Raadsadres van het Amsterdam-Overleg

De Nieuwe Doelenstraat als de plannen van de UvA worden uitgevoerd.

over het Binnengasthuisterrein, d.d. 31 mei 2000

Geachte raadsleden,

De ter discussie gestelde stedenbouwkundige modellen voor de herhuisvesting van de Universiteitsbibliotheek in combinatie met de faculteit der Geesteswetenschappen geven ons aanleiding tot de volgende bedenkingen.

De gemeenteraad heeft het herhuisvestingplan van de bibliotheek op 10 februari 1999 voor kennisgeving aangenomen in afwachting van de stedenbouwkundige uitwerking. Dat lag voor de hand; de interne organisatie is de eerste verantwoordelijkheid van de universiteit zelf. Geen verschil van mening bestaat over de wenselijkheid de traditionele verbondenheid tussen het universitaire leven en het Binnengasthuisterrein met de Oude Manhuispoort te continueren.
De zorg voor de cultuurhistorische waarden van dat centrale deel van de binnenstad, zoals belichaamd in de structuur, de bebouwing en vooral de schaal, regardeert echter de gehele in deze waarden genteresseerde burgerij en behoort tot de verantwoordelijkheden van het gemeentebestuur, in het kader van het wettelijk beschermde stadsgezicht. Mochten de stedenbouwkundige consequenties van het herhuisvestingplan in botsing komen met die cultuurhistorische waarden, dan hebben die laatste prioriteit. Verliezen in die sector zijn namelijk onomkeerbaar, terwijl het universitaire huisvestingsbeleid een variabel, weinig consistent beeld toont.
De gevel-1968 van de U.B. aan het Singel is algemeen erkend als een architectonische misstap. Dat kan zeker niet worden gezegd van het omvangrijke bibliotheekcomplex dat toen tussen het Singel en de Handboogsteeg tot stand kwam, waarvan de restauratie van het Bushuis en de Garnalendoelen deel uitmaakt. Mocht de toen gecreerde ruimte nu te klein worden geacht, dan ligt het in de rede elders aanvullende ruimte te zoeken. Het lijkt ons geen overtuigend argument voor het huidige herhuisvestingplan dat het bestaande complex nu geheel wordt afgeschreven als 'te klein, te onhandig en klimatologisch niet geschikt voor het bewaren van boeken'.
Het plan voorziet voorts in het afstoten van het Bungehuis en het nieuwe P.C. Hoofthuis, waardoor bibliotheekruimte verloren gaat, maar middelen vrijkomen voor nieuwbouw. Ook het continue proces van slopen, hoogbouw, weer slopen en verbouw op het Roeterseiland is geen overtuigend argument voor de onontkoombaarheid van het bibliotheekplan.
Wat wel naar voren kwam op de inspraakavond d.d. 27 april is de bedoeling om de aanwezigheid van de universiteit op het Binnengasthuisterrein zichtbaar te maken, dit als tegenwicht tot de "eenzijdige vercommercialisering" van de binnenstad. De wens om door bouwhoogte op te vallen kan bij hedendaagse bedrijfsgebouwen gerealiseerd aan de Zuid-as en in Teleport. Wat de binnenstad eist, is het tegenovergestelde, namelijk zich invoegen in de bestaande bebouwing en de daar geldende maten en verhoudingen. De universiteit acht de beoogde bouwhoogte nodig "om de nationale en internationale concurrentie te kunnen aangaan". Dat lijkt ons een commercile denkwijze, in strijd met de culturele uitstraling welke van de universiteit wordt verwacht.
In de mondeling en schriftelijk gegeven toelichting wordt gesteld dat de nieuwe compositie van het binnenterrein, "de stad veelkleuriger, stedelijker en aantrekkelijker zal maken". Elders lezen wij "door zijn bouwhoogte werkt het nieuwbouwvolume als decor voor de monumentale paviljoens aan de Grimburgwal die daarmee beter tot hun recht komen". Dergelijke teksten achtten wij reclametaal, geen voorlichting.
Voor het Binnengasthuisterrein bestaat nog geen bestemmingsplan en dat is een ernstig verzuim. De bouwverordening staat op dit gebied een maximale bouwhoogte toe van 35 meter, nagenoeg het dubbele van de hoogte van de monumentale gevelwand Oude Turfmarkt. Het lijkt nu de bedoeling dat het gemeentebestuur na het zomerreces een keuze maakt tussen de vier nu voorgestelde stedenbouwkundige modellen. Daarmee zou de gemeenteraad in gebreke blijven in het vervullen van zijn wettelijke taak om voor dit belangrijke binnenstadsgebied een bestemmingsplan vast te stellen volgens de richtlijnen van het beschermde stadsgezicht. Een bestemmingsplan dat precies aangeeft wat, waar, hoe hoog en voor welke functie er gebouwd mag worden. Is eenmaal de keuze tussen de vier modellen gemaakt, dan wordt het vaststellen van een bestemmingsplan Binnengasthuisterrein een onwaardige schijnprocedure omdat de zaken waar het om gaat al bij voorbaat vast liggen.
Naar onze mening zou de gemeente thans op korte termijn opdracht moeten geven aan een niet bij de universitaire plannen betrokken bureau om een bestemmingsplan met beschermende strekking te ontwerpen, dat na de voorgeschreven inspraakronde door de gemeenteraad kan worden vastgesteld. Aan de hand van dat bestemmingsplan kan de universiteit haar huisvestingsvoornemens toetsen en waar nodig herzien.

Namens het overleg tussen bestuurders van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, het Genootschap Amstelodamum, de Bond Heemschut en de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad,

Hoogachtend,

Prof. dr. J.E.G.C. Dibbits
voorzitter

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.