Toespraak van wethouder Ter Horst

op de jubileum-jaarvergadering

Geachte aanwezigen,

Allereerst wil ik uw Vereniging van harte feliciteren met haar verjaardag. Vijfentwintig jaar is een mooie leeftijd. Nog jong, maar ook al oud en wijs genoeg om te weten dat ijzer niet met handen gebroken kan worden. In het maatschappelijk verkeer is een zekere mate van redelijkheid nu eenmaal onvermijdelijk.

De Binnenstad heeft gelukkig al langere tijd vele vrienden. Dezer dagen viert het Genootschap Amstelodamum zelfs al een eeuwfeest, en op de uitnodiging voor dit feest wordt nog eens uitdrukkelijk herinnerd aan de plannen van het toenmalige gemeentebestuur om de Reguliersgracht te dempen. Ten behoeve van het openbaar vervoer nog wel. Voor het goede doel dus, maar toch zijn we blij dat het verzet tegen dit plan succes heeft gehad.
Dergelijke plannen zijn nu ondenkbaar geworden, maar het is inderdaad goed om stil te staan bij het feit dat de discussie over de Binnenstad al langere tijd gevoerd wordt. In het laatste decennium van de negentiende eeuw werd de stad met harde hand vernieuwd. De Nieuwezijds Voorburgwal werd gedempt. De Warmoesgracht, een toonbeeld van verstilde schoonheid, moest plaats maken voor de Raadhuisstraat, een straat vol verkeer en wat schreeuwerige architectuur. Dat kon allemaal, men vond de protesten tegen de Raadhuisstraat zelfs overdreven, maar het dempen van de Reguliersgracht was blijkbaar toch zeven bruggen te ver.

De twee huizen, hoek Keizersgracht / Westermarkt, waarvan de sloop aanleiding was voor de oprichting van de Vereniging Hendrick de Keyser (1918)

Nadien kan men spreken van gestadig toenemend verzet tegen veranderingen en vernieuwingen in de Binnenstad. In 1911 werd de Bond Heemschut opgericht, die landelijk verzet aantekende tegen de aantasting van historische stads- en dorpsgezichten. In 1918 volgde de Vereniging Hendrick de Keyser, naar aanleiding van de sloop van twee prachtige woonhuizen op de hoek van de Westermarkt en de Keizersgracht. Voor een groot en wat lomp kantoorgebouw, dat er nog steeds staat, en dat nog steeds bewijst dat moderne architectuur slecht past op de grachten. Het waren met name de afmetingen van deze kantoorgebouwen die velen al in de jaren twintig een doorn in het oog waren. Men begreep dat voortgaande schaalvergroting fataal zou zijn voor de Binnenstad.
Ook in ambtelijke kring kwam enige bezinning op gang. De ontwerpers van het Algemeen Uitbreidingsplan kwamen begin jaren dertig tot het besef dat de grachtengordel toch wel een uniek gegeven was, dat niet zonder meer verbouwd zou mogen worden tot modern zakencentrum. Toch meende men dat het misschien nodig zou zijn om de radiaalstraten in de Binnenstad te verbreden, en n van die verbredingen is na de oorlog uitgevoerd: het trac Wibautstraat, Weesperstraat, Valkenburgerstraat, IJ-tunnel. De nieuwe ringweg heeft deze autosnelweg goeddeels overbodig gemaakt, maar de oude Weesperstraat is wel voorgoed verdwenen.
De na-oorlogse periode was een moeilijke periode, eerst met schaarste en woningnood, later met een ongekende welvaartsgroei en steeds meer auto's. Voor het verleden was weinig respect, Amerika had de oorlog gewonnen, en voor velen was de dynamiek van dat land zonder geschiedenis het ideaalbeeld. Aan de rand van de stad verrezen frisse, nieuwe woonwijken, en er werden plannen gemaakt om de grootste krottenwijk van Amsterdam, de Jordaan, grotendeels te slopen. Toch was er aarzeling bij het ambtelijk apparaat. In 1961 kwam er tenslotte dan toch een echte Monumentenwet, en toen was het eigenlijk al te laat voor grootschalige sloopplannen. De belangstelling voor het verleden van Amsterdam nam weer toe, Amsterdammers bleken gehecht te zijn aan hun stegen, hun straten, en hun dwarsstraten, en uiteindelijk is de Jordaan grotendeels behouden gebleven. Stadsvernieuwing was de nieuwe formule, die nog ingrijpende gevolgen heeft gehad voor het stadsbeeld.
Uiteindelijk is dan na honderd jaar discussie over de binnenstad in brede kring de overtuiging ontstaan dat de historische stad een Beschermd Stadsgezicht zou moeten zijn. Ik wil u niet lastig vallen met de juridische finesses van de bijbehorende bestemmingsplannen. Het bestuurlijk instrumentarium om de stad te beschermen wordt beter en beter, dat is wel duidelijk. Het is echter niet zo dat we nu definitief klaar zijn.

