Amsterdam, Stad onder de Keizerskroon

In 1998 werden twintig kroonlantaarns op de Westermarkt geplaatst. (1) Thans staat de herintroductie van de kroonlantaarn op grotere schaal op de agenda, maar in het Handboek Openbare Ruimte wordt de kroonlantaarn alleen genoemd voor enkele zogenaamde 'bijzondere locaties' (zoals de Westermarkt, de Noordermarkt en de Herenmarkt). Zowel de Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg als het Bureau Monumentenzorg zijn van mening dat een herintroductie van de kroonlantaarn op grotere schaal gewenst is. Ook de Amsterdam Board of Tourism ziet de kroonlantaarn graag terug op de grachten. Inmiddels is er, vanuit de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad en de Stichting Heijmeijer van Heemstede (*), een Amsterdams Kroonlantaarn Comité opgericht, waarin binnenstadsbewoners zitten. De gemeenteraad gaat binnenkort beslissen over de herplaatsing van kroonlantaarns.
Eén van de twintig in 1998 op de Westermarkt herplaatste kroonlantaarns op een authentieke lantaarnpaal uit 1883

Het is merkwaardig dat de belangrijkste monumentenstad van Nederland nog geen beleid heeft met betrekking tot het historische straatmeubilair. In andere plaatsen in Nederland is dat wel het geval. In Utrecht en Leiden zijn de daar aanwezige gietijzeren lantaarnpalen van historische lantaarns voorzien (resp. in de jaren '70 en'80). In Den Haag is in 1997 het Beleidsplan Historisch Straatmeubilair verschenen. (2) Den Haag brengt o.a. de gietijzeren lantaarnpaal (de Haagse paal) met de bijbehorende vierkante lantaarn in het straatbeeld terug. Behoud en herplaatsing van historisch straatmeubilair gebeurt niet uit nostalgische motieven, maar om een beschermd stadsgezicht te consolideren en te versterken. Immers, een beschermd stadsgezicht heeft niet alleen betrekking op de gebouwde omgeving, maar ook op de openbare ruimte. Dat neemt niet weg dat er ook een emotionele component is. Het historisch straatmeubilair gaat veel bewoners aan het hart: historische lantaarns hebben een sfeervolle uitstraling waardoor een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan een prettige leefomgeving.

Herengracht met kroonlantaarn. Op de achtergrond de brug van de Gasthuismolensteeg naar de Hartenstraat. Foto Jacob Olie, 21 maart 1894 (Gemeentearchief Amsterdam)

In Amsterdam heeft de nota Ruimte voor Kwaliteit (3) de weg geplaveid voor het Handboek Openbare Ruimte. (4) In deze beleidsnotities, verschenen onder verantwoordelijkheid van wethouder dr. G. ter Horst, wordt een duidelijke keuze gedaan voor het primaat van het beeld en een ingetogen inrichting. Door de dichtgeslibde openbare ruimte op te schonen, komt de nadruk weer te liggen op de historische stad. Bij de historische stad hoort ook de historische verlichting. Soms is echter, ook in de oude stad, eigentijdse straatverlichting gewenst. Dit is het geval op grote pleinen waar grote masten nodig zijn om voldoende licht te krijgen. Maar ten aanzien van de grachten en de historische lantaarnpalen die thans nog volop aanwezig zijn, ligt een restauratieve benadering meer voor de hand. De historische straatverlichting past goed bij de sfeer van de oude binnenstad, gekenmerkt door particuliere woonhuizen met veel ijzer- en smeedwerk in de vorm van stoeppalen en -hekken en gevellantaarns. Op de nog bestaande antieke lantaarnpalen moet dus niet een eigentijds ontwerp, maar de originele bekroningen worden geplaatst.

Lantaarns en lantaarnpalen

Een plan van aanpak voor de binnenstad kan niet gemaakt worden zonder een goed inzicht in de geschiedenis van de Amsterdamse straatverlichting en dan met name de gasverlichting. (5) Nadat in de vroegste periode van de gasverlichting op enkele plaatsen afwijkende lantaarnpalen werden geplaatst, begon men al snel naar uniformiteit te zoeken. We onderscheiden de modellen 1847, 1867 en 1883.

