Bijschrift bij Raadsadres over Binnengasthuisterrein

De Nieuwe Doelenstraat als de plannen van de UvA worden uitgevoerd.
In het besluit van de staatssecretaris van O.C. en W., dr. F. van der Ploeg, en de minister van VROM, drs J. Pronk, om Amsterdam binnen de Singelgracht en het IJ aan te wijzen tot beschermd stadsgezicht in de zin van artikel 1, onder g, van de Monumentenwet 1988 staat - onder meer - het volgende:
Dat, voor het gebied 'Binnengasthuisterrein' een termijn wordt gesteld van drie jaar ter vaststelling van een bestemmingsplan als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Het besluit is gedateerd 29 januari 1999. Vr 29 januari 2002 moet de gemeenteraad dus, na de voorgeschreven procedures van ter visie legging en het beantwoorden van eventuele bezwaarschriften, een concept-bestemmingsplan goedkeuren dat onder meer de rooilijnen, de maximum hoogte en gebruik aangeeft, waaraan bouwvoornemers zich bij hun planontwikkeling moeten houden. Dat bestemmingsplan moet volgens het aanwijzingsbesluit een beschermende strekking hebben. Die bescherming geldt voor de nog zichtbare historische structuur en de voor het stadsgezicht waardevolle bebouwing. Het gedram om nu gauw een gemeentelijke goedkeuring voor het megalomane bibliotheekplan door te drukken, negeert zowel de Wet R.O. als de Monumentenwet. Er is een tijd geweest dat Amsterdamse stadsbestuurders de heren van Den Haag de wet voorschreven. Dat is lang geleden. Misschien waant wethouder Stadig zich nog in de tijden van Andries Bicker en Cornelis de Graeff.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 183, juli 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.