De geschiedenis van het debat over de Binnenstad die in het voorgaande kort geschetst is, maakt duidelijk dat het om een bewustwordingsproces gaat. De grote lijn in dat proces geeft aan dat men in de loop der decennia gaandeweg voorzichtiger wordt.Voor een Vereniging als de uwe moet dat een bemoedigende conclusie zijn. De behoudzucht, om het gemakshalve maar even zo aan te duiden, wint langzaam terrein.
Toch is er natuurlijk ook nog steeds sprake van dynamiek in de Binnenstad, de vernieuwers hebben het nog niet opgegeven. Het Beschermd Stadsgezicht vormt nu een nieuwe fase in dat bewustwordingsproces. Het is bedoeld als een kader voor het voortgaande debat over behoud en vernieuwing. De waarderingskaart Beschermd Stadsgezicht heeft de mogelijkheden voor sloop-nieuwbouw in de Binnenstad aanmerkelijk ingeperkt. Alleen de zogeheten Orde-3- panden kunnen onder zekere voorwaarden vervangen worden. De Orde-2-panden dienen behouden te blijven.
De Commissie voor Welstand en Monumenten zal in dit debat doorgaans het laatste woord hebben, tenzij het gemeentebestuur gegronde redenen heeft om het advies te negeren. Betekent dit nu dat de Vereniging Vrienden van de Binnenstad na 25 jaar opgeheven kan worden? Natuurlijk niet. Het debat in de Commissie voor Welstand en Monumenten wordt namelijk niet in een intellectueel vacum gevoerd. Dit debat moet gevoed worden door de meningen van kritische burgers, zoals dat de afgelopen eeuw eigenlijk altijd het geval is geweest.
De Binnenstad is goeddeels behouden, maar het debat zal niet verstommen. De vraag wat precies passende nieuwbouw is zal altijd weer gesteld worden. De praktijk zal moeten uitwijzen hoe de Commissie voor Welstand en Monumenten de waarderingskaart Beschermd Stadsgezicht hanteert, en zelfs over de omgang met monumenten zijn verschillende opvattingen denkbaar. Grove ingrepen in de Binnenstad behoren tot het verleden, maar de details van al die prachtige gevelwanden zijn ook van het grootste belang, en daar gaat het nu om.

Tot besluit vraag ik de Vereniging Vrienden van de Binnenstad daarom met klem om nog vele jaren ouder te worden, want het Beschermd Stadsgezicht kan zich niet ontwikkelen zonder uw kritische aandacht. Wie weet is de Binnenstad dan over nog eens 25 jaar een perfect geconserveerd en tot in de puntjes verzorgd wereldwonder van architectuur en stedenbouw.

Dr. G. ter Horst
Wethouder monumentenzorg en openbare ruimte

(Uit: Binnenstad 183, juli 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.