Rembrandts atelier gereconstrueerd

De reconstructie van Rembrandts atelier in het Rembrandthuis nadert haar voltooiing. Nadat in september 1999 onder leiding van Henk Zantkuijl de bouwkundige reconstructie van het interieur van het Rembrandthuis werd afgerond (zie: Bouwkundige reconstructie van het Rembrandthuis voltooid), krijgt de herinrichting van de vertrekken met voorwerpen uit de periode dat Rembrandt er woonde en werkte - van 1639 tot 1658 - nu geleidelijk gestalte.
Rembrandts atelier zoals het er 340 jaar geleden uitzag

De boedelbeschrijving die bij Rembrandts faillissement in 1656 werd opgemaakt, vormt bij de herinrichting van de meeste vertrekken een heldere leidraad. Maar waar deze inventaris volledig lijkt te zijn voor bijvoorbeeld de 'Sael' en de 'Kunstcaemer', is hij voor de 'Groote Schildercaemer' juist uiterst summier. Zo worden Rembrandts schilderspullen (ezel, penselen, paletten, etc.) in het geheel niet vermeld, en de ijzeren kachels, die er blijkens prenten en tekeningen van Rembrandt eens stonden, evenmin. Wel worden er militaire zaken genoemd ('helbaerden', 'slachswaerden', 'curas harnassen'), waarvan de aanwezigheid in een kunstenaarswerkplaats op het eerste gezicht raadselachtig is. Maar wanneer we bedenken hoe vaak Rembrandt zijn figuren tooide met - dikwijls exotisch - wapentuig, dan wordt al gauw duidelijk dat het hier moet gaan om atelierrekwisieten. Als verklaring voor het ontbreken van de schildersbenodigdheden in de inventaris is wel aangevoerd dat Rembrandt deze bij zijn faillissement mocht behouden om zijn vak te kunnen blijven uitoefenen. Het is echter waarschijnlijker dat deze 'bedrijfsapparatuur' op naam was gesteld van zijn zoon Titus, die immers na Rembrandts faillissement formeel de leiding over de firma Van Rijn overnam.

Het ontbreken van gedetailleerde schriftelijke gegevens vormde geen onoverkomelijk obstakel bij de herinrichting van het atelier. Mede dankzij het jarenlange onderzoek dat Professor Ernst van de Wetering, leider van het Rembrandt Research Project, verrichtte naar de zeventiende-eeuwse atelierpraktijk, is in grote lijnen bekend hoe zo'n werkplaats er in Rembrandts tijd uitzag. De kunsthistoricus Jan Yrlund stelde op basis van een groot aantal afbeeldingen van schildersateliers en (onder meer) de instructies in contemporaine kunsttraktaten een uitvoerig rapport samen, waarmee de witte vlek in de boedelinventaris kon worden ingevuld. Een belangrijke visuele bron vormden uiteraard de tekeningen en prenten van Rembrandt en zijn leerlingen die ons een impressie geven van de oorspronkelijke inrichting van het atelier. Vooral een in Oxford bewaarde tekening waarop Rembrandt de hoek heeft weergegeven waar zijn ezel stond, is voor de reconstructie een document van onschatbare waarde gebleken.

De steen waarop verfpigmenten werden fijngewreven

Uit het onderzoek bleek dat er aan zeventiende-eeuwse schildersbenodigdheden tegenwoordig zo goed als niets bewaard gebleven is. Dat is merkwaardig, zeker gelet op het grote aantal kunstschilders dat in de Gouden Eeuw in de Republiek werkzaam was, maar ook weer niet zo vreemd wanneer men bedenkt dat het om gebruiksvoorwerpen ging die, na soms in meerdere werkplaatsen intensief te zijn gebruikt, werden weggegooid wanneer ze geen praktische functie meer vervulden. De voor de inrichting van het atelier benodigde voorwerpen dienden haast alle te worden gereconstrueerd. Op basis van de door Jan Yrlund verzamelde informatie en op aanwijzingen van Hayo de Boer van het Instituut Collectie Nederland, deskundige op het gebied van historische schildersmaterialen, werden onder meer een grote zeventiende-eeuwse ezel, een schilderstafeltje, een werkbank om verf te wrijven, een tekentafel, een kruk, een penselenbak, een schilderstok, spanramen, paletten en een groot aantal penselen, potten en flessen nagemaakt.