1847 1867 1883 1883 1883
Oudste
type
Haagse
paal
Ronde
paal
Kleine
paal
Galg-
paal

Model 1847, vaak aangeduid als 'het oudste model gaslantaarn', is een gietijzeren paal met een vierkante voet met daarboven een rond gedeelte met een acanthusbladmotief. In Amsterdam staan nog vier exemplaren op de Grimburgwal, in het hekwerk langs het water, maar de bijbehorende lantaarn, een eenvoudig vierkant model met een schoorsteentje (een 'snuiver') er bovenop, is niet meer aanwezig.
Model 1867 lijkt sterk op de zogenaamde Haagse paal, het eerste Nederlandse paalmodel, maar is iets zwaarder uitgevoerd. Direct boven de achtkantige sokkel bevindt zich een acanthusbladmotief. Het ronde gedeelte daarboven wordt bekroond door zeer sierlijk uitgevoerde laddersteunen. Op de paal werd een lantaarn geplaatst die nagenoeg identiek was aan die uit 1847, een eenvoudige vierkante lantaarn. De mast van 1867 is nog op veel plaatsen in landelijk Amsterdam te vinden, omdat in 1883 de in het centrum vervangen lantaarnpalen naar de buitenwijken werden verbannen. Toch zijn ze ook in de binnenstad nog aanwezig. (6)

Lantaarnarmatuur uit 1867

In 1867 is tevens een gevelarm ontwikkeld, voor bevestiging van lantaarns aan gevels. Op deze vooral in smalle straten en stegen toegepaste gevelarmatuur werd dezelfde vierkante lantaarn toegepast als op de mast van 1867.
Rond 1880 zocht elke stad naar een eigen type lantaarnpaal. Amsterdam spande letterlijk en figuurlijk de kroon toen aan grachten en straten de kroonlantaarn werd geplaatst. Model 1883 bestaat uit een ronde paal met een zware ronde sokkel met daarbovenop een sierlijke vierkante lantaarn met een palmetkrans en een keizerskroontje. De paal is met zijn eikenloof en kwastjes een goed voorbeeld van een negentiende-eeuwse lantaarnpaal en wordt ook wel de 'Amsterdamse mast' genoemd. Deze lantaarnpaal is nog volop in het straatbeeld aanwezig: het is de bekende Amsterdamse paal, waarvan er in de binnenstad circa 3.000 staan. De lantaarn die erop hoorde, de vierkante lantaarn met keizerskroon, is verloren gegaan. In 1883 werd behalve de Amsterdamse mast nog twee andere lantaarnpalen geïntroduceerd: een dunne ronde paal die veel op bruggen werd gebruikt en een paal met dwarsarm, de zogenaamde 'galgpaal', voor smalle straten en stegen. Ook op deze palen werd de kroonlantaarn toegepast.
Naast de hier beschreven lantaarns en lantaarnpalen kwamen op bijzondere locaties afwijkende types voor, waarvan vrijwel niets meer over is. Wel heeft de onlangs gerestaureerde Blauwbrug nog zijn oorspronkelijke lantaarns (met keizerskronen van een afwijkend type).

De kroonlantaarn

Ook al werd de kroonlantaarn toegepast op diverse palen, de lantaarn was in eerste instantie bedoeld voor de ronde paal uit 1883: "Bij de nieuwe ronde lantaarnpaal werd ook een nieuwe lantaarn voorgeschreven, n.l. de lantaarn voorzien van de keizerskroon". (7) Het is vanwege het keizerskroontje een zeer herkenbaar Amsterdams model. Amsterdam is immers 'de stad onder de keizerskroon': de kroon staat op het stadswapen en op de Westertoren. (8) Eind negentiende eeuw werd ook de gaslantaarn ermee opgesierd. Deze feestelijke toon werd ingegeven door een trots op de stad zelf: Amsterdam was hoofdstad en onderging een nieuwe periode van economische groei. Hoe mooi de lantaarn zich in het stadsbeeld voegde is te zien op de foto's van Jacob Olie en George Hendrik Breitner. Waarschijnlijk waren de meeste kroonlantaarns in één kleur geschilderd, maar het is niet uitgesloten dat ze op bijzondere locaties in meerdere kleuren waren geschilderd. Een exemplaar dat in 1979 door het Bureau Monumentenzorg is onderzocht, maar waarvan de herkomst onbekend was, had fraaie kleuren. (9)

Reconstructie van de kroonlantaarn van 1883.
Tekening Dick van der Horst
Bureau Monumentenzorg Amsterdam, 1979

Met de uitvinding van de gloeikousjes werd al in 1898 een nieuwe lantaarn geïntroduceerd, de Ritter- lantaarn, een ronde lantaarn met laat negentiende-eeuwse ornamenten, in drie varianten: klein, normaal of groot. De vervanging van de kroonlantaarn door de Ritter-lantaarn nam een grote vlucht bij de elektrificatie in 1917. De geëlektrificeerde Ritter-lantaarn had geen glasmantel meer.

