De werkgroep waakhond

Elke donderdagochtend om halftien betreden vier heren het Amsterdamse stadhuis. Ze nemen plaats aan een ronde tafel in het voorlichtingscentrum en halen het laatste nummer van het Stadsblad tevoorschijn waarin de gemeente Amsterdam aankondigt welke bouwplannen voor de binnenstad ter inzage liggen. Daarna komen stuk voor stuk de bouwtekeningen op de tafel. De heren kijken er vanuit alle hoeken naar, stoten elkaar af en toe aan, wijzen op een detail en mompelen woorden als: "kan er mee door", "mooie plek voor badkamer", en "hoe kan je dit soort dingen in de binnenstad toelaten". Na lange of korte discussie vellen ze een oordeel over de plannen. Is die negatief dan schrijven ze een zogenaamde zienswijze naar B & W. Dat college laat vervolgens nagaan of de bezwaren terecht zijn.
De werkgroep waakhond aan het werk, van links naar rechts: Herman Pinkse, Jan Jonker, Frans Amende, Eelco Bos

De heren vormen de werkgroep Waakhonden van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse binnenstad die in 1995 op initiatief van Jan Baxmeijer werd opgericht. Hij zei op een jaarvergadering van de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad dat grote bouwplannen wel de nodige aandacht kregen, maar dat bouwaanvragen van particulieren aan de aandacht ontsnapten en dat daardoor heel wat ongewenste ontwikkelingen optraden. De eerste bijeenkomst van de Waakhonden vond op 5 april 1995 plaats. Als waakhonden fungeerden: mw. A. Alberse, F. Amende, J. Baxmeijer, H. Bill, G. Brinkgreve, E. Goldstein en E. Raap. Citaat uit de notulen van die vergadering: "Duidelijk wordt dat de controle op en het verweer tegen voor het stadsbeeld schadelijke bouwplannen onvoldoende is".

Frans Amende, nog steeds één van de waakhonden: "Serieuze ambtenaren barsten van het werk. Per jaar komen er zo'n vijfhonderd bouwaanvragen binnen en bij de beoordeling worden fouten gemaakt. Ambtenaren bekijken elk plan, maar vaak zonder rekening te houden met de omgeving. Past een opbouw wel in het straatbeeld? Wordt een straatwand niet te veel aangetast door zo'n plan? Daar wordt vaak niet opgelet".
Aanvankelijk keken de stadhuisambtenaren met de nodige scepsis naar de Waakhonden, maar al snel hadden ze in de gaten dat ze te maken hadden met mensen die met zeer goede ogen naar de binnenstad keken en daardoor dingen ontdekten die hen waren ontgaan. Een citaat uit een vergadering van juni 1999: "De werkgroep hoeft zich niet te meten aan de procedurele en technische detailkennis van de ambtenaren. De werkgroep vertolkt de mening van Amsterdammers die van hun stad houden. Geconstateerd mag worden dat de werkgroep in het stadhuis een reputatie heeft opgebouwd".

Een donderdag op het voorlichtingscentrum van het stadhuis. Op de ronde tafel spreidt Frans Amende, oud-universiteitsmedewerker, enkele grote tekeningen uit. Het gaat om een verbouwingsplan voor een pand in de Jordaan. Herman Pinkse, voormalig provincie-ambtenaar: "Hee, dit is kennelijk een nieuwe aanvraag, we hebben dit pand al eens eerder hier gehad… Ja, het gaat nu om een terras". Jan Jonker, voormalig advocaat en deken van de orde van advocaten, observeert de tekeningen. Hij merkt over het pand op dat dit soort architectuur niet bepaald om over te juichen is. "Alles wat je aan dit gebouw verandert, is meegenomen. Er wordt nu een stuk opgezet, zie je wel". Eelco Bos, vormgever: "Het is lelijk, en het blijft lelijk, maar hier doen we niet moeilijk over".
Niet altijd hebben de Waakhonden het zo makkelijk. Soms is het nodig dat een van de waakhonden ter plekke met kopieën van de bouwaanvraag in de hand, de huidige situatie gaat bekijken. Soms komt aan de ronde tafel ook het grachtenboekje op tafel waarin elk pand op de hoofdgrachten in detail in zijn omgeving is getekend. Frans Amende: "En vergeet niet dat wij de binnenstad tot in de kleine hoekjes kennen, er is geen straat waarvan we niet weten hoe die er uitziet. Er gaan dus al snel alarmlampjes bij ons branden".
Veel bouwplannen waarmee de Waakhonden worden geconfronteerd gaan over dakterrassen en, dat is een ontwikkeling van de laatste tijd, over verbouwingen om door middel van een dakkapel bijvoorbeeld ruimte te krijgen voor een badkamer. Bos: "Het lijkt wel of de hele binnenstad probeert zolderetages beter bruikbaar te maken door een uitbouw en soms gaat het om kleine storende dingen".

