuwendijk en de Leidsestraat krijgen langs de wanden een afwerking in graniet. Je hebt gewone en je hebt bijzondere plekken in de stad, de eerste groep wil je gelijk maken, de andere plekken mogen bijzonder zijn. Maar er moet wel een eenheid zijn, ook in kleur, de stad is geen kleurboek. Mijn taak is te zorgen dat die eenheid te zien wordt.”

In de praktijk liggen de problemen niet bij de ontwerpers, maar bij alle gemeentelijke diensten en organisaties buiten de gemeente die allemaal hun eigen wensen in een nieuw plan opgenomen willen hebben. Niet voor niets staat in een nota die Van Heeswijk aan B en W. heeft gestuurd de verzuchting: “Hoe zijn die in het gareel te krijgen?”
Hans van Heeswijk: “Er zijn liefst 25 instanties die bevoegd zijn de straat open te gooien voor leidingen. Je hebt de telefoonaanbieders, de kabelaanbieder, noem maar op. De gemeente heeft een gedoogplicht, ze moet het openbreken van de straat toestaan. Het gevolg is dat de straten vol staan met schakelkastjes en travohuisjes. Er staan duizenden oude kastjes op straat waarvan een deel niet meer gebruikt wordt. Daar proberen wij ordening in aan te brengen. Er kunnen heel wat van die kastjes in panden worden ondergebracht of onder de straat.”

De Adviseur stadsvormgeving kan zich alleen bemoeien met ontwerpen voor de binnenstad. De stadsdelen hebben een eigen bevoegdheid om de openbare ruimte in te delen. Geen ideale situatie, volgens Van Heeswijk.
“Neem de Amstel, de Singelgracht, de Jan van Galenstraat, dat zijn openbare ruimtes die belangrijk voor de hele stad zijn. Dat moet een eenheid zijn. Je moet eens over de Parnassusweg via Buitenveldert naar Amstelveen rijden. Dan krijg je opeens een ander soort lantaarnpalen, eerst grijs, dan groen. Waar is dat nou toch voor nodig?”
Hans van Heeswijk is het ermee eens dat het historische karakter van de binnenstad benadrukt wordt, maar hij heeft zijn grenzen.
“Je moet niet statisch vasthouden aan die historie. Ik heb twijfels over het plaatsen van kroonlantaarns op de grachten. Je loopt het gevaar dat het dan allemaal te veel Madurodam wordt. De Ritter-lantaarns die er nu staan, zijn veel neutraler. Dat op de Westermarkt kroonlantaarns staan, daar heb ik geen bezwaar tegen. Vóór het Paleis staan ook bijzondere lantaarns, maar ik moet er niet aan denken dat je ze in de hele stad zou zien. Dan wordt het kitsch. Kroonlantaarns moet je alleen op bijzondere plekken neerzetten.”
De lantaarns op Damrak, Rokin en Nieuwmarkt noemt hij een vergissing uit het begin van de jaren negentig. “In die tijd is geprobeerd de chaotische aanblik van die plekken te overstemmen door drukke vormgeving. Dat is verkeerd. Je moet juist zorgen dat de chaos vermindert.”

Een van de grote projecten waarbij de Adviseur stadsvormgeving betrokken is, is het ontwerp voor de Dam. Hij zucht. “Bij sommige plannen stap je natuurlijk op een rijdende trein. De Dam... dat gaat allemaal wel erg snel. Je vraagt je af of dat wel verstandig is, maar de politiek wil die snelheid nu eenmaal. Natuurlijk moet er ergens bij De Bijenkorf een grote fietsenstalling komen, zodat dat fietsenkerkhof vóór het gebouw kan verdwijnen. Waarvoor maak je anders de Dam mooi? Mensen zullen eraan moeten wennen dat je op drukke plaatsen je fiets in een stalling moet doen. Het loopt anders uit de hand. Kijk naar het Koningsplein, kijk naar De Bijenkorf.”

Een andere belangrijke klus waarbij Van Heeswijk als regisseur zal optreden, is de reconstructie van Koningsplein en Singelgracht. Moet je daar asfalteren of moeten er klinkers komen? Hans van Heeswijk: “De Singelgracht zal geasfalteerd worden. Tussen Munt en Spui dreigde ook asfalt te komen. Dat zou voor de ruimtelijke samenhang in dat gebied dodelijk zijn geweest. Gelukkig heeft de gemeenteraad besloten dat dát niet doorgaat.”
De belangrijkste discussie voor de komende jaren zal volgens Van Heeswijk gaan over de verdeling van de ruimte die belangrijke wegen bieden. “Er is een hoofdnet tram, fiets en auto. Die groepen willen allemaal afzonderlijke banen. Kijk eens wat de gevolgen zijn in de Jan van Galenstraat. Wat een spaghetti, wat een zooitje. Elke belangengroep vecht voor haar eigen baan. Ook de politiek is niet eensgezind. Het is ook vaak ingewikkeld. Sommige claims liggen in de wet verankerd, dat heeft te maken met bijvoorbeeld de Wet geluidshinder, met de snelheidsbeperking. Soms moet je een gescheiden fietspad maken. Maar als iedereen een vrije baan krijgt dan krijg je ook chaos.”

