GedachteNis ter Heilige Stede 1345

Het mag op zichzelf een wonder heten dat op 11 maart j.l. een gevelsteen onthuld is die verwijst naar het mirakel dat godvruchtige Amsterdammers al sinds 1345 beroert. Dit stenen document, gehakt naar een sober ontwerp van de beeldhouwer Hans 't Mannetje, bevindt zich op de plaats waar het wonder zich volgens de overlevering heeft voorgedaan.

Op de 'Heilige Hoek' van de Wijdekapelsteeg en de Kalverstraat, waar nu een winkelpand gevestigd is met uitgebreide reclame-uitingen, bevond zich destijds een kapel als verruiming van het huis waar het mirakel plaatsvond. De kapel werd na de Alteratie in 1578 door de protestant geworden katholieken verbouwd tot een sobere kerk. In 1908 werd deze kerk onder het sentiment 'liever puin dan paaps' gesloopt, hoewel de katholieken haar wilden overnemen om voor sloop te behoeden. Het getuigt van wederzijds respect en historisch besef dat de Hervormde Gemeente, eigenaresse van het winkelpand, een eeuw later genereus positief reageerde toen het Genootschap van de Stille Omgang en de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Gevelstenen haar vroegen om deze bijzondere plaats met een gevelsteen te mogen markeren.

Zaterdagmorgen 11 maart 2001 was het museumcafé David en Goliath afgeladen vol voor de toespraken die aan de onthulling van de nieuwe gevelsteen in de Kalverstraat voorafgingen. De aanwezigen ontvingen een brochure met tekst van Jos Otten en foto's van Maarten Brinkgreve.
Bisschop-coadjutor van Haarlem Mgr. J. van Burgsteden en R. Grondel, wethouder van Amsterdam met de brochure in de hand.

Het Mirakel

Op 15 maart 1345, zo vertelt de kroniek, lag de poorter IJsbrand Dommer in het huis dat stond op de plaats waar de gevelsteen nu is aangebracht ziek in bed. Hij kreeg het Heilig Sacrament, de gewijde hostie, toegediend, maar braakte deze weer uit. Toen het braaksel in het haardvuur geworpen werd, bleef de hostie onbeschadigd. De hostie werd naar St. Nicolaaskerk – de huidige Oude Kerk - gebracht, maar keerde op wonderbaarlijke wijze weer terug naar het huis. Dit mirakel herhaalde zich tweemaal. Voor de middeleeuwse mens duidde dit er op dat het Gods klaarblijkelijke wens was om op de plaats waar het Mirakel had plaatsgevonden "deze gracie ende ghenade" openbaar te maken en gestalte te geven. Daartoe besloot men van de woning die toen nog aan het niet-aangeplempte water van het Rak-in grensde, een devotie- of bedevaartskapel te maken. Deze kapel brandde in 1421 af en werd kort daarna groter en prachtiger herbouwd. Een eind-18de eeuwse prent van Fouquet laat zien dat de architectuur van de kapel niet onderdeed voor die van de Oude en Nieuwe Kerk. De Kapel ter Heilige Stede was het religieuze hart van Amsterdam.

De Stille Omgang

Jaarlijks werd dit Mirakel herdacht met een imposante sacramentsprocessie door de stad. Amsterdam werd, behalve een stad van handel en scheepvaart, een bekend bedevaartsoord. Alleen de straatnaam Heilige Weg bewaart nog de herinnering aan de route die de pelgrims moesten afleggen. Onder de bedevaartgangers bevonden zich de Habsburgse landsheren Maximiliaan en Karel V. Het in steen gehouwen wapen van Maximiliaan van Oostenrijk prijkt boven de zuidingang van de Oude Kerk.