De Waakhonden kennen de foefjes die soms worden gebruikt om een bouwvergunning zonder kleerscheuren door de periode van openbare ter-visie- legging heen te krijgen. Dan wordt er een tekening van de bestaande toestand ingeleverd plus een omschrijving van het bouwplan, maar dan worden de bouwtekeningen zogenaamd vergeten. Die tekening wordt pas ingeleverd als de periode waarin de plannen voor het publiek ter inzage liggen, voorbij is. De tekening hoeft dan niet meer ter visie worden gelegd. De Waakhonden trappen er niet in. Ze delen de ambtenaren mee dat ze die bouwvraag pas in behandeling kunnen nemen als de bouwtekening er is. Ze kennen ook de foefjes voor bouwplannen op de wallen waarbij op slimme wijze de gevel zodanig wordt veranderd dat er meer ramen voor prostituees beschikbaar komen en dat panden daardoor architectonisch worden aangetast. Amende: "We hebben dat meteen door en wijzen zo'n plan dan af".

Terug naar de stadhuistafel.
Herman Pinkse legt een pakket tekeningen op tafel van een bouwplan voor een pand aan de Oudezijds Achterburgwal. De tekeningen zien er blitsend uit. Pinkse: "Dat is mooi, het betere werk. Als ik dit soort tekeningen zie denk ik altijd: wil iemand die verstand heeft van perspectief eens kijken of dit allemaal klopt". De andere waakhonden buigen zich ook over de tekeningen. "Kijk nou eens", zegt Bos, "Aan de achterkant zetten ze er een stuk op. Toe maar, er komen zelfs drie verdiepingen bij". Jonker: "Dit kan niet, het gaat om een karakteristiek pand". Bos: "Het is slechte, moderne architectuur toegepast op een mooi pand. Die mensen moeten maar verhuizen naar een nieuw flatgebouw". Pinkse: "De kap wordt op een gruwelijke manier aangetast. Dit wordt ook nooit door de welstandscommissie die het plan nog gaat beoordelen goedgekeurd". Het is duidelijk. Over dit bouwplan wordt een, zoals dat ambtelijk heet, zienswijze bij B & W ingediend. De heren vouwen de tekeningen op. Amende schudt zijn hoofd: "Dit is te gek".
De volgende tekeningen gaan over een pand in de Nieuwe Leliestraat. Bos: "Hmm, hij wil er een andere kap opzetten. Gelijk heeft ie. Amende: "Het wordt beter…maar helemaal duidelijk is het me niet". Ook de anderen stellen vragen, kijken weer naar de papieren. Pinkse: "Ik ga er vanmiddag kijken, ik kom er volgende week op terug. Als het plan in het geheel van de straat past, dan heb ik geen bezwaar".
De volgende tekeningen voor een pand aan de gracht, roepen geen vragen op. "Mooie badkamer krijgt die man er bij. Reken maar dat je vanuit het bad een mooi uitzicht krijgt".

Meestal zijn de Waakhonden eensgezind. Maar het komt ook voor dat de heren er niet uitkomen. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen een bouwplan voor een uit twee verdiepingen bestaand monumentje moest worden beoordeeld. Het was ingeklemd tussen een nieuwbouwpand en een huis van rond de eeuwwisseling. De buurpanden waren aanzienlijk hoger. De bewoner wilde meer woonruimte. Het ontwerp was knap, maar had het bezwaar dat het monumentje op een eigentijdse wijze zou worden uitgebreid. Mag je dat toestaan of niet? Moet je zo'n klein pandje als verwijzing naar het verleden juist handhaven of moet je het aan de moderne tijd aanpassen? De Waakhonden gingen naar het pandje toe, liepen er omheen, bekeken de omgeving. De meningen waren verdeeld. Een minderheid vond dat het ondanks de kwaliteit van het verbouwingsontwerp niet toegestaan mocht worden om een monumentje zo'n moderne uitbreiding te geven. De anderen hadden een bezwaar omdat het totale beeld door de verbouwing beter zou worden. Als het monumentje in een betere omgeving zou hebben gestaan, zouden ze wel bezwaren hebben gehad.

Vaak wordt een plan nadat de Waakhonden het hebben gezien, gewijzigd. Dat gebeurt of door commentaar van de welstandscommissie of door de reacties van de Waakhonden. Het is voorgekomen dat na overleg met de bouwinspecteur van de gemeente een plan tot zeven keer werd aangepast voordat de honden instemmend knikten. Jonker: "Je weet nooit hoe zwaar onze bezwaren tellen en of het door onze opmerkingen komt dat een plan wordt aangepast. Maar we hebben niet het idee dat het zinloos is wat we doen". Bos: "Ambtenaren weten dat wij kritisch kijken en daardoor moeten zij dat zelf ook doen". Jonker: "Soms komt het die ambtenaren wel goed uit als wij bezwaren hebben ingediend. Dan kunnen wij als boeman worden gebruikt. Het is een aardig sociaal spelletje waarmee wij bezig zijn en dat spel heeft de binnenstad in elk geval gevrijwaard voor bouwactiviteiten die de stad er nooit bepaald mooier op zouden hebben gemaakt. Het steeds doorhameren op zaken die het stadsbeeld ontsieren, leidt bovendien tot andere inzichten bij de ambtenaren".

Frans Heddema

(Uit: Binnenstad 187, maart 2001)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.