De strijd om het Binnengasthuisterrein

Inspraak Binnengasthuisterrein

Zo zou het kunnen worden. De Oudezijds Voorburgwal met UvA-'landmark' zoals in de plannen voor een nieuwe UB voorgesteld. Foto's: Maarten Brinkgreve. Montage: Walther Schoonenberg.
Grote versie (Copyright VVAB)
Ook onze vereniging vindt dat de Universiteitsbibliotheek voor de binnenstad behouden zou moeten blijven, maar dit moet dan wel mogelijk zijn binnen bepaalde stedenbouwkundige voorwaarden.

Aanpassing en hergebruik van bestaande gebouwen en functiemenging is wat een historische stad in leven houdt. Precies wat het BG-terrein nu is. Dat wordt in de huidige plannen verschraald. Voor dit bouwplan wordt een negentiende-eeuws ziekenhuiscomplex weggevaagd, een ziekenhuis waar veel Amsterdammers zijn geboren en onderdeel vormt van onze geschiedenis. Er dreigt een uniek paviljoen-complex gesloopt te worden dat na een inventarisatie van de jongere bouwkunst uit de periode 1850-1940 op de Rijksmonumentenlijst wordt geplaatst, een beslissing waarmee de gemeenteraad akkoord is gegaan. Bovendien is de voorgestelde massa te zwaar in relatie tot maat en schaal van de omringende bebouwing die formeel een beschermd stadsgezicht is. Het is veelzeggend dat de nieuwe UB in omvang vergelijkbaar is met het monsterlijke gebouw van de ABN/AMRO in Vijzelstraat uit de jaren zeventig tussen Keizersgracht en Prinsengracht, een kolos die in maat en schaal niet in de binnenstad past. Zo'n bouwvolume is niet inpasbaar in de kleinschalige binnenstad en zeker niet aan de Grimburgwal. Dit is ook de kern van de kritiek van adviesorganen als de Amsterdamse Raad voor de Stedenbouw en de Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg. De VVAB sluit zich bij deze kritiek aan.

Er wordt gesteld dat er een stedenbouwkundige inpassing plaatsvindt. Maar architectenpraat kan niet verhullen dat het eisenpakket te zwaar is om een goede stedenbouwkundige inpassing mogelijk te maken. Het gebouw zou niet zichtbaar zijn, maar dat is natuurlijk onzin. Aangezien de UvA een statement wil maken in de oude stad, wordt bijvoorbeeld voorgesteld een landmark op te nemen van 40 m. hoog, die vanuit vijf richtingen zichtbaar zijn: de OZ Voor- en Achterburgwal, de Vijzelstraat, de Amstel en de Staalstraat. We lezen in een brochure dat "het hoogste punt van de nieuwbouw wordt gesitueerd op het snijpunt van de belangrijkste zichtassen. Van grote afstand fungeert dit als een landmark voor de UvA, uitstekend boven de bebouwing als een kerktoren." Deze landmark zal echter bestaan uit twee massieve kantoortorens die nu al de Noorda- en Stadig-torens worden genoemd. Om kantoortorens met de ranke torens van Hendrick de Keyser te vergelijken, onderdeel van het beschermd stadsgezicht, is opnieuw architecten-praat.

Vijf zichtassen naar de 'landmark'. Uit: "De meest gestelde vragen over de nieuwe UB op het Binnengasthuisterrein", uitgave van de Architekten Cie. R &D in opdracht van de gemeente Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam, 25 oktober 2000.

Wij hebben slechte ervaringen met nieuwbouw die in de binnenstad in zichtassen worden geplaatst. Denk aan de Nederlandsche Bank gezien vanuit de Utrechtsestraat, de Wagon-Lits toren gezien vanaf het Singel en de kantoortoren op de Nieuwezijds Kolk. En New Metropolis zou vanaf de Oudeschans "niet zichtbaar" zijn. Met een landmark op het BG-terrein is het hek van de dam om de skyline van een historische binnenstad, ook in het Middeleeuwse stadshart, ingrijpend aan te tasten. Dit staat haaks op het beschermd stadsgezicht en de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Om het bouwplan op het BG-terrein te realiseren, past wethouder Stadig een salamitactiek toe, door steeds weer het volgende stapje door de besluitvorming te persen, zodat de gemeenteraad niet meer terugkan. In een vorige commissievergadering moest de raad akkoord gaan met het huisvestingsbeleid van de UvA. Nu moet worden gekozen tussen twee modellen, in feite tussen sociale woningen en monumenten - een keuze tussen pest en cholera.
De door de gemeente gevolgde procedure is strijdig met de wet, omdat een bestemmingsplan voor het BG-terrein wordt opgesteld op basis van een programma van eisen. In de toekenning van het beschermd stadsgezicht heeft staatssecretaris Van der Ploeg bepaald dat "voor het gebied een termijn van drie jaar wordt gesteld ter vaststelling van een bestemmingsplan". Die termijn is reeds voor de helft verstreken. Wij willen dat eerst een beschermend bestemmingsplan wordt opgesteld, zoals de gemeente verplicht is in het kader van het beschermd stadsgezicht. Gelijktijdig kunnen dan de alternatieve locaties worden uitgewerkt, zodat er straks echt iets te kiezen valt.

