De Vijzelroute

Onder die titel publiceerde het wijkcentrum d’Oude Stadt in 1995 een rapport over de route tussen het Muntplein en het Weteringcircuit. Aan dat rapport hadden meegewerkt leden van de Adviesraden voor Stadsontwikkeling en Monumentenzorg, het Bureau Monumentenzorg (BMZ), Amstelodamum en onze vereniging.

Tegenover de uit het begin van de vorige eeuw daterende stelling dat de sloping en de schaalvergroting van de westwand vanzelf zouden moeten leiden tot een soortgelijke ontwikkeling van de oostwand, stelde het rapport dat de bestaande bebouwing met haar 17de-eeuwse parcellering en schaal beschermd en opgeknapt zou moeten worden. De gemeente heeft, zoals gewoonlijk, dat ongevraagde advies opzij gelegd en er niets mee gedaan. De gevolgen worden zichtbaar. Aan de noordkant, tussen de Herengracht en het Muntplein, tekent de schaalvergroting zich af in de gapende muil van de in aanbouw zijnde megabioscoop en in een veel te hoog hotel, aan de zuidkant staat op de hoek Fokke Simonszstraat en Vijzelgracht een onverschillig kantoorgebouw dat twee lagen boven de belendingen uitsteekt.

Vijzelstraat 137, hoek Prinsengracht

Een sleutelpositie neemt het blok tussen de Prinsengracht en de Keizersgracht in, tegenover het in 1966-’67 zwaar omstreden (en nu overbodig geworden) bankgebouw van ABN- AMRO. Het Cuypersgenootschap heeft in 1998 het verzoek ingediend om de panden van 123, 125 en 137 en Prinsengracht 955 op de Rijksmonumentenlijst te plaatsen. De Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg (ARM) achtte de panden daarvoor niet van voldoende nationaal belang, maar bepleitte wel opname in de gemeentelijke monumentenlijst. Ten aanzien van het hoekpand Prinsengracht 955 is dat ook gebeurd. De ARM noemde “de stedenbouwkundig historische waarde, zoals verdisconteerd in de maat, de schaal van de panden en de parcellering van de gevelwand” en “een beeldbepalend ensemble op een belangrijke plek in het beschermde stadsgezicht”. Voorts wees de ARM op de 17de- en 18de - eeuwse bouwelementen achter de 19de-eeuwse gevels. De eigenares maakte bezwaar tegen het beschermingsvoorstel. Zij wilde slopen en een nieuw gebouw oprichten. Dat de panden met dat doel al lang verwaarloosd waren, was voor elke voorbijganger duidelijk. De toenmalige eigenares heeft de panden inmiddels verkocht. De zaak is nu weer teruggekomen in de gemeenteraad, het voorstel blijft gemeentelijke bescherming voor het hoekpand Prinsengracht, geen individuele bescherming voor Vijzelstraat 123, 125 en 137. Het in de voordracht opgenomen advies van het BMZ acht de panden uit architectuur-historisch oogpunt weinig interessant; op de lijst staat al een werk van de architect Vixseboxse. Bescherming op grond van alleen de stedenbouwkundige waarde houdt voor de rechter geen stand, bezwaar daartegen van de eigenaar kan worden verwacht. De aanwezigheid van 17de - en 18de -eeuwse bouwelementen is evenmin van betekenis, “immers, het merendeel van de bebouwing in de binnenstad bevat oudere bouwsporen”.
Wanneer zo’n slap verhaal zou komen van een andere gemeentedienst, waarvan de ervaring heeft geleerd dat men daar binnenskamers de hele monumentenbescherming overbodig gezeur vindt, dan was het nog te verwachten. Maar van het Bureau Monumentenzorg?

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 182, mei/juni 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.