Op de bres voor Amsterdam LIII

Kalenderpanden

De gekraakte Kalenderpanden aan het Entrepotdok lijken in Amsterdam inmiddels een begrip geworden. Het monumentenaspect komt in de aandacht voor de strijd tussen krakers en gemeente echter maar beperkt aan bod. Het aspect is daarom niet minder interessant.

De Kalenderpanden zijn twaalf pakhuizen die elk de naam van een maand dragen. Deze in 1840 opgeleverde pakhuizen zijn de eerst panden in Nederland waarin gietijzer in een dragende constructie werd gebruikt. Op de bovenste etage’s staan 208 ranke kolommen in grote ruimtes. De bovenste verdieping heeft bovendien nog grote functionerende houten ‘windwerken’ waarmee lading met spierkracht omhoog gehesen kon worden. De laatste zes panden hebben kort na de oorlog een kleine verbouwing ondergaan, maar de eerste zes zijn nog in volledig authentieke staat. Bouwkundig verkeren de panden in een goede staat. Wie de pakhuizen van buiten beziet heeft echter de indruk met een vervallen pakhuis van doen te hebben: gebroken ruiten, afgebladderde verf en openstaande luiken waar duiven uit vliegen. Deze situatie is pas ontstaan sinds het GEB in 1993 het terrein verliet. De gemeente kocht de panden en verhuurde ze aan een Waterlooplein-koopman die verder geen onderhoud pleegde.

Entrepotdok 87-98

Aanvankelijk was het de bedoeling dat de Kalenderpanden een woon-werkfunctie zouden krijgen. Dit als ‘compensatie’ voor de ontruiming van de gekraakte Rijkskledingmagazijnen in de nabijgelegen Conradstraat. Helaas keerde het tij in ongunstige zin. De wethouder besloot dat er alleen woningen in de vrije sector op het GEB-terrein gerealiseerd mochten worden. Een ‘maximale grondopbrengst’ was het uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling van het terrein. Projectontwikkelaars werden uitgenodigd bouwplannen in te dienen. Hieronder bevond zich ook het huidige bouwplan, dat voorziet in het binnen de muren uitslopen van tien meter van de achterzijde van het gebouw en het plaatsen van zes liftschachten. De monumentencommissie noemde het plan in een pré-advies “bizar”. Bizar of niet, het plan bracht het meeste geld op en werd gekozen. Toch was de gemeente blijkbaar gewaarschuwd dat het in slechte aarde zou kunnen vallen. Men was in ieder geval zo slim om bij de noodzakelijke wijziging van het bestemmingsplan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, die men hierbij verplicht om ‘advies’ moet vragen, een geheel ander plan voor te leggen dat bij de dienst niet op bezwaren stuitte.
Een belangrijke hobbel was hiermee genomen en het Bureau Monumentenzorg adviseerde de betreffende wethouder de vergunning te verlenen. Wie dit advies leest vraagt zich af hoe vaak de ambtenaren van Bureau Monumentenzorg borrelen met de Dienst projectontwikkeling van het Grondbedrijf. Het bureau meldt namelijk dat ‘een haalbaarheidsonderzoek met alle mogelijke varianten’ aan het huidige plan vooraf is gegaan en dat het huidige plan het ‘minimaal haalbare is met een maximaal behoud van het monument’. Gelukkig weten we dat bij voorbaat vast stond dat het plan met de hoogste opbrengst gekozen zou worden. Het mag dan ook niet verbazen dat de gemeente nooit een ander plan heeft willen tonen, laat staan meerdere. Zelfs een verzoek hiertoe met een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuursstukken heeft tot op heden niets opgeleverd.
Ook de gemeentelijke monumentencommissie ging akkoord met het bouwplan. Deze commissie is inmiddels getransformeerd tot de ‘Commissie voor Welstand en Monumenten’ en heeft, naar eigen zeggen, geen monumentenspecialisten meer in de gelederen. Deze belangen zouden worden behartigd door Bureau Monumentenzorg... Het is triest te moeten zien hoe ook deze commissie aan haar eigen richtlijnen voorbij gaat als het een plan van haar eigen gemeente betreft. Zo zou het gebruik ondergeschikt aan het monument moeten zijn. In dit geval is de sloop aan de achterzijde echter ‘inherent aan de keuze voor woningen’. En over dat laatste mag de commissie nu eenmaal niet meepraten. Alleen de Rijksdienst is het niet met de plannen eens en meldt de panden na de verbouwing van de Rijksmonumentenlijst te willen afvoeren. Ze verzuimt echter in beroep te gaan. Navraag leert dat men de zaak weinig succesvol achtte: “Van het grote geld verlies je toch altijd”. Wellicht had de Rijksdienst gelijk. De bewoners hebben in ieder geval tot nu toe steeds nul op het rekwest gekregen. Onlangs nog oordeelde de Raad van State dat er dankzij het bestemmingsplan geen ander plan meer mogelijk was. De opzet van de gemeente lijkt dus geslaagd en de oplettende lezer ziet dat hier jurisprudentie ligt, waarmee een gemeente via het bestemmingsplan de monumentenprocedure simpelweg zou kunnen omzeilen.
Toch geven de bewoners het nog niet op. En hoe het ook zij, er is een partij die al bij voorbaat verloren heeft: de gemeente zelf. Gedurende de periode dat er door de lopende procedures niet gebouwd mocht worden is de prijs voor grond in Amsterdam flink gestegen. De gemeente heeft zich destijds aan de projectontwikkelaar verplicht de panden te verkopen voor een prijs die vele miljoenen guldens onder de huidige marktwaarde ligt.

Bewoners van de Kalenderpanden

(Uit: Binnenstad 182, mei/juni 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.