Om de allure van de Leidsestraat

Een vrouwenstem aan de telefoon: “Ik moet een programma voor AT5 voorbereiden. We willen iets doen aan de verloedering van de stad. Mag ik daarover eens met u komen praten.” Sympathiek, zakelijk.
Nu kwam ik juist van een wandeling naar mijn uitgever op de Herengracht tegenover het punt waar de Spiegelstraat geen brug heeft. De gracht is daar op haar mooist, en op weg erheen barst de stad van de renovaties en nieuwbouw, net als trouwens op veel andere plaatsen in de binnenstad. Niks verloedering.

Mijn eigen huis stond in de steigers, evenals mijn buurhuis, het dubbele pand van het vroegere Portugees- Israëlietisch Oude Mannen Huis, dat van binnen tot op de bouwmuren werd gestript, waarbij verborgen constructiefouten werden verholpen en een nieuw interieur werd ingebouwd. Ik ging over de Blauwbrug, die weer zo mooi werd gemaakt “als Breitner hem heeft gekend”, en achter langs Nöggerath en Tuschinski, waar sinds mensenheugenis een verloederd terrein lag: de oude Duvelshoek, beheerst door oud roest, vuilnis en een met olie besmeurde parkeerplaats, alles achter scherven en prikkeldraad. Maar die schandvlek wordt nu weggepoetst, voor een megabioscoop. De buitenmuur van Nöggerath langs de Schapensteeg wordt gespaard en aan de Reguliersdwarsstraat staat één oude halsgevel stevig in de stutten.
Bij de Vijzelstraat sloeg ik linksaf langs een nieuw hotel in een architectuur waarbij we ons nu maar moeten neerleggen. Om de hoek op de Herengracht wordt het oude Bevolkingsregister ingericht voor een erg chique bank, dat is nooit weg.
Dat noem ik geen verloedering, maar veeleer: oppassen voor een teveel aan stoere dynamiek. Hoe wordt de entreehal van de nieuwe bioscoop aan de Vijzelstraat tegenover het Carlton? Nu nog louter beton, maar straks ‘trendy’ aangekleed - je houdt je hart vast. Ik wou al doorgaan over de macho-plannen voor het Mr. Visserplein, het Binnengasthuisterrein en...

... maar Carolien van der Veeken - want zo heette de opbelster - stuitte mijn spraakwaterval. Felix Rottenberg had alarm geslagen over de Leidsestraat, zo’n driehonderd meter voorbij de gave bocht van de Herengracht, en daar deugde niets van. Toen wist ik niets meer te zeggen, dan dat ik ook liever door de Utrechtsestraat loop, nog steeds een topper van variatie en kwaliteit. Nee, over de Leidsestraat kon ik haar niet genoeg vertellen. Voor goede raad heeft ze zich toen tot Vincent van Rossem gewend. Er kwam tenslotte op 18 maart een aflevering van Duivels over de Leidsestraat op AT5, en de dag daarop een film op Nederland 3. Met de Leidsestraat bleek echt alles mis te zijn. Grond en gebouwen in handen van buitenlandse speculanten; hemelhoge huren; winkels waarvan je niet durfde te vermoeden hoe ze die huren bij elkaar verdienen; lege etages met kapotte ramen boven de winkels; open eethallen, schreeuwerige reclame.
Of andersom: bedenk eens, wat er verloren is gegaan. Het verdwijnen van de kleine huiseigenaar en de zelfstandige winkelier, die vaak boven zijn winkel woonde. De kwaliteitswinkelier met juwelen, horloges, schoenen, mode, delicatessen, en de goede restaurants, type Dikker en Thijs. Daarvoor in de plaats de winkels, waarvan je niet snapt met wat voor omzet ze de huur kunnen betalen, de automatiekhallen en de uniforme filialen van winkelketens.
Felix noemt dat verloedering, omdat hiermee de sociale samenhang van mensen die zich om hun straat bekommeren, verdween. De huiseigenaar woont in een postbus in een belastingparadijs. Die straat is nu van niemand meer. Niemand voelt zich verantwoordelijk voor de reclame, het zwerfvuil, de vuile, gebroken ramen. De leegstand boven de winkels is een steen des aanstoots voor iedereen die een woning(kje) zoekt. We bouwen IJburg, en hier staat alles leeg. Michael van der Vlis liep al rond met het idee om boven de winkels weer mensen te laten wonen.

Vincent van Rossem kon met gezag spreken over gevels die eens mooi waren geweest en nu verpest zijn; de wallenspecialist Freek Salm wist hoe ondoorzichtig de geldhandelingen achter die gevels kunnen zijn, en Duco Stadig erkende de machteloosheid van de gemeente: “We leven hier niet in Sovjet-Rusland, en we kunnen dus niet naar zo’n coffeeshop gaan en zeggen: ‘meneer, we willen dat u hier weg gaat’.” Stadig had er bij kunnen zeggen dat we ook niet de Febo kunnen wegjagen omdat wij zo’n inloophal lelijk vinden. Hoe kan de overheid besturend optreden, als er vrijheid- blijheid op economisch gebied moet heersen en de huren speelbal zijn van die vermaledijde vrije markt?
Er was ook een buurtconsulente, die had geholpen de Haarlemmerdijk weer in het gareel te krijgen, Nel de Jager. Zij had er een “volle bijbaan” aan gehad. Onbetaald, dus onafhankelijk.

Felix had geen zin te berusten. We zouden tegenover de machteloosheid van het bestuur een particuliere vereniging voor herstel van de allure van de Leidsestraat moeten oprichten. We moeten als Amsterdammers gaan praten met makelaars en huiseigenaren, kwaliteitswinkels aantrekken, de leegstaande etages toegankelijk maken, de reclame aan banden leggen. Het roofkapitalisme de voet dwars zetten. Dat hoeft geen utopie te zijn. Is de Jordaan niet uit het dal gekomen, dank zij het particuliere initiatief voor het herstel van het Claes Claeszhofje?
Wat Felix wil voor de Leidsestraat is geen monumentenzorg in engere zin, maar “allure-zorg”. Elke zorg voor Amsterdam is ons welkom.

Ricardo

(Uit: Binnenstad 182, mei/juni 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.