1898 jaren '70
Ritter-
lantaarn
Huidige
lantaarn

Op de lantaarnpalen zit sinds 1975 een goedkoop kunststof kapje met een natrium-lamp. De glasmantel keerde in 1975 in kunststof vorm terug ter voorkoming van vandalisme. Het huidige model is een typische jaren zeventig-verarming, ook wat betreft het licht zelf: de natrium-lampen waren in de jaren zeventig de goedkoopste lampen die energiezuinig waren en voldoende licht gaven. Het is dit oranje-gele licht dat nog steeds in Amsterdam schijnt.

Op elke paal de juiste lantaarn

In het beschermde stadsgezicht wordt ervoor gekozen de nog bestaande historische lantaarnpalen te behouden en lantaarns op de palen te kiezen die hier in vormentaal goed bij aansluiten. (10) Een goed restauratieprincipe luidt dat reconstructie van hetgeen ooit heeft bestaan en waarover men informatie heeft, de voorkeur verdient boven fantasie. Het is 'Anton Pieck' om nostalgische tuincentrum-lantaarns te plaatsen, maar het is een 'restauratieve benadering' om lantaarns op nog bestaande palen te plaatsen die daarop oorspronkelijk hebben gezeten. De in 1998 op de Westermarkt geplaatste kroonlantaarns zijn in Duitsland gemaakt, aan de hand van gedetailleerde tekeningen van het Bureau Monumentenzorg. (11) De op de Westermarkt geplaatste kroonlantaarns zijn in kleur, maar bij toepassing op grote schaal moet voor een terughoudender kleurstelling worden gekozen.

Lantaarnpalen

Maar waar moet de kroonlantaarn worden toegepast en op welke schaal? In de binnenstad van Amsterdam zijn van de diverse historische modellen die de stad heeft gekend, alleen nog de lantaarnpaal uit 1867 en de ronde paal uit 1883 op grote schaal aanwezig. Uitgangspunt is het behoud van deze lantaarnpalen. Het zou leuk zijn als de gevelarmatuur uit 1867 in smalle straten en stegen en bijvoorbeeld de Middeleeuwse Amsteldijken opnieuw werd toegepast. Stadsherstel heeft van deze gevelarmatuur een mal laten maken.

Lantaarns

Op de lantaarnpalen staan lantaarns (de kap of armatuur in modern taalgebruik). Thans is er in de gehele stad één type: de kunststof kap uit de jaren zeventig. Daar de binnenstad een beschermd stadsgezicht is, zou de historische eenheid van paal en lantaarn moeten worden hersteld. Op de paal uit 1867 hoort de eenvoudige vierkante lantaarn, op de ronde paal uit 1883 de kroonlantaarn. (12) Deze lantaarns zijn met de paal als een twee-eenheid ontworpen. Zo is de ronde paal uit 1883 vrij fors en ontworpen om iets te torsen: de kroonlantaarn. Dit en omdat de kroonlantaarn uniek is voor Amsterdam, is een restauratieve benadering – indien men uitgaat van het behoud van de historische lantaarnpalen – de juiste oplossing. Het plaatsen van een vierkante lantaarn zonder ornamenten (zoals de lantaarn uit 1867) op de paal uit 1883 is niet aan te bevelen: het is een rijk versierde paal waarop een eenvoudige vierkante lantaarn armoedig staat. We moeten dus op de twee belangrijkste lantaarnpaal-typen die nog volop in de binnenstad aanwezig zijn, de juiste lantaarn plaatsen. Deze lantaarns hoeven niet ontwikkeld te worden en zijn leverbaar. (13)

De terugkeer van de kroonlantaarn, als bekroning van het nieuwe standaard grachtenprofiel, kan onderdeel zijn van een beleidsplan historisch straatmeubilair dat de belangrijkste monumentenstad van Nederland waardig is. Amsterdam heeft dan weer de mooiste historische straatverlichting van ons land: een lantaarn die vanwege de keizerskroon overduidelijk bij Amsterdam hoort. Met recht kan dan gesproken worden van 'Amsterdam, de stad onder de keizerskroon'.

