Woord en weerwoord

Verdwenen verleden herleefd

Tijdens een jaarvergadering van 'Stadsherstel' bracht ik een suggestie naar voren, die veel bijval oogstte. Maar daarbij is het gebleven. Nogmaals tracht ik langs de kolommen van Binnenstad aandacht te vragen voor wat ik suggereerde.

Zou historisch besef onder onze stadsgenoten soms kunnen worden bevorderd, indien op naambordjes of schildjes duidelijk vermeld wordt de oorspronkelijke naam van grachten en straten in de binnenstad, die (vooral in de 19de eeuw) een naamsverandering hebben ondergaan?
Zo zouden langs de Prins Hendrikkade de oude namen weer in herinnering worden gebracht: Haringpakkerij, Texelse kade, Slijpstenen, Kamper Hoofd, Buitenkant, IJgracht. Het is niet moeilijk dit ene voorbeeld met anderen te vermeerderen.

Haringpakkerstoren

Ongetwijfeld zou belangstelling voor het verleden nog meer gewekt worden, indien een tegeltableau van bescheiden omvang of een gevelsteen van flink formaat de situatie van weleer zou uitbeelden, daar waar veranderingen het verleden hebben uitgewist. Zo zou het bordje 'Haringpakkerij' gecompleteerd kunnen worden met een afbeelding van de Haringpakkerstoren in ongeschonden staat (zoals op een gravure in de Atlas van Fouquet). Van lieverlee zouden op deze wijze heel wat markante gebouwen, verdwenen uit het stadsbeeld, weer in een zichtbaar gemaakte herinnering kunnen worden teruggebracht: Jan Rodenpoortstoren, Nieuwezijds Kapel, Zeerecht, Bushuis (gevel aan de kant van de Oude Hoogstraat), de Waag op de Dam en op de Botermarkt, Diaconieweeshuis (Zwanenburgwal), Oudezijds Heren Logement met aanpalende pakhuizen, Hand- en Voetboogdoelen (Singel), Beurs van Hendrick de Keyser, Oostindisch Zeemagazijn.

Alvorens dit plan zou kunnen worden gerealiseerd, zullen wel enkele gemeentelijke instanties moeten worden gepasseerd. Van de kant van huiseigenaren op wier percelen de historische gegevens zullen worden bevestigd, vallen wellicht geen moeilijkheden te verwachten. De kosten van de vervaardiging van schildjes en tableaux zouden door een op te richten fonds kunnen worden bestreden.

Mijn voorstel richt ik in het bijzonder tot de verenigingen, die zich inzetten voor het behoud van de historische binnenstad. Van harte hoop ik, dat die verenigingen niet alleen met mijn voorstel zullen instemmen, maar vooral dit met elkaar ten uitvoer zullen brengen.

Prof. Dr. Rudolf Boon

(Uit: Binnenstad 185, november 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.