Een gruwel in vooral de binnenstad zijn de reclameborden. Al jarenlang roept de gemeente dat de reclame verminderd moet worden, maar van dat beleid is nog weinig te zien. Wat kan de Adviseur stadsvormgeving daaraan doen?
Hans van Heeswijk: “Juridisch ligt dat ingewikkeld. Er zijn contracten afgesloten. Je kan een uitsterfbeleid volgen, maar dan moet je wel zorgen dat er goed op wordt gelet, dat borden die ergens zonder geldige vergunning hangen, ook worden weggehaald. Dat is veel werk, daar moet je veel geld voor beschikbaar stellen. Er zijn steden die voorop lopen: Maastricht, Groningen, Den Bosch. Groningen loopt ver voorop. Daar wordt veel strenger dan in Amsterdam gekeken of ergens iets hangt of staat zonder vergunning. Je ziet daar winkelstraten waar op een ingetogen manier reclame wordt gemaakt, met koperen letters voor de deur bijvoorbeeld. In Amsterdam is het nog wennen aan een dergelijke aanpak. Er zijn notities genoeg over, maar ze krijgen geen vervolg in de ambtelijke organisaties. Er worden niet voldoende ambtenaren voor vrijgemaakt. Ik wijs daar wel op, ik probeer er over mee te denken. Langzaam worden de ambtelijke organisaties zich ervan bewust dat er meer moet gebeuren dan het lezen van de nota’s. Het Damrak is een zeer eenzijdige toeristenindustrie geworden. Door de eigendomsverhoudingen is het moeilijk daar grip op te krijgen. In de Leidsestraat is dat waarschijnlijk makkelijker. Bij de grootwinkelbedrijven bespeur je in ieder geval de neiging om het rustiger aan te doen. Etos op de Nieuwendijk is er een voorbeeld van, en Albert Heijn lijkt er ook meer op te gaan letten. Er verandert wel iets.”

Eén van de taken van de Adviseur stadsvormgeving is een beleidsvisie op te stellen voor de langere termijn.
Hans van Heeswijk: “We denken nu over de aanpak van alle pleinen in de binnenstad. Op dit moment bestaat de neiging om bij elk plein op dezelfde manier aan het werk te gaan: een speelplaatsje, een tramhalte, allemaal hetzelfde De inspraak werkt dat ook in de hand. Maar je moet niet te dorps denken. Je hebt zogenaamde groenpleinen, buurtpleinen en evenementspleinen. Je moet daar een rangorde in aanbrengen. Dan kan je ook voorkomen dat er steeds concessies worden gedaan. Het Rembrandtplein moet vooral openblijven, niet te veel groen dus. Maar van het Weteringcircuit zou je een groengebied kunnen maken dat past binnen de Singelzone. Van het Frederiksplein zou je bijvoorbeeld een mooi buurtplein kunnen maken. Dat soort zaken moet in die toekomstvisie komen.”
De Adviseur stadsvormgeving zal drie dagdelen per week actief zijn. Hij heeft op het Stadhuis een eigen bureautje. Op verzoek van de adviseur kan een commissie van wijze personen bijeenkomen om te discussiëren over beleidsaspecten. In die commissie zouden naast de verantwoordelijke wethouder deskundigen uit het veld en uit andere steden zitting kunnen nemen.
Hij zal niet aanwezig zijn bij allerlei tijdrovende vergaderingen van commissies, projectgroepen en dergelijke.
Van Heeswijk: “De hele procedurelijn die bij het ontwerpen ontstaat, al dat overleg, al die inspraak, daarbij probeer ik me aan de zijlijn op te stellen. En nogmaals: ik ontwerp niet, ook al jeuken af en toe mijn vingers. Van buitenaf bekijk ik de ambtelijke organisatie en aan de hand van wat ik daar tegenkom, zal ik wethouder Ter Horst adviseren. Het gaat om de grote lijnen.”

Frans Heddema

“Schandelijk wat er met Zuiderkerk is gebeurd”

Hans van Heeswijk blijft actief als architect. Zijn bureau is onder meer betrokken bij de vormgeving van haltes en viaducten van de IJ-trein, het verbouwen van parkeergarages in Zuid- oost tot kantoren en bedrijfsruimtes en een verdichtingsplan in Amsterdam-Noord, waarbij woningen een paar extra bouwlagen krijgen.
Een opvallend werk is de verbouwing van de Zuiderkerk tot een nieuw informatiecentrum voor gemeente Amsterdam. Daarover is commotie ontstaan. De indruk bestond dat voor die verbouwing heipalen dwars door een laag graven zouden worden geslagen.
Hans van Heeswijk: “Bij een vorige verbouwing is inderdaad door de graven geheid. De fundering van de kerk bestaat eigenlijk uit zes lagen grafkisten. De kerkdiensten werden als het ware op een kerkhof gehouden en dat merkten de kerkgangers ook. Je rook het. Het waren vooral rijken die in de kerk een laatste rustplaats vonden en zo ontstond de uitdrukking ‘rijke stinkerds’. Tien jaar geleden is dwars door die graven geheid. Dat is eigenlijk schandelijk. Wij wilden dat nu niet doen. Daarom komt er een stalen frame over de zerkenvloer, en daar bovenop wordt een nieuw skelet gemaakt. De nieuwe inrichting wordt ingetogener dan de vorige, waardoor de ruimtelijke kwaliteit van de kerk beter tot uiting komt. Het middenschip blijft open en er ontstaat een ruimte die, behalve als expositieruimte, ook geschikt wordt voor het houden van symposia. Er komt nu rust in het gebouw. Het casco zal ook beter zichtbaar worden. De sfeer die je er ooit kreeg door de houten inbouw, zal nu terugkeren door een inbouw van glas.” Eind van dit jaar zal de presentatie van de plannen plaatsvinden, een jaar daarna moet het werk gereed zijn.

[Reactie op uitspraken over kroonlantaarn]

(Uit: Binnenstad 182, mei/juni 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.