Volgens de VVAB zijn de alternatieve locaties door het College niet serieus uitgewerkt.

  • Het ABN/AMRO gebouw op het Rembrandtplein is in principe mogelijk, maar kostbaar, volgens het College. De gemeente zou beter met de ABN/AMRO moeten onderhandelen, aangezien de bank het gebouw in de Vijzelstraat zou afstaan en dat, tegen de afspraken in, niet doet.
  • Het Wibauthuis op het Rhijnspoorplein wordt "zeer ongewenst" genoemd, omdat het verdwijnen van de UB uit de binnenstad de binnenstad "fundamenteel verschraalt" en omdat het niet op "loopafstand" is. Wij zien niet in, waarom een locatie aan de rand van de binnenstad ongeschikt is. De UB vlakbij het Weesperplein zal het begrip "binnenstad" verruimen zoals ook het Rijksmuseum en Concertgebouw dat ooit hebben gedaan. Dat is goed voor de binnenstad, want niet alle grootschalige gebouwen die een stad nodig heeft kunnen op het relatief kleine gebied van de historische stad worden gehuisvest. Ook zien wij niet in waarom studenten niet de fiets of de metro mogen pakken.
  • Een ander, nog nauwelijks onderzocht alternatief is het reeds genoemde ABN/AMRO gebouw in de Vijzelstraat. Deze locatie is in principe beschikbaar sinds het hoofdkantoor van de bank vertrokken is naar de Zuid- as. Het is destijds een stedenbouwkundige vergissing geweest om het bankgebouw in de Vijzelstraat te bouwen, omdat de kolos in maat en schaal niet in de binnenstad past.

Onze ervaring met bouwplannen in de binnenstad is dat een functie uiteindelijk toch tijdelijk blijkt te zijn, maar het gepleegde offer is wél altijd permanent. Het uit de binnenstad vertrokken hoofdkantoor van de ABN/AMRO is daar een voorbeeld van. Ook de UvA heeft een continu proces van bouwen, slopen en opnieuw beginnen achter de rug. De UB die nu wordt voorgesteld, is te groot voor de plek, terwijl de nieuwbouw te klein is voor de UB. De Openbare Bibliotheek gaat dertigduizend vierkante meter bouwen, de universiteit neemt, om op het BG-terrein te mogen blijven, met twintigduizend vierkante meter genoegen (mogelijk wordt het nog minder). Een slechte investering, waarvan de UvA waarschijnlijk snel spijt krijgt. De universiteit heeft al een spoor van vernieling door de oude stad getrokken (Bickerseiland, Roeterseiland, Singel bij Raadhuisstraat en Singel bij Koningsplein) en wij denken niet dat het bij het BG-terrein zal blijven.
Dan kan de universiteit maar beter nieuwe kwaliteit toevoegen op een plaats waar de binnenstad al ernstig heeft geleden aan schaalvergroting. Uiteindelijk zal zij toch vertrekken naar een locatie waar zij echt de ruimte heeft. Het Rhijnspoorplein is ons inziens dan ook meer op de toekomst gericht.

Als de gemeenteraad akkoord gaat met de huidige plannen en de gekozen procedure is onze conclusie dat het beschermd stadsgezicht iets is dat je iedere keer opzij mag schuiven als het even niet uitkomt. Het zou de raad sieren als zij zich niet door Stadig in een dwangbuis liet zetten, zoals vroeger in Paviljoen 3 gebeurde.

Walther Schoonenberg

(Uit: Binnenstad 185, november 2000)
Opmerking: Een kortere versie van dit artikel werd uitgesproken op de commissievergadering op 22 november 2000 in het stadhuis en stond dezelfde dag afgedrukt in Het Parool.

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.