De voorbescherming opheffen?

In het jaarverslag 1999 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) staat in de paragraaf Wetgeving: "om oneigenlijk gebruik van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 (voorbescherming tijdens de aanwijzingsprocedure) te voorkomen, werkte de RDMZ in nauwe samenwerking met het ministerie van OC en W voorstellen uit tot wijziging van deze wet. De pijn zit in het feit dat een pand in afwachting van de afloop van de procedure wordt voorbeschermd, hetgeen de aanvrager in staat stelt om voor langere tijd de voortgang van bouwkundige ontwikkelingen te frustreren. De wetswijziging die in dit verband wordt voorbereid heeft tot doel de mogelijkheid tot voorbescherming te beperken wanneer van monumentale waarde geen sprake is".

Het staat er echt, je gelooft je ogen niet. Wie voelt de 'pijn' van de voorbescherming? Dat zijn eigenaren die hun monument willen slopen, zo gauw mogelijk, want leeg bouwterrein is meer waard dan bouwvallige monumenten en de voordeligste methode om een pand slooprijp te maken is het achterwege laten van onderhoud. Welke 'bouwkundige ontwikkelingen' worden gefrustreerd? De bulldozer! Wie vraagt of ondersteunt plaatsing op de monumentenlijst en daarmee de voorbescherming? Dat zijn in de eerste plaats organisaties van algemeen maatschappelijk belang die zonder winstoogmerk opkomen voor de in hun ogen cultuurhistorische waarden van het betrokken gebouw én zijn omgeving. Organisaties, zoals de Bond Heemschut, het Cuypers Genootschap en tal van plaatselijke instellingen voor monumentenzorg en stadsschoon. De aanvraag tot plaatsing moet gedocumenteerd zijn in een waardestelling met feiten en gegevens. De bedoeling van de voorbescherming is nu juist om de RDMZ de gelegenheid te geven tot onderzoek ter plaatse. Wanneer 'van monumentale waarde geen sprake is', hetgeen al uit de aanvrage blijkt, dan wordt de aanvrage niet in behandeling genomen. Dat aanvragen tot plaatsing ook de persoonlijke belangen van al dan niet legale bewoners kunnen dienen, begrijpt iedereen, maar dat is een zaak van huurbescherming en daar gaat de RDMZ niet over.

Wat kan het motief zijn van de bedoelde wetswijziging? Het verhaal over 'oneigenlijk gebruik' en 'bouwkundige ontwikkelingen' waarvan de vertraging 'pijn' zou veroorzaken, is in verstaanbaar Nederlands: kletskoek. De vage term 'procedureverstopping' geeft iets meer achtergrondinformatie. Dat wil zeggen: die aanvragen tot plaatsing op het register van beschermde monumenten vergen te veel werk, de RDMZ heeft er geen zin meer in; buitenstaanders hebben zich niet te bemoeien met wat wel en wat niet voor bescherming in aanmerking komt. En hoe zit het dan met de veelbesproken verbreding van het maatschappelijk draagvlak?

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 184, september 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.