De schouw van het atelier met gereedstaande doeken

Omdat ernaar wordt gestreefd het atelier zo te presenteren, dat het nog dagelijks in gebruik lijkt, moesten de nagemaakte voorwerpen kunstmatig van gebruiks- en ouderdomssporen worden voorzien. Door de houten voorwerpen met salpeterzuur en andere chemicaliën te behandelen en ze ook mechanisch stevig onder handen te nemen, lijkt het nu alsof ze al jaren zijn gebruikt en bovendien drieënhalve eeuw oud zijn. Om de eenheid van - ogenschijnlijke - ouderdom in het vertrek niet te verstoren, werd besloten ook de vaste onderdelen in het vertrek licht te patineren. De grenen vloer is nu ontdaan van zijn glanzende laklaag en de twee gereconstrueerde eiken schouwen zijn kunstmatig verouderd. Ook de gereconstrueerde stenen ornamenten aan weerszijden van de vuurplaatsen werden gepatineerd. Omdat het contrast met de spierwitte wanden nu te opvallend werd, zijn ook deze licht gepatineerd, zodat het vertrek er nu uitziet alsof er tien jaar is gewerkt en gestookt zonder te witten.

Over de wenselijkheid van dergelijke ingrepen is voorafgaand aan de reconstructie uitvoerig gedebatteerd. Mede uit angst voor kitsch heeft het team dat de reconstructie heeft voorbereid en begeleid, toen besloten niet te patineren en de tand des tijds zelf zijn werk te laten doen. Zoals in sommige vertrekken van het Rembrandthuis te constateren valt, heeft deze keus niet overal tot een bevredigend, d.w.z. overtuigend resultaat geleid. Met name in de keuken is, mede doordat het hout met moderne gereedschappen is bewerkt, te duidelijk zichtbaar dat de bouwkundige onderdelen recent zijn nagemaakt, hetgeen regelmatig kritische geluiden aan bezoekers ontlokt. Paradoxaal genoeg blijkt een met de hedendaagse restauratie-ethiek overeenstemmende, 'eerlijke' reconstructiemethode bij bezoekers nu juist het gevoel teweeg te brengen te worden bedrogen. Deze problematiek doet zich vooral ook voor in vertrekken waar authentieke, oude onderdelen (de schouw en de bedstede in de 'Sael' bijvoorbeeld) worden gecombineerd met gereconstrueerde elementen die niet gepatineerd zijn. Er wordt nu dan ook overwogen alle nieuw gemaakte onderdelen van het interieur die direct als zodanig in het oog springen, licht te patineren teneinde een zo groot mogelijke eenheid van ouderdom te suggereren. De gereconstrueerde bedstede in de keuken heeft deze behandeling inmiddels ondergaan en het resultaat is bijzonder overtuigend.

Met de reconstructie van Rembrandts atelier wordt het voor de bezoeker mogelijk om met eigen ogen te zien hoe in de zeventiende eeuw een schilderij werd gemaakt. Alle stappen in dat proces worden namelijk aanschouwelijk gemaakt, van het opspannen en gronderen van de doeken tot het inlijsten van de voltooide schilderijen. Een sterk tot de verbeelding sprekend onderdeel is het wrijven van de verf. Hoe dit in Rembrandts tijd in zijn werk ging, wordt de komende maanden ter plaatse gedemonstreerd door de molenaar van verfmolen 'De Kat' van de Zaanse Schans. Ook wordt gedemonstreerd hoe een ets wordt gemaakt en afgedrukt. De afgelopen zomermaanden kon het publiek hedendaagse kunstenaars als Henk Helmantel en Aat Veldhoen in Rembrandts atelier aan het werk zien. Het Rembrandthuis wil ook in de toekomst regelmatig kunstenaars uitnodigen om op deze historische plek te komen werken.

Bob van den Boogert

(Uit: Binnenstad 186, februari 2001)

Voor informatie over de tijden waarop demonstraties plaatsvinden: tel. 020-5200400.

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.