Op de bres voor Amsterdam LV: De Pottenbakkersgang

In de strijd om de Woningwet, ruim een eeuw geleden, waren, behalve de kelderwoningen, de 'gangen' in de Jordaan en in de Jodenbuurt de sterkste voorbeelden van ontoelaatbare woontoestanden. Dat waren smalle sleuven tussen twee huizen, uitkomend op lichtkokers van enkele vierkante meters, waar nooit een straal zon doordrong. In ondiepe bouwblokken waren de achterhuizen vaak aan elkaar vastgebouwd. Bewoners moesten hun tonnetjes over steile trappen door zo'n gang naar de straat brengen om die te laten legen in de 'Boldootwagen' van de Stadsreiniging.

Het dichtbouwen van binnenterreinen is al vroeg begonnen. De plattegrond van Balthasar Florisz. van Berckenrode uit 1625 toont al voorbeelden, hoewel in de Jordaan toen nog voldoende leeg bouwterrein aanwezig was, naast blokken met tuintjes. De woningnood in het laatste kwart van de 19de eeuw verergerde de toestand. Met de Woningwet kreeg het gemeentebestuur het gereedschap om de krotwoningen onbewoonbaar te verklaren én eisen te stellen bij nieuwbouw. De meeste gangen werden al vóór 1940 opgeruimd. Het belang voor de volkshuisvesting werd algemeen erkend.

Een archieftekening uit 1874 laat zien hoeveel gangen er aan beide zijden van de Willemsstraat waren, nog na de demping van de Goudsbloemgracht.

Dat wil niet zeggen dat alle achterhuizen categorisch waardeloos zouden zijn. Na verbetering van de licht- en luchttoetreding en van de woonaccommodatie, bewoond door één- of tweepersoonshuishoudens in plaats van de kinderrijke gezinnen die vroeger op één kamer huisden, hebben die van het straatlawaai geïsoleerde woningen een aparte attractie die tegenwoordig zeer gewaardeerd wordt. Bovendien, en dat moet voor het gemeentelijk bouwbeleid in het kader van het beschermde stadsgezicht van belang zijn, vertegenwoordigt de weinige nog gespaarde inpandige bebouwing een karakteristiek hoofdstuk van de bijna vier eeuwen oude bouwgeschiedenis van de Jordaan. Het kaalslag-saneringsplan voor de Jordaan uit 1969 was in 1972 weliswaar vervangen door het globale bestemmingsplan dat de bestaande gevelrooilijnen vastlegde, maar resulteerde niet in veel aandacht voor die bouwgeschiedenis bij de ambtelijke projectgroepen Stadsvernieuwing. Om financieel hanteerbare bouwterreinen te krijgen is er meer gesloopt dan constructief onvermijdelijk was, terwijl de monumentenzorgers zoveel mogelijk buiten de deur werden gehouden. Je krijgt de indruk dat de aversie tegen achterhuizen en gangen, die in 1900 gemotiveerd was, nog altijd meespeelt, nu de krottoestanden allang zijn opgeruimd. De officiële beleidslijn ten spijt dat behoud en herstel de voorkeur verdienen boven sloop en nieuwbouw. Een plek waar deze tegenstrijdigheid zich scherp aftekent is de Tichelcluster.

De voormalige Pottenbakkersgang tussen Westerstraat 218 en 226-230.

Reeds in 1995 vroeg het Cuypers Genootschap aandacht voor de panden Westerstraat 218- 230, met de voormalige Pottenbakkersgang, in welk complex nummer 230 opvalt door zijn zorgvuldig gedetailleerde voorgevel en het inpandige nummer 218 nog bouwsporen en de aanleg toont van de oudste bebouwing van de Jordaan. Een uitvoerige waardestelling van de panden, met alle bouwhistorische en kadastrale gegevens, is gezonden aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, met het verzoek tot plaatsing van de zeven panden op de lijst van beschermde monumenten. Dat verzoek werd ingediend door de eigenares/bewoonster van nummer 218, het werd ondersteund door het Cuypers Genootschap, door de Vereniging tot behoud van de Jordaan en door onze vereniging. Zolang over een aanvraag tot plaatsing geen beslissing is genomen, geldt de 'voorbescherming': er mag niet zonder vergunning worden gebouwd of gesloopt. Daarom heeft de sector Bouwen, Wonen en Economie van de Dienst Binnenstad op 8 juni een monumenten-sloopvergunning aangevraagd, niet voor nummer 218 maar voor de omringende panden, de nummers 220 t/m 230. Zo wordt de weg vrijgemaakt voor de lang omstreden Tichelcluster, eigentijdse nieuwbouw ter plaatse van de overblijfselen van de vroegere krottenwijk. De ontwerpers van het saneringsplan 1969 wisten het: de oude Jordaan is een stedenbouwkundige misgeboorte. Aan hooggestemde verhalen over een beschermd stadsgezicht hebben mannen van de praktijk geen boodschap.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 184, september 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.