Vereniging Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen

De gevelsteen van het gildehuis van de oude schoenmakers en schoenlappers

Een van de Amsterdamse gevelstenen die hoognodig aan herstel toe is, is de steen met het wapen van het Oude Schoenmakers- en Schoenlappersgilde, ingemetseld boven de toegang tot de afgesloten gang, tussen Singel 192 en 194.

Lang was er verwarring over de juiste herkomst van de steen. Alings veronderstelt dat de steen waarschijnlijk de gevel sierde van het 'huis van het oude schoenmakers- en schoenlappersgilde'. Alings vervolgt echter: 'Maar... dat was niet hier, doch reeds sinds 1485 op het Rusland gevestigd...' (1) Ondergetekende heeft deze mening van Alings overgenomen in zijn 'De Gevelstenen van Amsterdam'. Archiefonderzoek van Jaap Wit, oud medewerker van het Amsterdams Historisch Museum, heeft echter aan het licht gebracht dat hier twee gilden (en hun gildenhuizen) door elkaar gehaald werden.

De schoenlappersgevelsteen in Singel 192

De gevelsteen met het slecht leesbare onderschrift T HVYS VA HET HOVDE SCOVMAKERS / EN SCVLAPPERSGILDT 16.. is inderdaad afkomstig uit het huis van dit gilde, dat echter niet op het Rusland stond, maar in de, nu afgesloten Herodes- of Hametersgang. Het gildenhuis op het Rusland was dat van het Huidenkopers- looiers- en schoenmakersgilde. De broeders van dit gilde hielden zich bezig met de vervaardiging van schoeisel, in tegenstelling tot die van het andere gilde, die zich alleen met het herstellen van schoeisel mochten bemoeien.

Het huis in de Hametersgang was op 15 december 1633 door de overluiden van het Oude schoenmakers- en schoenlappersgilde aangekocht en in 1663 als gildenhuis in gebruik genomen. Tot in 1713 heeft het gilde zijn bijeenkomsten en vergaderingen in het pand in de Hametersgang gehouden. In dat jaar werd het huis voor fl. 950.-- verkocht en de schoenlappers betrokken een kamer in het Waaggebouw op de Nieuwmarkt.

Zilveren begrafenisschild uit 1643

Jaap Wit verondersteld dat de verkoop en de verhuizing met de financile positie van het gilde te maken had. Toch heeft het gilde goede jaren gehad. In 1643 werden er door de overluiden vier zilveren begrafenisschilden besteld bij de zilversmid Jacobus Grill en in 1663 lieten ze de bewuste gevelsteen hakken voor hun pand. Het jaartal 1663 op de gevelsteen is niet meer leesbaar, de laatste twee cijfers zijn weggebrokkeld, maar Suasso het in zijn bijschrift in zijn 'Schetsboek' en ook de Noord-Hollandsche Oudheden (VIe stuk, pag 85) noemen dit jaartal. De elementen op het wapenschild op de gevelsteen komen exact overeen met die op het zilveren schild. Links staat een krom schoenmakersmes en rechts een gekroonde els, een typische schoenmakerspriem. (In de catalogus 'Amsterdams goud en zilver' Willet Holthuysen 1950 wordt de gekroonde els beschreven als een vaas met steel, waarop een kroontje) De schoen in het midden is een algemeen gangbare, midden 17de eeuwse mannenschoen. De vier zilveren schilden met kwabornament en het door twee leeuwen gehouden gekroonde stadswapen zijn in de collectie van het Amsterdams Historisch Museum.

In 1871 werd de Hametersgang afgesloten. Het voormalige gildenhuis was in 1856 verkocht aan de Associatie-Kassa en in 1871 gesloopt. Gelukkig bleef de gevelsteen bewaard en ingemetseld in het poortje dat sindsdien de gang afsloot. Het relief werd gevat in een hardstenen omlijsting met op de onderrand de tekst: GEDENKSTEEN / UIT DEN HAMETERSGANG / GESLOOPT EN VAN DEN OPENBARE WEG / AFGESLOTEN SEPTEMBER 1871.
De gevelsteen, en zeker het onderschrift is hard aan een goede opknapbeurt toe. De VVAG is bezig met de voorbereidingen daartoe en we hopen binnenkort met positieve berichten hierover te komen.

Onno Boers
Met dank aan Jaap Wit

(Uit: Binnenstad 186, februari 2001)

Voetnoten:
(1) H W Alings. Amsterdamsche gevelsteenen. 2de druk 1949, pag 85-86

[Vereniging Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.