Het waterfront van Amsterdam

Bufferzone

Eén van de criteria die de UNESCO-commissie hanteert bij aanvragen tot plaatsing van een stads- of natuurgebied op de werelderfgoedlijst, is het bestaan – en de handhaving! – van een overgangs- of bufferzone tussen het beschermde gebied en moderne ontwikkelingen daarbuiten.

Toen enkele jaren geleden de Egyptische regering een autoweg met parkeerruimte naar de pyramiden van Gizeh wilde aanleggen, kwam de waarschuwing uit Parijs, dat dan de vermelding op die lijst zou vervallen. Ongetwijfeld zou die verkeers-voorziening het toerisme hebben gestimuleerd, en het toerisme is voor Egypte een belangrijke zaak. Maar toch: het dreigement van de internationale reprimande woog zwaarder, het project verdween in de archieven.

Het Oosterdok met zicht op de Prins Hendrikkade vóór de oorlog. (Uit: Stadsgezichten en Woonhuizen met tekst van Mr. A. Loosjes) Het Oosterdok met New Metropolis gezien vanaf de spoordijk tegenwoordig

Het voorstel om het beschermde stadsgezicht Amsterdam een plaats te geven op de werelderfgoedlijst, wordt nu ambtelijk voorbereid door de Rijksdienst en het gemeentelijk Bureau Monumentenzorg. Aan de landzijde voldoen de 19de eeuwse wijken en de gordel '20- '40 aan de eisen van bouwhoogte en stratenpatroon die redelijkerwijs aan zo'n bufferzone gesteld kunnen worden, enkele bestaande uitschieters als de Nederlandse Bank, Okura en het Weesperplein daargelaten. Aan de noordzijde vormt het voormalige havengebied, globaal tussen Funen en het Stenen Hoofd, van oudsher de bufferzone tussen de stad en het water. Eens deed zich daar de stad "heerlijk open"; prenten en schilderijen houden de herinnering vast aan het glorieuze waterfront aan het IJ. Vóór de bouw van New Metropolis konden treinreizigers over het Oosterdok nog een glimp opvangen van dat waterfront. Het botte blok van Renzo Piano heeft dat voorgoed verstoord. De nieuwe bebouwing van de Oostelijke Handelskade, het Java-eiland en, verder oostwaarts, de stadsuitbreiding IJburg-in-wording botsen niet tegen de schaal en de structuur van de oude stad, de vroegere havenstructuur vormt een bufferzone. Het Entrepotdok toont echter wel het contrast tussen twee manieren van met de stad omgaan: aan de noordzijde de rij nu dankbaar bewoonde pakhuizen, aan de zuidkant nieuwe woonblokken: te groot, lomp en saai. Het laatste gevecht tussen de beide zienswijzen is nu geleverd aan de oosthoek: de kalenderpanden.

Gevaarlijker is de situatie aan de westkant van het vroegere waterfront: Het Westerdokseiland en het Westelijke Stationseiland. De voorbereiding is nu in het stadium Stedebouwkundig Programma van Eisen SPVE. Daarover worden inspraakbijeenkomsten belegd. "Een avondje mooipraten" noemt de heer Bakker van het wijkopbouworgaan De Gouden Reaal dat. (Zie: Een avondje mooipraten.) Later komen dan nog het bestemmingplan en de bouwplannen aan de orde, maar eventuele bezwaren daartegen zijn bij voorbaat kansloos, omdat het uitgangspunt al in '97 vaststond: minstens 900 woningen op het Westerdokseiland, plus 30.000 m² voor niet-woonfuncties. Het staat in het propagandablad "Westerdokseiland voormalig werkeiland opnieuw levendig gebied" van de projectgroep Zuidelijke IJ-oevers; juni 1998. De Raad voor Cultuur schrijft nu, 26 september 2000, aan de staatssecretaris van O.C. en W. "De Raad betreurt het ten zeerste dat in Amsterdam de historische kwaliteiten van het Westerdokseiland niet of onvoldoende worden (h)erkend." "Er wordt uitgegaan van volledige kaalslag zodat de ter bescherming voorgedragen panden niet gehandhaafd kunnen blijven."
In de misselijkmakende reclametaal van de Projektgroep heet dat: Een stuk eigentijdse binnenstad neerzetten, een dicht (lees: hoog!) gebouwd gebied waarin pal naast elkaar wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd, Amsterdam terugbrengen aan het IJ. Kortom: de bekende projectontwikkelaarsbabbel die, waarschijnlijk onbedoeld, de herinnering oproept aan de tekst die in 1974 door het Nieuwmarktverzet op een blinde muur was geschilderd over de stad waar je dicht bij elkaar kon wonen, werken en op straat spelen. Uitgangspunt voor het wederopbouwplan Nieuwmarkt was hetzelfde als nu voor het Westerdokseiland: kaalslag om er iets heel anders neer te zetten dat haaks staat op het karakter van de binnenstad. Reclamepraat die het tegendeel beweert is op maat leverbaar.

Of de UNESCO-commissie in Parijs de IJ-oeverplannen als bufferzone zal accepteren lijkt ons niet waarschijnlijk.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 185, november 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.