Walther Schoonenberg

(Uit: Binnenstad 184, september 2000)

Voetnoten:

  1. Walther Schoonenberg, Kroonlantaarns geplaatst op de Westermarkt, in: Binnenstad 174 (januari 1999), p. 2-3.
  2. 'Beleidsplan Historisch Straatmeubilair Den Haag', in: Op Straat Gezet, Historisch Straatmeubilair in Den Haag, Den Haag 1997, VOM-reeks 2, uitg. Gemeente Den Haag.
  3. 'Ruimte voor Kwaliteit, Beleidsplan Kwaliteit Openbare Ruimte Binnenstad Amsterdam', Dienst Binnenstad, Sector Openbare Ruimte, 1997.
  4. 'Handboek Openbare Ruimte, voor de Binnenstad van Amsterdam', Dienst Binnenstad, Sector Openbare Ruimte, 1999.
  5. Zie: Dick van der Horst, 'De Amsterdamse Stadsverlichting I: de periode tot 1883' en 'II: de periode 1883-1930', in: Amsterdamse Monumenten 3 (1985), p. 1-19 en 21-39, uitg. Bureau Monumentenzorg Amsterdam; H.J.M. Roetemeijer, 'Amsterdamse straatverlichting: van kaars tot gaslantaarn', in Ons Amsterdam 20 (1968), p. 8-15; G.P. Zahn jr., 'De Geschiedenis der verlichting van Amsterdam', Amsterdam 1911.
  6. Op het Spui zijn in 1996 afgietsels van deze paal geplaatst, met een slechte replica van de bijbehorende vierkante lantaarn erop.
  7. G.P. Zahn jr. 1911, p. 98.
  8. De keizerskroon op de Westertoren is gemodelleerd naar de kroon die Rudolf II (1552-1612) in 1602 had laten maken. Zie: S.A.C. Dudok van Heel, 'De Blauwe Keizerskroon op het Wapen van Amsterdam', in: Maandblad Amstelodamum 80 (1993), p. 1-21.
  9. De aangetroffen kleuren waren dodekop-rood voor de hoed, goud voor het kruis, bol en biezen en parelgrijs voor de parels. Het keizerskroontje op de kroonlantaarn wijkt dus, wat kleurstelling betreft, af van de kleur die de keizerskroon op het stadswapen heeft (blauw van oudsher, goud-geel sinds 1898). De keizerskroon op de Westertoren was oorspronkelijk blauw, maar is in 1988 goud-geel geschilderd, om de kroon in overeenstemming te brengen met het stadswapen. Zie het reeds genoemde artikel van Dudok van Heel en: 'De Amsterdamse Stadsverlichting II: de periode 1883-1930', p. 33-35.
  10. W.S[choonenberg], Het Spui opnieuw ingericht, in: Binnenstad 159 (augustus 1996), p. 60-61.
  11. Het is een goede replica, alhoewel het koppelstuk tussen lantaarn en paal (waarop de laddersteunen zijn bevestigd) verbetering behoeft.
  12. De vierkante lantaarn heeft nog een ander voordeel: de lantaarn maakt het mogelijk, vergelijkbaar met het Spui, spots in te bouwen om de boomkruinen en gevels te verlichten. Hierdoor kan een aanzienlijk deel van de illuminatie-mastjes langs de grachten verwijderd worden.
  13. De kroonlantaarn kost fl. 2.180,- tegenover fl. 1.200,- voor de huidige plastic kap, dus de meerkosten zijn éénmalig fl. 980,- per lantaarn. De prijs is gebaseerd op een minimale afname van honderd exemplaren. Indien gekozen wordt voor de plaatsing van de kroonlantaarn op alle masten uit 1883 in de binnenstad, op de grachten en pleintjes, zijn circa 2.000 exemplaren nodig. Overigens betreft het hier alleen de initiële materiaalkosten. De kroonlantaarn heeft een langere technische levensduur heeft dan de huidige plastic kap die slechts 15 jaar meegaat.

(*) De stichting Heijmeijer van Heemstede stelde in 1996 haar doelstelling en haar bestuurssamenstelling opnieuw vast. Het doel is nu: "het verlenen van financiële steun aan projecten en werkzaamheden welke op enigerlei wijze het historisch aanzien van – bij voorkeur – de Amsterdamse binnenstad in stand kunnen houden, herstellen of versterken en aan activiteiten die ter stimulering hiervan kunnen bijdragen". Het bestuur wordt gevormd door: mevrouw D.J.K. Beynes-Heijmeijer van Heemstede, voorzitter, G. Brinkgreve, secretaris, mr. R.E. Rogaar, penningmeester, mr. P.M. Witteman bestuurslid.

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.