Bouwen in de binnenstad

Donderdagavond 14 december 2000 vond in het Bethaniënklooster een zeer goed bezochte discussieavond plaats over 'bouwen in de binnenstad', in een extreem korte tijd georganiseerd door de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad en de Bond Heemschut. Directe aanleiding waren de plannen van de universiteit om een nieuwe bibliotheek te bouwen op het Binnengasthuisterrein.

Sprekers waren Leen Eelman, technisch adviseur van de Bond Heemschut, Els Agsteribbe, voorzitter van de Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg, Hans Broeren, makelaar en columnist onroerend goed en Theodor Holman, journalist, en ikzelf, namens onze vereniging. In de zaal zaten ongeveer 100 mensen, waaronder leden van onze vereniging en de Bond Heemschut, maar er waren ook mensen van buiten onze kring, actief bijvoorbeeld in de politiek. Na de pauze vond een rumoerige discussie plaats waarin veel stoom werd afgeblazen tegen de constante bouwstroom in de binnenstad die haaks staat op de aanwijzing van de binnenstad als 'beschermd stadsgezicht'. Zo waren er enkele bewoners van het Binnengasthuisterrein aanwezig.

In die discussie bleek dat er overeenstemming was op enkele hoofdpunten:

  • Behoud en herstel gaan voor sloop en nieuwbouw.
  • Alles wat in de binnenstad wordt gebouwd, moet in de omgeving passen: er moet rekening gehouden worden met enkele bouwkundige en stedenbouwkundige kaders. Dit betekent o.a. eisen aan schaal en maat en materiaalgebruik.
  • Het terugbrengen van grootschalige 'vergissingen' naar kleinere schaal is mogelijk en gewenst.

Alleen Hans Broeren had geen problemen met gebouwen als de nieuwe Filmacademie. Deze mening werd door de zaal niet gedeeld. Discussie was er wel over de vraag in hoeverre je mag historiseren of reconstrueren. Theodor Holman verwoordde de onder de bevolking gangbare mening dat er "alleen nog maar klokgevels" gebouwd mogen worden: "Niets dat in de binnenstad wordt gebouwd, is mooier dan wat er ooit heeft gestaan". Aan het andere einde van het spectrum waren er mensen die vonden dat het herbouwen van gevels op basis van oude foto's etc. een vorm van geschiedvervalsing is. Dan is het beter eigentijds te bouwen, maar wel binnen bepaalde 'stedenbouwkundige kaders': niet te groot en passend in de gevelwand. Zoals wel vaker ligt ook hier de waarheid in het midden: je moet het van geval tot geval bekijken en zeker niet restauratieprincipes tot dogma's maken. Als je de binnenstad ziet als een waardevol ensemble kan een reconstructie het totaalbeeld versterken. Zonder de vele reconstructies in de binnenstad zou de binnenstad als totaalbeeld niet eens meer bestaan.

De bijeenkomst heeft ook het werk van onze werkgroep Waakhond in de belangstelling gebracht. Herman Pinkse vertelde over de werkgroep die wekelijks de ter visie gelegde bouwplannen bekijkt en indien nodig een 'zienswijze' opstelt. Bovendien riep hij mensen op om n.a.v. het onderwerp van deze avond, bouwen in de binnenstad, een nieuwe werkgroep op te richten, waarin men aan de hand van stellingen over dit thema zou kunnen discussiëren. Spontaan gaven enkele aanwezigen zich op voor de werkgroep of meldde men zich aan als lid van de vereniging.
Els Agsteribbe hield een vlammend betoog waarin zij stelde dat wij als burgers ongewenste ontwikkelingen kunnen tegenhouden, door in te spreken, zienswijzen in te sturen en actief te worden in een vereniging of organisatie die zich daarmee bezighoudt.

De discussieavond moet gezien worden als een aanzet tot verdere discussie in en buiten de vereniging over de wijze waarop we de kostbare Amsterdamse binnenstad in stand kunnen houden. Zonder een visie op het bouwen in de binnenstad, een continu proces dat niet te stoppen is, zal dat niet lukken.

Walther Schoonenberg

(Uit: Binnenstad 186, februari 2001)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.