Wapenschild van Rooms koning Maximiliaan boven de zuideringang van de Oude Kerk

Koning Maximiliaan bezocht omstreeks 1488 Amsterdam niet alleen om de Heilige Stede te vereren, maar ook om de verdedigingswerken van de stad te inspecteren en om ten strijde te trekken tegen de opstandige steden Woerden, Gouda en Rotterdam. Voor deze strijd ontving hij geld van de stad Amsterdam. De stad mocht in ruil hiervoor zijn kóningskroon boven het stadswapen voeren. Maximiliaan was toen nog geen keizer; zijn vader Frederik, keizer van het Heilige Roomse Rijk leefde nog. Het was dus niet vanwege het Mirakel dat hij de stad zijn kroon schonk; zijn keizerskroon en het Mirakel zijn in het verleden op onjuiste wijze met elkaar in verband gebracht. Wel zou Maximiliaan een gouden kelk, een grote waskaars en kostbare miskledij aan de Kapel ter Heilige Stede gegeven hebben. Beide vorsten, Maximiliaan en Karel V, schonken de Kapel bovendien een gebrandschilderd raam.
De Alteratie van 1578 maakte een radicaal einde aan de processies. In 1590 werd de Kapel ter Heilige Stede ingrijpend verbouwd en bestemd voor de protestantse eredienst. Na 1578 zochten de katholieken voor hun verboden missen een toevlucht in kleine schuilkerken, gevestigd in particuliere huizen. Op het Begijnhof bevindt zich nog de intieme voormalige r.k.-schuilkerk, nu de Heilige Stede genaamd. De parochie van de St. Nicolaaskerk, verhuisde naar Onze Lieve Heer op Solder. In deze schuilkerk, die nog steeds bestaat, kan men een kleine maar bijzonder fraaie expositie over de Mirakelverering bezichtigen. De namen van deze schuilkerken werden vaak ontleend aan de naam van (de gevelsteen van) het huis waarin zij gevestigd waren. Zo zijn onder meer de namen van de huidige r.k.-kerken de Posthoorn, de Zaaier en de Duif ontstaan.

Interieur van de Begijnhofkapel, gewijd aan St. Johannes en Ste Ursula, nu bekend als de Heilige Stede

De Mirakelprocessie achtte men van zo'n groot belang dat deze in de 17de en 18de eeuw heimelijk in stand werd gehouden; de tocht werd individueel of in kleine kring ondernomen. In 1881, toen het katholieke geloof weer beleden mocht worden, werd ook de processie officieel in ere hersteld. Tegenwoordig bevinden zich onder de meer dan 10.000 deelnemers aan de processie vele jongeren en ook niet-katholieken, die zich tot de stille tocht aangetrokken voelen. Ter herinnering aan de periode dat de processie alleen in het geheim gehouden kon worden, wordt deze nog altijd stilzwijgend en zonder uiterlijk vertoon volbracht. De tocht die elk jaar op de zaterdagnacht ná 12 maart wordt gehouden is met recht een Stille Omgang.

De gevelsteen

Het Gezelschap van de Stille Omgang, dat de traditie in ere houdt jaarlijks het Mirakel te gedenken, nam het initiatief om de plaats waar het wonder heeft plaatsgevonden permanent aan te duiden. In de gevelsteen die zij voor dit doel lieten vervaardigen, is een nis uitgehouwen, die verwijst naar de nisvormige "haardstede van roode steenen" met daarboven een klein uitgebouwd schoorsteentje of snuivertje tegen een pilaar "in de gedaante van een huive of tente van een spiegel", zoals Aug. van Teylingen s.j. de schouw op de Heilige Hoek in 1666 beschreef. Gevelstenen zijn van oorsprong herkenningstekens die iets vertellen over de bouwer of bewoner van een pand, zijn nering, zijn geloof etc. De Romeinen pasten al uithangstekens toe voor het markeren van een huis waar iets te doen viel of te koop was. "Goede wijn behoeft geen krans". Een krans hing, later ook in steen, uit bij een taveerne. Een gehouwde geit op een steen gaf aan waar je melk kon kopen. Uitgeverij Elsevier ontleent zijn naam aan het uithangteken Helsevier of Hellevuur, de naam van het huis waar de drukkerij in Leiden begon. Waar hang je uit?, de gebraden haan uithangen, de beest uithangen, in de aap gelogeerd, dit zijn allemaal uitdrukkingen ontleend aan de uithangtekens die later, toen na de grote stadsbranden de huizen versteenden, gevelstenen werden.

De nieuwe gevelsteen gehakt door Hans 't Mannetje in 2001 (foto VVAG)

Tegenover de ingang van het huidige Amsterdams Historisch Museum, op de plaats waar de Kalverstraat aan de Rokin-zijde een zwenking maakt om plaats te maken voor de vele mensen die de toenmalige kapel bezochten, hangt nu een teken uit. Een stenen teken dat aangeeft dat daar meer dan zes en halve eeuw geleden een gebeurtenis plaatsvond, die in heel Europa aandacht trok en uiting geeft aan de liefde voor de verering van het H. Sacrament van de deelnemers aan de Stille Omgang. Hier gebeurde Het.

Jos Otten

(Uit: Binnenstad 187, maart 2001)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.